Wat leert Wimbledon ons over Economie?
Het gebruik van sportdata om meer te leren over de economie en menselijk gedrag is booming. Tennisliefhebber en hoogleraar economie Franc Klaassen schreef met Jan Magnus het boek ‘Analyzing Wimbledon. The power of statistics’.
Wie dezer dagen veel voor de tv zit vanwege Wimbledon weet: tennis kijken is
eigenlijk vooral luisteren, naar commentatoren die de vele rust- en
wisselmomenten volpraten en hun kennis vaak baseren op de optelsom van
jarenlange ervaring. Maar turven hoe vaak iets gebeurt kan tot hele andere
conclusies leiden dan solide statistische analyse. Noodgedwongen luistert u dus
naar veel onzin. Of iets vriendelijker gezegd: naar aannames die na statistisch
onderzoek vaak niet blijken te kloppen.
Hoogleraren Economie en tevens tennisliefhebbers Franc Klaassen (Universiteit
van Amsterdam, Amsterdam School of Economics) en Jan Magnus (Vrije
Universiteit/Universiteit van Tilburg) publiceerden onlangs het boek
Analyzing Wimbledon. The power of statistics, de afronding van 19 jaar
onderzoek op basis van wedstrijdgegevens van Wimbledon en andere grand
slamtoernooien. Franc Klaassen: 'Ons onderzoek was mogelijk omdat wij van
automatiseerder IBM de beschikking kregen over een unieke dataset. Maar we
hadden er nooit zoveel tijd in gestoken als we er niet van overtuigd waren
geweest dat we er belangrijke publicaties uit zouden kunnen halen.'
Naast bonus ook een malus
Volgens Klaassen is het gebruik van sportdata om meer te leren over de economie en menselijk gedrag in het algemeen booming. Dan gaat het bijvoorbeeld over onderzoeken naar het fenomeen winningmood. Nemen spelers op zo’n moment meer risico? En maken spelers bij belangrijke punten andere keuzes? Spelen ze dan misschien voorzichter? Zoiets kun je afleiden van hoe ze serveren. Spelers blijken inderdaad voorzichtiger te serveren bij een belangrijk punt, daar waar een foute keuze erg nadelig is. Klaassen: 'Dit zou een motivatie kunnen zijn om naast de gebruikelijke bonus voor werknemers in de financiële sector ook een malus te introduceren. Zodat er voorzichtigere keuzes worden gemaakt als de gevolgen van keuzes groot zijn. Dat zou kunnen helpen om een nieuwe financiële crisis te voorkomen.'
Klaassen vervolgt: 'De timing voor het publiceren van onze onderzoeken was de afgelopen jaren gunstig. En als onderzoeksonderwerp is tennis eigenlijk de ideale sport. De data zijn zo clean dat het bijna vergelijkbaar is met een laboratoriumomgeving: je hebt te maken met slechts 1 speler aan elke kant, met een duidelijk doel: winnen. Er is een objectieve kwaliteitsbeoordeling voor handen in de vorm van de wereldranglijst. En de scores zijn objectief; een bal is in of uit. En tennis levert ongelooflijk veel data op, een wedstrijd al tientallen of honderden punten. Voor statistisch onderzoek is dat erg belangrijk.'
De tennisstatistieken bieden dus kans om menselijk gedrag te onderzoeken. Zoals de hypothese 'Echte kampioenen winnen de beslissende punten'. Klopt die eigenlijk wel? 'Deze veelgehoorde uitspraak blijkt zowel waar als niet waar te zijn. Eigenlijk speelt de echte kampioen juist altijd hetzelfde, heel stabiel. Het zijn juist de iets mindere spelers die onder grote druk meer fouten maken. Daarom wint de sterkste speler vaker de beslissende punten. Maar het is dus relatief, men gaat niet beter spelen bij belangrijke punten. Als je deze kennis doortrekt naar de normale wereld, kun je concluderen dat de meeste mensen slechter presteren onder druk. Tenzij je een mentaal bijzonder sterk persoon bent,' aldus Klaassen.
Winningmood
Onderzoek van de winningmood toonde een klein positief verband. 'De independence hypothese beweert dat ieder punt op zichzelf staat, dus los van de voorgaande punten,' zegt Klaassen. 'Maar wij zagen hier toch een afhankelijkheid. Die was echter heel klein, veel kleiner dan we hadden verwacht en sterker bij mindere goden dan bij spelers uit de top tien. Die laatsten spelen echt punt voor punt.'
De tennisonderzoeken geven een mooie illustratie van de waarde van statistische methoden. Als je wilt weten of het een voordeel is om te beginnen met serveren en je gaat vervolgens tellen, dan trek je verkeerde conclusies. Dan lijkt het een nadeel om in de tweede set te beginnen: degene die begint, verliest vaker de set. Klaassen: 'Met een goed statistisch model krijg je de juiste antwoorden en kun je de oorzaken vinden van verkeerde indrukken: zo verliest de zwakkere speler vaak de eerste set op de service van zijn tegenstander, zodat de zwakkere speler een grotere kans heeft de tweede set te beginnen met serveren. Kwaliteitsverschillen vertekenen dus het beeld. Statistiek kan dat goed modelleren op basis van twee kwaliteitscriteria: de positie op de wereldranglijst en ongeobserveerde kwaliteit zoals de vorm van de dag.'
Optimaal gedrag bestaat … bijna
Statistiek leert ook dat het veelgehoorde voordeel van nieuwe ballen voor de serveerder, niet opgaat. 'Als zo’n nieuwe bal in is, is hij sneller en is de kans op een punt groter. Maar tegelijkertijd is er een grotere kans dat de service uit is. De ballen hebben dus wel invloed op de afweging tussen moeilijkheidsgraad en de kans op een foute service, maar niet op de uitkomst,' zegt Klaassen. Die afweging bij de service strategie laat trouwens zien dat zeer goed getrainde professionals het optimum van efficiency dicht kunnen benaderen, de heren gemiddeld op een procent en de dames op twee procent. 'Onze conclusie is dat de frontier van de mensheid bijna optimaal rationeel gedrag laat zien. Dat is een heel andere uitkomst dan bij de gemiddelde mens, zoals je ziet in laboratoriumonderzoeken met bijvoorbeeld studenten. Gek genoeg zou het theoretisch makkelijker moeten zijn om bij alleen de tweede service het optimum van efficiency te halen, maar daar zien we juist een grotere afwijking. Dan is de druk groter en misschien spelen sentimenten mee zoals dat het ‘not done’ is om een dubbele fout te slaan. Terwijl dat efficiënter zou kunnen zijn. Het geeft in elk geval aan dat je met sportdata iets kunt zeggen over menselijk gedrag,' aldus Klaassen.
