Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Terwijl in de tweede helft van de 20ste eeuw het accent in het staatsrecht verschoven is van staatsinrichting naar de grondrechten van burgers, formuleert Leonard Besselink de hypothese dat de vragen van de vroege 21ste eeuw vooral betrekking hebben op de verhouding tussen rechtsordes.

Kerngegevens van evenement De context van het staatsrecht
Datum 7 september 2012
Tijd 16:00 -16:00
Locatie Aula - Oude Lutherse kerk
dhr. prof. dr. L.F.M. (Leonard) Besselink hoogleraar FdR: Constitutioneel Recht, foto: Jeroen Oerlemans

De huidige ontwikkelingen in de positie van de staat doet de vraag rijzen of er sprake is van een zo wezenlijk nieuwe context dat de bestudering van het staatsrecht (het recht omtrent de staat) een nieuw denkraam, ‘paradigma’ vergt. We kunnen de huidige ontwikkelingen afzetten tegen het 19de-eeuwse staatsrecht, dat werd gedomineerd door vragen omtrent de democratische inrichting van de staat en de legitimatie van wetgeving en beleid. Hierbij ging het over politieke ministeriële verantwoordelijkheid, het parlementaire stelsel en kiesrechtvragen. Achteraf kunnen we vaststellen dat de contestatie van de jaren ’60, die zich uitte in staatsrechtelijke vragen omtrent onder meer de rechtstreekse of indirecte verkiezing van minister-president en burgemeester niet meer de vragen van vandaag zijn. Ze zijn in wezen in de praktijk opgelost: Nederlanders stemmen op 12 september mede op de beoogde minister-president en geen burgemeester kan benoemd worden of aanblijven als hij niet het vertrouwen van de gemeenteraad geniet. Terwijl in de tweede helft van de 20ste eeuw het accent in het staatsrecht verschoven is van staatsinrichting naar de grondrechten van burgers, formuleert Leonard Besselink de hypothese dat de vragen van de vroege 21ste eeuw vooral betrekking hebben op de verhouding tussen rechtsordes. De staat is één publieke rechtsvormende actor tussen andere: de Europese Unie, meer universele en meer sectorale internationale verbanden, terwijl ook private en hybride rechtsvormende configuraties van enorme belang zijn geworden. Het ‘Westfaalse model’, dat ten grondslag ligt aan het denken over staat en recht, is ten minste deels ingehaald door globalisering, internationalisering, Europeanisering. Dit vergt dat constitutionele verhoudingen tussen die verschillende rechtsvormende configuraties en hun rechtsordes, waarin de staat overigens nog immer van wezenlijk belang is, prominent voorwerp zijn van onderzoek. Het staatsrecht wordt zo tot constitutioneel recht, betoogt Besselink.

Aula - Oude Lutherse kerk

Singel 411
1012 XM Amsterdam

Deelname

Toegang vrij

Dhr. prof. dr. L.F.M. Besselink, hoogleraar Constitutioneel Recht