Leesvaardigheid: zo ouder, zo kind?

Rubicon-subsidie voor onderzoek naar voorspellen van dyslexie

11 juli 2012

Elsje van Bergen ontving een Rubicon-subsidie voor een onderzoek naar de mogelijkheid om dyslexie vroegtijdig te voorspellen.

Snel en goed kunnen lezen is een belangrijke voorwaarde voor succes. Of iemand over een goede leesvaardigheid beschikt, wordt bepaald door een complex van factoren. Vermoedelijk spelen de leesvaardigheid en cognitieve vaardigheden van de ouders een grote rol. Elsje van Bergen ontving een Rubicon-subsidie voor een onderzoek naar de mogelijkheid om dyslexie vroegtijdig te voorspellen.

Elsje van Bergen en haar collega Titia van Zuijen verzamelden afgelopen kerst- en voorjaarsvakantie in ScienceLive van wetenschapsmuseum NEMO leesvaardigheidsdata onder zo’n 600 ouders en kinderen. Ook de komende kerst- en voorjaarsvakantie vragen zij ouders en kinderen die het museum bezoeken, om te fungeren als proefpersoon.

De onderzoekers testen de ouders en kinderen op verschillende vaardigheden. Zo is er een test waarbij ze een rij cijfers krijgen aangeboden, die ze zo snel mogelijk moeten oplezen. Daarmee wordt de snelheid gemeten waarmee zij de geboden informatie uit het geheugen kunnen ophalen en deze in gesproken woord kunnen omzetten. Ook wordt het fonologisch bewustzijn getest, de vaardigheid om klanken in het gesproken woord te herkennen en te manipuleren. Van Bergen: ‘Daarbij werken we met niet-bestaande woorden zoals “jartwop”. Aan de proefpersonen vragen we welk woord er ontstaat als ze bijvoorbeeld de “r” weglaten. De vraag is dan of ze het goede antwoord “jatwop” geven, en hoe snel. Door onzinwoorden te gebruiken, hebben de ouders geen “valse” voorsprong doordat zij het woord wél kennen en hun kinderen niet.’
Ook is er nog een rekentaak waarbij kinderen en hun ouders zoveel mogelijk sommetjes moeten maken. Daarmee worden de basale schoolse vaardigheden gemeten. Tevens zijn er twee snelle leestaken, waarbij de proefpersonen in één minuut zo veel mogelijk bestaande en niet-bestaande woorden (bestaand en niet-bestaand) foutloos moeten lezen.

Wat doet u met deze gegevens?
‘Ik wil onderzoeken in hoeverre leesvaardigheid te voorspellen is aan de hand van de cognitieve- en leesvaardigheden van de ouders. Uit mijn promotieonderzoek was al gebleken dat kinderen van een dyslectische ouder een grote kans hebben om zelf ook leesproblemen te krijgen. Uit mijn eerdere onderzoek is duidelijk geworden dat de leesvaardigheid van de ouders een van de voorspellende factoren is voor de leesvaardigheid van het kind. En ik ga nu ook onderzoeken of onderliggende cognitieve vaardigheden van de ouders voorspellend zijn voor leesvaardigheid van hun kinderen.’

Uw proefpersonen zijn allen bezoekers van NEMO. Allemaal hoogopgeleide ouders en hun kinderen dus?
‘De NEMO-bezoekers zijn iets hoger opgeleid dan gemiddeld, maar er zitten zeker ook veel mbo’ers bij.’

In het onderzoek besteedt u ook aandacht aan zogeheten omgevingsfactoren, zoals de basisschool van het kind, het postcodegebied waar het kind woont met de ouders, hoe veel tijd het kind thuis besteedt aan lezen en schrijven. Wat verwacht u hiervan?
‘Eerlijk gezegd niet heel veel, omdat uit andere onderzoeken is gebleken dat omgevingsfactoren geen grote invloed hebben op de leesvaardigheid. Toch neem ik het mee, om een goed en compleet beeld te kunnen schetsen van de factoren die al dan niet een rol spelen bij leesvaardigheid.’

Uw onderzoek heeft nog een genetische component. U vraagt de proefpersonen in NEMO ook om een beetje speeksel af staan, zodat het dna kan worden onderzocht op “dyslexie-genen”. Hoe zit dat precies?
‘Uit onderzoeken onder tweelingen is gebleken dat technische leesvaardigheid erfelijk is bepaald. We willen dus graag weten welke genen daarvoor verantwoordelijk zijn. Dat doe ik overigens niet zelf – Simon Fisher van het Max Planck Instituut gaat daar onderzoek naar doen.’

Met de Rubicon-subsidie gaat u uw onderzoek uitvoeren in Oxford. U gaat ter plekke data verzamelen onder Engelse kinderen en hun ouders en vergelijken met de Nederlandse data. Welke verschillen verwacht u te vinden?
‘De orthografie van de Engelse taal wijkt af van die van de Nederlandse taal. In het Nederlands worden lettercombinaties vrijwel altijd consistent uitgesproken: de combinatie “eeuw” klinkt hetzelfde in woorden als “sneeuw”, “spreeuw” en “geeuw”. Hoe anders is dat in het Engels: de lettercombinatie “ough” klinkt in het woord “thought” heel anders dan in “through” of “rough”. Engelse kinderen leren dus anders en langzamer foutloos lezen dan Nederlandse. Wat ik graag wil weten, is of er voorspellers zijn voor dyslexie en of deze voorspellers ook voor het Engels gelden.’

Als de voorspellers voor leesproblemen straks bekend zijn, wat kunnen we daar dan mee?
‘Dyslexie is erg hardnekkig, maar hoe vroeger we ingrijpen in het leesproces, hoe beter. Bovendien zit faalangst veel dyslectische kinderen in de weg; als eenmaal is gebleken dat ze niet “mee kunnen” wat lezen betreft, zijn ze bang om fouten te maken, en krijgen ze een weerstand tegen lezen waardoor ze nóg verder achteropraken. Als we problemen kunnen voorspellen en vroegtijdig kunnen signaleren, kunnen we die negatieve spiraal hopelijk doorbreken.’

Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie

Zie ook

Gepubliceerd door  Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen