Collectieve pensioenfondsen leveren welvaartswinst; voor zolang het duurt

23 januari 2015

Het delen van risico’s van negatieve schokken tussen generaties binnen pensioenfondsen, levert welvaartswinst op, zo blijkt uit studies. Onderzoeker Ward Romp geeft zulke fondsen voorlopig het voordeel van de twijfel, maar stelt vast dat de welvaartswinsten aan toenemende beperkingen onderhevig zijn.

Ward Romp richt zich bij Economie en Bedrijfskunde van de UvA vol op wetenschappelijk pensioenonderzoek dat nauw aan de actualiteit raakt. Een recent artikel dat hij samen met professor Roel Beetsma schreef voor de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde gaat in op de vraag of er voordelen zijn te behalen aan het delen van risico’s tussen generaties binnen pensioenfondsen. De ‘strijd tussen jong en oud’ binnen pensioenfondsen is de laatste jaren hevig aangewakkerd, nu beide partijen menen dat ze onevenredig veel bijdragen aan de ander. 

Romp, die tevens verbonden is aan het Tinbergen Instituut en pensioendenktank Netspar, onderzoekt momenteel ook wat de gevolgen zouden zijn van het opheffen van de verplichte deelname van werknemers aan een pensioenregeling. Tevens is hij begeleider van enkele onderzoekers. Romp besteedt de helft van zijn tijd aan het geven van onderwijs en het begeleiden van promovendi, voor de andere helft houdt hij zich bezig met onderzoek. 

Intergenerationele risicodeling 

Het heikele onderwerp van de zogenoemde ‘intergenerationele risicodeling’ (IGR) binnen pensioenfondsen heeft op het moment de volle aandacht van Romp. Het concept geeft een goede basis om te bepalen wat een goed pensioensysteem zou kunnen zijn, en ook vooral wat niet. 

‘Ons huidige stelsel waarbij ons pensioenvermogen hoofdzakelijk in fondsen zit waarin beleggings- en langlevenrisico’s tussen generaties wordt verdeeld, lijkt ons geen windeieren te leggen’, zegt Romp. ‘Uit studies blijkt dat dergelijke pensioenfondsen het zich kunnen permitteren om gemiddeld genomen meer risico’s te nemen met hun beleggingen. Het extra rendement dat hiermee wordt behaald levert resultaten op van tussen 0,1% en zo’n 1% aan extra consumptie.’ 

De werking van risicodeling binnen zulke fondsen werkt eenvoudig. Een negatieve schok op de financiële markten wordt niet onmiddellijk of slechts deels afgewenteld op pensioenaanspraken en -uitkeringen van de ouderen binnen de fondsen. De klappen worden tijdelijk opgevangen door op de buffers in te teren en de premies van de werkenden te verhogen. Omgekeerd worden de pensioenaanspraken en -uitkeringen in goede tijden maar beperkt verhoogd, worden premies eventueel verlaagd en lopen de buffers op. Dit komt ten goede aan de jongere werknemers binnen de fondsen, die zo wellicht later verzekerd zijn van een relatief stabiel pensioen. 

Negatieve effecten 

Pas sinds tien jaar zijn er studies die harde cijfers geven die wijzen op de genoemde welvaartswinst van intergenerationele risicodeling binnen pensioenfondsen. ‘Er is echter nog veel meer onderzoek nodig’, zegt Romp, die er vraagtekens bij zet. ‘Het blijkt dat de studies onvoldoende rekening houden met de grenzen die er aan intergenerationele risicodeling zijn.’ 

Een nadelig effect van intergenerationele risicodeling is volgens Romp de verstoring van de markt, omdat risicodeling leidt tot procyclische macro-effecten. ‘Neem de situatie van 2008, waarbij de uitkeringen van de pensioenfondsen werden verlaagd of in ieder geval niet meer stegen, terwijl de premies sterk werden verhoogd. Als het gevolg van intergenerationele risicodeling is dat de economie als geheel schade lijdt, dan drukt dat de veronderstelde welvaartswinst.’ 

Een andere factor die druk geeft op de vermeende voordelen is het gedrag van de overheid. ‘De overheid doet rare dingen als het slecht gaat met de economie’, stelt Romp. ‘Zo heeft de overheid de laatste jaren een reeks van ingrepen gedaan in het pensioensysteem. Het aanvullende pensioen wordt zo meer en meer een politieke aangelegenheid en de  vooronderstelde voordelen kunnen op die manier achteraf heel anders uitpakken.’ 

Uitstappen 

Een ander gevaar voor de positieve effecten van de intergenerationele risicodeling is dat betrokkenheid van werknemers bij hun pensioenfonds door de toenemende arbeidsmobiliteit onder druk staat. ‘Een werknemer die op zijn 45ste voor zichzelf begint, lijkt vooraf wel te profiteren van de risicodeling binnen zijn pensioenfonds, maar achteraf betaalt hij een hoge rekening’, zegt Romp, die vaststelt dat een levenslange aansluiting bij een pensioenfonds uit een bepaalde sector verleden tijd is. Volgens Romp is het denkbaar dat mede door de grote schokken van de afgelopen jaren, huidige en toekomstige werknemers pensioenfondsen de rug toekeren. 

Daarom is het volgens Romp essentieel om de mate van risicodeling binnen fondsen sowieso binnen de perken te houden ‘om een ineenstorting van het systeem te voorkomen’. De recent aangepaste pensioenregels van het kabinet ziet Romp als een stap in de goede richting. ‘Per saldo geven de regels een positief effect op de buffers, terwijl de premies stabieler worden. Macro-economisch is dat positief.’ 

Als in de toekomst blijkt dat er geen welvaartseffecten zijn te behalen met intergenerationele risicodeling, of als deze als sneeuw voor de zon verdwijnt, heeft het handhaven van risicodeling binnen pensioenfondsen volgens Romp geen zin meer. ‘We moeten zeker verplicht blijven sparen voor ons pensioen, maar dat kan dan net zo goed individueel gebeuren. Wat we zeker niet moeten hebben is dat de overheid alles naar zich toetrekt en nationale pensioenfondsen opricht, zoals wel wordt bepleit. Daar komen alleen maar ongelukken van.’

Bendert Zevenbergen