Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Onderwijsleiderschap is na het docentschap de tweede bepalende factor voor de kwaliteit van het onderwijs, betoogt Femke Geijsel in haar oratie. De complexiteit van onderwijsleiderschap doet een beroep op praktijkwijsheid waarin rationele oplossingen niet voldoende zijn om die complexiteit te omvatten. Onderzoek naar praktijken en de professionele ontwikkeling van onderwijsleiders is van belang om die wijsheid te voeden en de kwaliteit van het onderwijs te kunnen vergroten.

Kerngegevens van evenement Onderwijsleiderschap vereist wijsheid in de praktijk
Datum 4 september 2015
Tijd 16:00
Locatie Aula - Oude Lutherse kerk
Ruimte Locatie
mw. prof. dr. Femke Geijsel, bijzonder hoogleraar FMG, Onderwijskunde, i.h.b. leiderschap en management
Fotograaf: Dirk Gillissen

Onderzoek naar onderwijsleiderschap verdient meer aandacht. Hoewel bekend is dat onderwijsleiders (bestuurders, schoolleiders, teamleiders en middenkader) in belangrijke mate kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs door een focus op leren centraal te stellen, staan we nog maar aan het begin van een kennisbasis over de praktijk van onderwijsleiderschap. Geijsel beargumenteert dat meer onderzoek naar de praktijken van onderwijsleiders van belang is. Voorwaarde daarbij is onder andere dat onderzoek zich niet beperkt tot de zoektocht naar effectiviteit en ‘wat werkt’ vanuit een technisch-instrumenteel perspectief. Geijsel benadrukt ook het belang van een onderzoekende houding en onderzoek door onderwijsleiders zelf en bepleit dat er betere modellen moeten komen om de praktijkkennis uit onderzoek van studenten in masteropleidingen te accumuleren om zo de kennisbasis over onderwijsleiderschap te vergroten.

Geijsel verkent in haar oratie tevens hoe praktijken en praktijkwijsheden van onderwijsleiderschap zich momenteel ontwikkelen. Zij betoogt dat onderwijsleiders tot taak hebben om het gesprek over de bedoeling van het onderwijs met onderwijsprofessionals in de school steeds opnieuw op te zoeken en de organisatorische inrichting van het onderwijs zoveel mogelijk te laten aansluiten op de ontwikkeling van professionaliteit en praktijkwijsheid van leraren. Onderwijsleiders hebben de autoriteit om te organiseren en kunnen door zelf onderzoek te doen naar deze leiderschapspraktijken niet alleen de organisatiecapaciteit ontwikkelen maar ook een voorbeeld zijn als praktijkleerder ('reflective practitioner'). De vraag wat zinvolle vormen van leren zijn voor onderwijsleiders zelf verdient aandacht. Door zelf onderzoek te doen kunnen onderwijsleiders reflecteren over hun leidershap. In dat kader pleit Geijsel tot slot voor een grotere openheid onder onderwijsleiders over de dilemma’s die zij in hun rol en functie ervaren, niet alleen in opleidings- en coachingstrajecten maar ook op de werkvloer. Ook daarbij geldt dat we de beperkte maakbaarheid van het onderwijs beter maar onder ogen kunnen zien en de suggestie van beheersbaarheid achter ons moeten laten om tot groter inzicht in kwaliteit en effectiviteit van onderwijsleiderschap te kunnen komen.

Deelname

Toegang vrij

Aula - Oude Lutherse kerk

Ruimte Locatie

Singel 411
1012 XM Amsterdam