Digitaliseringsexpert Peter van Baalen: When the rubber meets the road, dán wordt het spannend
Digitalisering kan organisaties tot grote hoogte brengen. Goed doordachte en technologisch geavanceerde innovaties zijn echter geen garantie voor succes, stelt UvA-hoogleraar Peter van Baalen. ‘Je kunt een goed ontwerp hebben, maar wanneer de auto de garage uit gaat en echt moet gaan rijden, when the rubber meets the road, dán wordt het spannend.’
In 2010 verscheen de Encyclopaedia Britannica voor het laatst in boekvorm. De groei van internet en de cd-rom hebben definitief een einde gemaakt aan de papieren versie van het gerenommeerde naslagwerk. Dat mag voor sommigen groot nieuws geweest zijn, écht vernieuwend was het niet. Het ging slechts om een digitale versie van hetzelfde, aldus Peter van Baalen in zijn oratie 'Digitaliserende organisaties', half februari ter aanvaarding van het hoogleraarschap Information management and Digital Organisation. Het ontstaan van een wereldwijd online kennisplatform als Wikipedia daarentegen, is wel echte vernieuwing, verheldert hij.
Echte vernieuwing in het digitaliseren van organisaties zit niet alleen in wat hij ‘representatieve digitalisering’ noemt - slimme digitale technologieën ter vervanging van bestaande activiteiten - ofwel automatisering. Minstens net zo belangrijk is de acceptatie en integratie van deze technologieën. ‘Neem die nieuw ontwikkelde auto. Pas buiten, midden in het verkeer, zie je of hij gaat rijden. Er zijn allerlei andere auto’s, mensen die keuzes maken, stoplichten, verkeersborden,... Hoe gaat het dan?’ illustreert Van Baalen daags na zijn oratie.
Snijvlak tussen IT en organisaties
De auteur van onder meer ‘IT in het MKB’ doet al decennialang onderzoek naar
het snijvlak tussen IT en organisaties. Van Baalen kijkt vanuit socio-technisch
perspectief hoe mensen en organisaties met technologie en technologische
veranderingen omgaan.
Technologische vernieuwing kan een ontwrichtend karakter hebben voor de manier
van werken binnen organisaties en rukt steeds verder op in de richting van
niet-routinematige taken.
Desondanks onderschat het management vaak de complexiteit van de eigen
organisatie en het belang van zaken als motivatie, macht en weerstand. Van
Baalen wijst op eigen onderzoek: mensen blijken hun keuze voor bepaalde
communicatiemiddelen binnen hun organisatie doorgaans aan te passen aan die van
collega’s met een hogere expertstatus. ‘Als een bedrijf het mediagebruik
voorschrijft maar medewerkers een deel van die communicatietools vervolgens
omzeilen, kost dat veel geld. Er wordt op een inefficiënte en ongenuanceerde
manier met dat soort vraagstukken omgegaan.’
Digitale platforms en hybridisering
De groei van (internationale) digitale platforms waar kennis en creativiteit
wordt samengebracht en georganiseerd, door Van Baalen gevangen onder de noemer
‘generatieve digitalisering’, kan zo mogelijk nog sterker ontwrichtend zijn dan
slimme technologieën. ‘In technologisch opzicht is een digitaal platform vaak
vrij eenvoudig, maar in termen van innovatie is het effect dat je teweeg brengt
veel groter.’
De chauffeurloze auto is in technisch opzicht bijvoorbeeld weliswaar veel
vernieuwender dan Uber, toch is het taxiplatform innovatiever. Innovatie draait
steeds minder om puur de technologie en steeds meer om de organisatie van de
capaciteit, benadrukt Van Baalen.
Bij generatieve digitale platforms in het bedrijfsleven wordt een belangrijk
deel van het innovatieproces door externe partijen uitgevoerd. Zo maakt Apple
slim gebruik van de wisdom of the crowd voor de ontwikkeling van apps:
hoe meer ontwikkelaars, hoe meer goede apps.
Als hoogleraar Information management and digital organisation gaat Van Baalen
op zoek naar antwoorden op vragen rond de zogeheten hybridisering van
organisaties; nieuwe organisatievormen waarbij de vraag wie een technologie in
handen heeft nauwelijks nog speelt en de macht steeds verder verschuift naar de
crowd, de gebruiker. ‘Hoe kun je als bedrijf van die open, generatieve
platforms gebruik maken? Het binnen bestaande organisaties incorporeren en
vervolgens de besluitvorming erop aanpassen? Veel kennis verzamelen is niet
voldoende; hoe maak je de juiste keuzes?’
Ook gaat hij zich bezighouden met de implementatiekant, waar hij door de
opkomst van het internet of things (waarbij steeds meer voorwerpen aan
het internet en dus aan elkaar worden verbonden) enorme verschuivingen voorziet.
Zowel op het gebied van representatieve als van generatieve digitalisering zijn
grootse, maar moeilijk te voorspellen ontwikkelingen op komst. Het
onderzoeksgebied lijkt eindeloos: ‘Vaak kan pas achteraf het ontwrichtende
karakter van innovatie worden vastgesteld.’
Ambities voor het College of Economics and Business
De 56-jarige Van Baalen, die ruim een jaar geleden de Rotterdam School of
Management (RSM) van de Erasmus Universiteit Rotterdam voor de UvA verruilde, is
bij de Faculteit Economie en Bedrijfskunde behalve hoogleraar ook directeur van
het College of Economics and Business (CEB). Als voormalig
wetenschappelijk directeur van het Centre for E-learning van de RSM
heeft hij ook op dat gebied stevige ambities voor het CEB.
Als het aan hem ligt, wordt een ‘belangrijk deel’ van de colleges in ‘blended’
vorm aangeboden. Door studenten middels blended learning colleges te
laten volgen, kunnen de contacturen effectiever worden benut. De manier van
doceren en van leren verandert: minder klassieke kennisoverdracht tijdens de
colleges betekent meer tijd voor verdieping en discussie. Van Baalen: ‘Het heeft
straks veel minder zin om naar college te komen als je je niet hebt voorbereid.
De houding “de docent vertelt het wel”, dat kan niet meer. Ik zie het als een
soort heilige plicht: studenten moeten eerder beginnen met studeren.’
Flipping the classroom zal niet alleen voor inhoudelijk betere
resultaten zorgen, maar moet ook nieuwe doelgroepen aantrekken doordat de
colleges minder locatie- en tijdgebonden zijn. Van Baalen denkt in september
2015 al twee of drie vakken deels online aan te kunnen bieden.
Blended learning op de rit krijgen is slechts één van zijn ambities
voor het CEB. Van Baalen werkt ook aan een nieuwe curricula voor de
bacheloropleidingen Economie en Bedrijfskunde: ‘Over vijf jaar hebben we heel
scherp geprofileerde en internationaal georiënteerde bacheloropleidingen, die
staan als een huis.’
