Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Mw. dr. W. D. E. Aerts is benoemd tot bijzonder hoogleraar Politieke geschiedenis van gender in Nederland op de Wilhelmina Drucker Leerstoel aan de Faculteit der Geesteswetenschappen.

Mw. dr. W. D. E. Aerts (1952) is benoemd tot bijzonder hoogleraar Politieke geschiedenis van gender in Nederland op de Wilhelmina Drucker Leerstoel aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV) en is vernoemd naar de Amsterdamse feministe Wilhelmina Drucker (1847-1925), door wie onder andere de actiegroep Dolle Mina zich in 1969 geïnspireerd verklaarde.

Mieke Aerts richtte zich in haar onderzoek door de jaren heen steeds op onderwerpen waarin zij een historische en filosofische aanpak kon combineren. Zij schreef een aantal invloedrijke programmatische artikelen over kernbegrippen binnen genderstudies en de noodzaak van een historiserende kijk op sekse. De op haar initiatief tot stand gekomen begripsgeschiedenis van sekse in Nederland, waaraan sinds 2005 wordt gewerkt door een multidisciplinair team van auteurs, zal in de loop van 2009 verschijnen. Daarnaast publiceerde Aerts over de geschiedenis en de politieke filosofie van het feminisme in Nederland, en over het historisch aandeel van vrouwen in de Nederlandse politieke cultuur. Zo schreef ze over Nederlands eerste vrouwelijke minister, Marga Klompé (De politiek van de katholieke vrouwenemancipatie, 1994 en In afwachting van de première, 2005).

De laatste jaren is Aerts vooral geïnteresseerd geraakt in processen van ‘politisering' en ‘depolitisering': de manier waarop en de voorwaarden waaronder verhoudingen en zaken politiek worden gemaakt of juist niet. De invalshoek gender zet onderzoek naar dergelijke processen op scherp, omdat sekse pas relatief recent voorwerp is geworden van politisering en meestal ook beleefd wordt als een persoonlijke hoedanigheid, soms zelfs als een natuurlijke (biologische) categorie. Onderzoek naar sekse als politieke kwestie werpt dus licht op de mogelijkheden en beperkingen van het politiseren van persoonlijke hoedanigheden of ‘zijnskwesties' (d.w.z. menselijke praktijken die niet worden beleefd als ‘wat je doet' of ‘wat je hebt', maar als ‘hoe of wie je bent', als een deel van je identiteit). Dat levert inzichten op die ook relevant zijn als het gaat om bijvoorbeeld etnische, nationale, seksuele of religieuze identificaties. De focus van Aerts' onderwijs en onderzoek ligt op Nederlandse ontwikkelingen, maar dan wel in het besef dat politieke repertoires altijd onderhevig zijn aan een levendige import en export, die zich weinig aantrekt van grenzen in welke betekenis van het woord dan ook.

Aerts begon haar wetenschappelijke carrière aan de UvA, waar ze vanaf 1980 werkte als universitair docent Vrouwenstudies Sociale Wetenschappen en vanaf midden jaren negentig als universitair docent Politicologie. Na enkele jaren als postdoc-onderzoeker Geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht is zij sinds 2001 vooral werkzaam als zelfstandig onderzoeker en als affiliated senior onderzoeker bij het IIAV.