Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Arts en psycholoog zijn beiden effectief als ze kinderen met lichamelijk onverklaarde buikpuin behandelen. Dat concludeert Shelley van der Veek, die het effect van cognitieve gedragstherapie (CGT) onderzocht. Een jaar na afloop van de behandeling leidde CGT bij 60 procent van de kinderen tot minder buikpijn. Bij reguliere medische zorg was dat 56 procent.

Kerngegevens van evenement Arts en psycholoog even effectief bij kind met onverklaarde buikpijn
Datum 21 september 2012
Tijd 14:00

Shelley van der Veek onderzocht het effect van cognitieve gedragstherapie (CGT) bij kinderen met lichamelijk onverklaarde buikpijn. Honderdvier kinderen bezochten ofwel zes maal een psycholoog, ofwel zes maal een arts. Beide behandelingen bleken effectief. Een jaar na afloop van de behandeling leidde CGT bij 60 procent van de kinderen tot een afname van de buikpijn; bij reguliere medische zorg was dat 56 procent. De vraag is welke aspecten van beide behandelingen nu precies hebben geleid tot deze verandering. Waarschijnlijk kan de verbetering voor een deel op het conto worden geschreven van specifieke factoren, en voor een deel aan de goede band met de zorgverlener.

 

Mw. S.M.C. van der Veek: A Psychosocial Perspective on Pediatric Functional Abdominal Pain: Risk Factors and Treatment. Promotoren zijn dhr. prof. dr. F. Boer en mw. prof. dr. E. de Haan

Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.