Digitaliseringsexpert Peter van Baalen: When the rubber meets the road, dán wordt het spannend

14 april 2015

Digitalisering kan organisaties tot grote hoogte brengen. Goed doordachte en technologisch geavanceerde innovaties zijn echter geen garantie voor succes, stelt UvA-hoogleraar Peter van Baalen. ‘Je kunt een goed ontwerp hebben, maar wanneer de auto de garage uit gaat en echt moet gaan rijden, when the rubber meets the road, dán wordt het spannend.’

In 2010 verscheen de Encyclopaedia Britannica voor het laatst in boekvorm. De groei van internet en de cd-rom hebben definitief een einde gemaakt aan de papieren versie van het gerenommeerde naslagwerk. Dat mag voor sommigen groot nieuws geweest zijn, écht vernieuwend was het niet. Het ging slechts om een digitale versie van hetzelfde, aldus Peter van Baalen in zijn oratie 'Digitaliserende organisaties', half februari ter aanvaarding van het hoogleraarschap Information management and Digital Organisation. Het ontstaan van een wereldwijd online kennisplatform als Wikipedia daarentegen, is wel echte vernieuwing, verheldert hij.

Echte vernieuwing in het digitaliseren van organisaties zit niet alleen in wat hij ‘representatieve digitalisering’ noemt - slimme digitale technologieën ter vervanging van bestaande activiteiten - ofwel automatisering. Minstens net zo belangrijk is de acceptatie en integratie van deze technologieën. ‘Neem die nieuw ontwikkelde auto. Pas buiten, midden in het verkeer, zie je of hij gaat rijden. Er zijn allerlei andere auto’s, mensen die keuzes maken, stoplichten, verkeersborden,... Hoe gaat het dan?’ illustreert Van Baalen daags na zijn oratie.

Snijvlak tussen IT en organisaties

De auteur van onder meer ‘IT in het MKB’ doet al decennialang onderzoek naar het snijvlak tussen IT en organisaties. Van Baalen kijkt vanuit socio-technisch perspectief hoe mensen en organisaties met technologie en technologische veranderingen omgaan.
Technologische vernieuwing kan een ontwrichtend karakter hebben voor de manier van werken binnen organisaties en rukt steeds verder op in de richting van niet-routinematige taken.
Desondanks onderschat het management vaak de complexiteit van de eigen organisatie en het belang van zaken als motivatie, macht en weerstand. Van Baalen wijst op eigen onderzoek: mensen blijken hun keuze voor bepaalde communicatiemiddelen binnen hun organisatie doorgaans aan te passen aan die van collega’s met een hogere expertstatus. ‘Als een bedrijf het mediagebruik voorschrijft maar medewerkers een deel van die communicatietools vervolgens omzeilen, kost dat veel geld. Er wordt op een inefficiënte en ongenuanceerde manier met dat soort vraagstukken omgegaan.’  

Digitale platforms en hybridisering

De groei van (internationale) digitale platforms waar kennis en creativiteit wordt samengebracht en georganiseerd, door Van Baalen gevangen onder de noemer ‘generatieve digitalisering’, kan zo mogelijk nog sterker ontwrichtend zijn dan slimme technologieën. ‘In technologisch opzicht is een digitaal platform vaak vrij eenvoudig, maar in termen van innovatie is het effect dat je teweeg brengt veel groter.’
De chauffeurloze auto is in technisch opzicht bijvoorbeeld weliswaar veel vernieuwender dan Uber, toch is het taxiplatform innovatiever. Innovatie draait steeds minder om puur de technologie en steeds meer om de organisatie van de capaciteit, benadrukt Van Baalen.
Bij generatieve digitale platforms in het bedrijfsleven wordt een belangrijk deel van het innovatieproces door externe partijen uitgevoerd. Zo maakt Apple slim gebruik van de wisdom of the crowd voor de ontwikkeling van apps: hoe meer ontwikkelaars, hoe meer goede apps.
Als hoogleraar Information management and digital organisation gaat Van Baalen op zoek naar antwoorden op vragen rond de zogeheten hybridisering van organisaties; nieuwe organisatievormen waarbij de vraag wie een technologie in handen heeft nauwelijks nog speelt en de macht steeds verder verschuift naar de crowd, de gebruiker. ‘Hoe kun je als bedrijf van die open, generatieve platforms gebruik maken? Het binnen bestaande organisaties incorporeren en vervolgens de besluitvorming erop aanpassen? Veel kennis verzamelen is niet voldoende; hoe maak je de juiste keuzes?’
Ook gaat hij zich bezighouden met de implementatiekant, waar hij door  de opkomst van het internet of things (waarbij steeds meer voorwerpen aan het internet en dus aan elkaar worden verbonden) enorme verschuivingen voorziet.
Zowel op het gebied van representatieve als van generatieve digitalisering zijn grootse, maar moeilijk te voorspellen ontwikkelingen op komst. Het onderzoeksgebied lijkt eindeloos: ‘Vaak kan pas achteraf het ontwrichtende karakter van innovatie worden vastgesteld.’

Ambities voor het College of Economics and Business

De 56-jarige Van Baalen, die ruim een jaar geleden de Rotterdam School of Management (RSM) van de Erasmus Universiteit Rotterdam voor de UvA verruilde, is bij de Faculteit Economie en Bedrijfskunde behalve hoogleraar ook directeur van het College of Economics and Business (CEB). Als voormalig wetenschappelijk directeur van het Centre for E-learning van de RSM heeft hij  ook op dat gebied stevige ambities voor het CEB.
Als het aan hem ligt, wordt een ‘belangrijk deel’ van de colleges in ‘blended’ vorm aangeboden. Door studenten middels blended learning colleges te laten volgen, kunnen de contacturen effectiever worden benut. De manier van doceren en van leren verandert: minder klassieke kennisoverdracht tijdens de colleges betekent meer tijd voor verdieping en discussie. Van Baalen: ‘Het heeft straks veel minder zin om naar college te komen als je je niet hebt voorbereid. De houding “de docent vertelt het wel”, dat kan niet meer. Ik zie het als een soort heilige plicht: studenten moeten eerder beginnen met studeren.’
Flipping the classroom zal niet alleen voor inhoudelijk betere resultaten zorgen, maar moet ook nieuwe doelgroepen aantrekken doordat de colleges minder locatie- en tijdgebonden zijn. Van Baalen denkt in september 2015 al twee of drie vakken deels online aan te kunnen bieden.
Blended learning op de rit krijgen is slechts één van zijn ambities voor het CEB. Van Baalen werkt ook aan een nieuwe curricula voor de bacheloropleidingen Economie en Bedrijfskunde: ‘Over vijf jaar hebben we heel scherp geprofileerde en internationaal georiënteerde bacheloropleidingen, die staan als een huis.’

Christine Lucassen

Gepubliceerd door  Economie en Bedrijfskunde