Bankencrisis bij de wortel aanpakken om erger te voorkomen

14 april 2015

Overheden moeten na een kredietcrisis hard ingrijpen in de bankensector. Doen ze dat niet, dan kan er een neerwaartse spiraal ontstaan tussen zwakke banken en zwakke overheden, zegt UvA-onderzoeker Christiaan van der Kwaak.

Christiaan van der Kwaak promoveert nog volgens het traditionele model. Terwijl het tegenwoordig in zwang is om drie of vier deelonderzoeken te doen, beslaat zijn promotieonderzoek één enkel hoofdthema. De van huis natuurkundige Van der Kwaak legt zich geheel toe op de interactie tussen banken en de overheden in tijden van crisis.   

Na het afronden van zijn studie natuurkunde in 2010 kiest Van der Kwaak ervoor om in het economische onderzoek verder te gaan. ‘Dat ligt dichter bij de praktijk en het voldoet meer aan mijn maatschappelijke interesse dan natuurkundig onderzoek’, zegt Van der Kwaak. Na twee jaar verbonden te zijn geweest aan het Tinbergen-instituut start hij in 2012 zijn promotie-onderzoek aan de UvA onder leiding van professor Sweder van Wijnbergen. 

Aan een intensieve wisselwerking tussen theorie en praktijk heeft het Van der Kwaak tijdens zijn onderzoek niet ontbroken. De kredietcrisis begon in 2008 bij de banken, maar verlegde zich in tal van Europese landen naar crises bij overheden. Griekenland is het meest aansprekende voorbeeld, maar ook in Spanje, IJsland, Ierland, en Portugal zette de bankencrisis overheden voor het blok. 

Europese landen hebben volgens Van der Kwaak een reeks van fouten gemaakt. ‘De meeste Europese overheden hebben tijdens de kredietcrisis kapitaalsteun gegeven om een systeemcrisis te voorkomen, maar ze hebben het nagelaten om banken vervolgens te dwingen om hun vermogenspositie echt op orde te brengen.’ 

Volgens Van der Kwaak waren de stresstesten van Europese banken in 2011 bovendien ongeloofwaardig. ‘De testen waren matig transparant en gingen uit van te positieve veronderstellingen, zoals dat staatsleningen in bezit van banken geen risico kennen. Daags na de test viel er al een bank om, Dexia uit België.’ 

Neerwaartse spiraal

De kern van de bevindingen van Van der Kwaak is dat ondergekapitaliseerde banken en een zwak gefinancierde overheid elkaar onnodig lang in de greep kunnen houden. Wanneer overheden na eventuele eerste reddingsacties de banken niet dwingen om meer eigen vermogen aan te trekken, blijven de banken zwak en ontstaat er volgens Van der Kwaak een neerwaartse spiraal. ‘Een bank die ondergekapitaliseerd is, kan het zich niet permitteren om zijn slechte leningen af te schrijven. Er zit dan weinig anders op om zwakke debiteuren van krediet te blijven voorzien. Tegelijk betekent dit dat levensvatbare bedrijven nauwelijks bij banken terecht kunnen. Zo worden zwakke bedrijven in stand gehouden en krijgen sterke ondernemingen minder kans. Dat beperkt de economische groei.’ 

Tegelijk zijn zwakke overheden voor de financiering van de initiële kapitaalinjecties aan banken sterk afhankelijk van die banken zelf. ‘Overheden geven extra staatsleningen uit om hun steun aan banken mee te financieren. Zeker in het begin van de kredietcrisis was het voor de banken aantrekkelijk om dit schuldpapier te kopen. De rente die op die leningen werd betaald was vooral in de zuidelijke Europese staten aantrekkelijk en bovendien legden die leningen geen beslag op het kapitaal van de banken, waar dit anders is als banken geld aan bedrijven uitlenen.’ 

Op een zeker moment waren de helft van de staatsobligaties die door Zuid-Europese landen werden uitgegeven in bezit van de banken uit die landen. Dat leidt tot een ingewikkelde wisselwerking als economisch herstel uitblijft. Van der Kwaak: ‘Bij beleggers in staatsobligaties blijft dan de vrees dat overheden het bankwezen weer te hulp moeten komen. Dat kan leiden tot een verdere daling van de koersen van staatsleningen en dus voor verliezen bij de banken die deze obligaties in bezit hebben. Zo wordt de neerwaartse spiraal verder in gang gezet. In de praktijk is dit ook gebleken met enorme rentestijgingen op schuldpapier van Zuid-Europese staten.’ 

Hard ingrijpen

Hoe anders ging dat volgens Van der Kwaak in de Verenigde Staten. De Amerikaanse overheid dreigde na het uitvoeren van een intensieve stresstest in 2009 dat ondergekapitaliseerde banken grote beperkingen zouden worden opgelegd, of deels zouden worden genationaliseerd als ze niet snel hun zelf buffers op orde zouden brengen. Om te voorkomen dat aandeelhouders en bestuurders hun zeggenschap zouden verliezen, zijn de banken daarop in hoog tempo naar de kapitaalmarkt gegaan. Binnen een halfjaar hadden vrijwel alle banken hun buffers zelfstandig naar aanvaardbare niveaus gebracht. 

Volgens Van der Kwaak wijst onderzoek uit dat het economisch herstel in landen met ondergekapitaliseerde banken veel langer duurt. ‘Dat de Verenigde Staten sneller herstellen dan Europa is daarom niet toevallig.’ 

Inmiddels ziet Van der Kwaak wel lichtpuntjes in Europa. ‘De Europese stresstest 2014 was veel diepgaander en hield wel rekening met de mogelijkheid van wanbetaling op staatsleningen.’ Tegelijk zijn enkele banken overgegaan tot het aantrekken van nieuw kapitaal en geeft ook het economisch herstel de banken wat meer lucht. ‘De kredietverlening neemt weer toe, zij het beperkt.’ 

Volgens Van der Kwaak moeten overheden de les leren dat het bankwezen na een crisis hard moet worden geherstructureerd. En dat er een nieuwe crisis komt, sluit Van der Kwaak niet uit. ‘De nieuwe Basel-eisen voor banken verhogen weliswaar de weerbaarheid, maar uiteindelijk hoeven banken niet veel meer dan 4% aan eigen vermogen aan te houden ten opzichte van hun totale balans. Een kleine tik is dan nog steeds genoeg om een bank om te laten vallen.’ 

Bendert Zevenbergen

Gepubliceerd door  Economie en Bedrijfskunde