‘De mooiste onderzoeksfunctie van de faculteit’

17 april 2018

In maart 2018 volgde Roland Pierik Chantal Mak op als (adjunct) onderzoeksdirecteur van het ARILS. De oude en de nieuwe onderzoeksdirecteur in gesprek over ‘de mooiste onderzoeksfunctie die er in de faculteit bestaat’.

Roland Pierik is in zijn eerste week bij het ARILS meteen begonnen aan een rondje langs de onderzoeksleiders. Een ‘verstandige zet’, aldus zijn voorganger Chantal Mak. ‘Als onderzoeksdirecteur moet je een balans vinden in de spanning die er inherent bestaat tussen de onderzoeksgroepen en het overkoepelende ARILS.’ Roland: ‘Ik zie het vinden van een goed evenwicht als een van mijn belangrijkste taken als adjunct onderzoeksdirecteur.’

Evenwicht zoeken

Chantal Mak begon als adjunct-onderzoeksdirecteur bij ARILS in september 2013; in januari 2015 werd ze benoemd tot onderzoeksdirecteur. ‘Ik was al even gepromoveerd, en wilde graag meer bestuurservaring opdoen. Het leek me interessant om me juist op facultair niveau te verdiepen in onderzoeksbeleid.’

Omdat het ARILS een jong instituut was, opgericht na de onderwijsvisitatie van 2008, waren er veel punten waarop het ARILS een bijdrage zou kunnen leveren, aldus Chantal. ‘Het was zoeken naar waar binnen de onderzoeksgroepen behoefte aan was.’

‘Dat evenwicht is voor mij een interessante uitdaging’ zegt Roland Pierik. ‘Sommige groepen hebben zaken zo goed zelf op orde, dat er weinig ondersteuning van ARILS nodig is, voor andere groepen kan het juist zinvol zijn. Ik zou graag zien dat ARILS de onderzoeksgroepen en de individuele wetenschappers op eigen niveau ondersteunt en in ieder geval niet voor de voeten loopt. Van de andere kant: iedereen maakt deel uit van dezelfde faculteit, dat moeten we ook zo voelen en uitdragen.’

Ondersteunende rol

‘Ik denk dat de rol van ARILS vooral intern ondersteunend moet zijn’, zegt Chantal. ‘Een van de mooiste resultaten van de afgelopen jaren vind ik het begeleidingstraject voor de aanvraag van individuele subsidies, bijvoorbeeld bij NWO of voor een ERC. Dit project hebben we met de subsidie-adviseurs van IXA (Olga Gritsai en Els den Os red.) opgezet. We ontvangen zeer positieve feedback van medewerkers.’

Roland: ‘We willen dit verder uitbouwen. Het zou bijvoorbeeld mooi zijn als we kansrijke onderzoekers die een beursaanvraag schrijven, tijdelijk vrij zouden kunnen stellen van onderwijs. Zo kunnen ze zich helemaal op het voorstel focussen. Ik zie het voor me dat we dit koppelen aan lange termijn loopbaanbeleid: jonge onderzoekers al vroeg scouten en begeleiden richting een aanvraag. Er is nu beleidsbudget voor dergelijke trajecten.’  

Ook collectieve projecten zoals Horizon 2020 verdienen meer ondersteuning, vervolgt Roland. ‘Denk aan ‘seed money’, startkapitaal om een samenwerking op te starten, zelfs al voor de aanvraag is ingediend, om zo de kans op succes te vergroten. Het heeft enorme meerwaarde als de projecttrekkers de belangrijke deelnemers naar Amsterdam kan uitnodigen om fysiek samen te kunnen werken aan de aanvraag.’

‘Nul-punt’

Chantal en Roland zijn het erover eens dat een wisseling van de wacht nu goed ‘getimed’ is. Roland: ‘Dit is een ‘nul-punt’ in de ARILS-cyclus, nu starten we met de voorbereiding van de volgende onderzoeksevaluatie’. Chantal voegt toe: ‘De aanbevelingen van de visitatiecommissie uit 2016 kunnen vanaf nu worden verwerkt. Er is zo genoeg tijd voor het uitzetten van nieuw beleid.’

Voor Chantal zelf was het bovendien een goed moment om te stoppen. ‘De functie als onderzoeksdirecteur is erg boeiend, maar neemt ook best veel tijd in beslag naast eigen onderzoek en onderwijs.'

Chantal: 'Voor mij is het belangrijk genoeg tijd te hebben om het VIDI-project Judges in Utopia, dat tot november 2019 loopt, goed af te kunnen ronden. Daarom heb ik in januari 2017 aangegeven dat ik mijn functie in het academisch jaar 2017-2018 wil overdragen. Bovendien lijkt het me voor het ARILS goed dat er na een jaar of vier, vijf een nieuw iemand met frisse ideeën naar het onderzoeksbeleid kijkt.’ 

Overkoepelend niveau

Chantal kijkt terug op een intensieve, maar leuke en interessante periode. ‘Als onderzoeksdirecteur kijk je verder dan alleen je eigen onderzoeksgroep, je ziet de faculteit op een overkoepelend niveau.' 

Volgens Chantal is het werk soms druk, maar ook dynamisch. 'Je kunt overal even binnenkijken en leert onderzoekers uit alle groepen kennen.' De samenwerking met Romy Klop, de senior-beleidsmedewerker bij ARILS, heeft ze als zeer waardevol ervaren. ‘Ze bleef altijd rustig en kende alle dossiers, je kon echt op haar bouwen’.   

Voor Roland was zijn ‘hart voor onderzoek’ de belangrijkste reden om zich kandidaat te stellen voor de functie. ‘Ik denk dat het een voordeel is dat ik uit een groep kom (Paul Scholten Centre red.) die deels uitmaakt van een zwaartepunt, en deels niet. Dat spanningsveld speelt ook een rol bij de functie die ARILS kan en moet vervullen. Ik kan met beide brillen kijken. Voor mij is onderzoeksdirecteur de mooiste onderzoeksfunctie van de faculteit.’ 

Gepubliceerd door  Amsterdam Law School