In memoriam Karel Dibbets

1 juni 2017

Afgelopen zondag overleed Karel Dibbets, die sinds 1983 als universitair docent filmgeschiedenis verbonden was aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Naast zijn grote bijdrage aan het ontstaan van de opleiding Film en Televisiewetenschap, nu Mediastudies, heeft Dibbets een internationaal erkende, unieke bijdrage geleverd aan het data-gedreven filmhistorisch onderzoek door zijn pionierende werk aan de Cinema Context database over Nederlandse Filmcultuur (www.cinemacontext.nl). Onlangs heeft de faculteit besloten om hem voor deze bijdrage te eren met de toekenning van de erepenning van de Faculteit der Geesteswetenschappen.

Toen ik in 2012 net was begonnen als hoogleraar Digitaal erfgoed bij het universitaire onderzoekszwaartepunt Cultureel erfgoed en identiteit, kreeg ik bezoek van mijn inmiddels gepensioneerde collega Karel Dibbets, die zich afvroeg of er geen ruimte was voor een bijzondere leerstoel Historische datacollecties. De UvA beschikte immers, naast zijn eigen filmhistorische database Cinema Context, ook over de prachtige collectie van het Theaterinstituut en andere digitale collecties, die uitstekend benut konden worden in nieuwe onderzoeksprojecten. Deze suggestie en mijn onderzoek naar de mogelijkheden om zo’n leerstoel te realiseren was de aanleiding voor het onderzoeksprogramma Creative Amsterdam: An E-humanities Perspective (CREATE), waarin de geschiedenis van de creatieve industrieën van Amsterdam wordt onderzocht met behulp van digitale data en methoden en waarvoor het onderzoekszwaartepunt in 2013 aanvullende financiering ontving van het College van Bestuur van de UvA. Inmiddels is daar een levendige onderzoeksgemeenschap ontstaan waarin de mogelijkheden van digitale data over film, muziek, theater en literatuur worden verkend en tot geheel nieuwe historische inzichten leiden. Karel was daar zeer enthousiast over en een trouw bezoeker van onze maandelijkse salons, waar work in progress wordt besproken. Toen hij dit jaar vanwege ziekte niet langer in staat was de redactie van zijn database te leiden, hebben we die overgenomen en binnen CREATE ondergebracht. Dit tot vreugde van Karel, die daarmee zijn intellectuele nalatenschap zag voortbestaan en doorgroeien in de handen van een nieuwe generatie onderzoekers.

Karel begon zijn intellectuele leven aan de filmacademie, waar hij een aantal experimentele filmpjes gemaakt heeft die hij daarna zorgvuldig verborgen gehouden heeft, in een schoenendoos ergens onder zijn bed. Dat hij meer een onderzoeker was dan een filmmaker blijkt ook uit het feit dat hij zich, in zijn werk als hoofdredacteur van het filmtijdschrift Skrien, vooral ontfermde over de boekbesprekingen, die hij uitzette bij de diverse deskundigen. Zijn opvolger en latere collega Jan Simons memoreert hoe vooruitziend hij was toen hij televisie als onderzoeksterrein op de kaart zette door Ien Ang ruimte te geven voor haar eerste artikelen over de soapserie Dallas. Even vooruitziend was het onderzoek voor zijn afstudeerscriptie bij sociaal-economische geschiedenis, waarin hij zijn enorme dataset over Nederlandse filmondernemers kon verwerken met een geheel nieuw netwerkanalyse computerprogramma dat bij de FMG nog met ponskaarten en gigantische computers werd uitgevoerd – een voorbeeld van Digital Humanities onderzoek ruim voordat het was uitgevonden. Begin jaren tachtig maakte Karel de overstap naar de universiteit, waarin hij werd aangesteld bij Theaterwetenschap waar in die tijd de afstudeerrichting Film- en televisiewetenschappen werd ingericht. Samen met toenmalig decaan Hans Blom, die wel iets zag in film als historische bron en begreep dat daar aparte deskundigheid voor nodig was, heeft Karel zich actief ingezet voor de verzelfstandiging van Film- en televisiewetenschappen als zelfstandige vakgroep in 1991 (in 2001 omgevormd tot de afdeling Mediastudies).

In 2003 kon Karel vanwege een grote investeringssubsidie van NWO beginnen aan de opbouw van de database Cinema Context. Deze unieke, open access database bevat gegevens over alle Nederlandse bioscopen vanaf 1896, de mensen en bedrijven achter die bioscopen, en de daar vertoonde films. Momenteel bevat de database gestructureerde data over 107,235 filmprogramma’s, met 45,623 films vertoond in 1,646 bioscopen in 400 steden. Daarmee biedt de database een prachtige basis om het ‘DNA van de filmcultuur’ te ontrafelen, oftewel, zoals Dibbets het bij de lancering in 2006 verwoordde, “de website is een Hubble-telescoop die patronen van filmbezoek zichtbaar maakt.”

Bij zijn vervroegde pensionering in 2011 grapte Karel dat hij waarschijnlijk een van de weinige wetenschappelijk medewerkers was met zo’n lange staat van dienst die niet de standaard academische loopbaan heeft gevolgd, omdat hij als universitair docent was binnengekomen en zo ook weer vertrok. Dat is tekenend voor zijn persoonlijkheid: bescheiden, relativerend en met een groot gevoel voor humor. Maar ook was hij een intellectueel met een scherpe en creatieve geest, die pionierend en vooruitziend is geweest wat betreft de mogelijkheden van open data en digitale bronnen en methoden. Later heeft Karel zich laten ontvallen dat hij spijt had van het feit dat hij op eigen verzoek met vervroegd pensioen was gegaan. Dat blijkt ook uit het feit dat hij zijn intellectuele scherpte en nieuwsgierigheid tot aan het einde van zijn leven heeft kunnen vasthouden. Hij wilde graag op de hoogte gehouden van wat er gaande was in ons onderzoek en bleef actief betrokken. Tekenend is dat hij me half mei een nog te verschijnen artikel stuurde, waarin hij laat zien hoe lang na het productiejaar sommige films nog werden vertoond – een studie van zogenaamde evergreens die hij op basis van zijn database kon maken. Geheel in stijl en waarschijnlijk tegen de wens dan wel contractuele eisen van de uitgever in stelde hij voor dit artikel te verspreiden onder geïnteresseerden, eigenwijs en open access-minded als hij altijd al was. Karels betrokkenheid en persoon zal zeer node worden gemist, maar we gaan dankbaar verder met zijn indrukwekkende intellectuele erfenis.

Julia Noordegraaf, 1 juni 2017

Gepubliceerd door  Faculteit der Geesteswetenschappen