Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Hoe kan evolutie leiden tot samenwerking en altruïstisch gedrag? Er zijn twee klassieke verklaringen: structuur in de populatie en herhaling. Beide verklaringen zijn tot nog toe afzonderlijk bekeken, maar UvA-onderzoeker Matthijs van Veelen formuleerde met collega's een theorie die beide ingrediënten in zich verenigt. Hun bevindingen verschenen deze week in PNAS.

Hoe kan evolutie leiden tot samenwerking en altruïstisch gedrag? Er zijn twee klassieke verklaringen in omloop: structuur in de populatie en herhaling. Beide verklaringen zijn tot nog toe afzonderlijk bekeken, maar onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, Harvard University en het Max Planck Instituut Plön formuleerden nu een theorie die beide ingrediënten in zich verenigt. Hun bevindingen verschenen deze week in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Evolutie kent geen genade. Het selecteert succes en verwijdert mislukkingen. Het ligt voor de hand om te denken dat bij een dergelijk proces vooral zelfzuchtig gedrag komt bovendrijven. Toch zijn er in de natuur allerlei vormen van samenwerking te vinden, en ook mensen steken elkaar regelmatig de helpende hand toe. Eén van de grote vragen is hoe dat kan. Hoe kan evolutie leiden tot samenwerking en altruïstisch gedrag?

Het prisoner’s dilemma

Biologen en economen modelleren dit probleem met het prisoner’s dilemma. Dat is een situatie waarin twee individuen allebei kunnen kiezen uit twee opties: samenwerken of niet. Als je samenwerkt, betaal je daar een zekere prijs voor, en je helpt daar de ander mee. Als je niet samenwerkt, kost dat je niks, terwijl je wel profiteert van de ander, als die zo aardig is geweest om wel samen te werken. In deze gestileerde situatie zit een spanning tussen collectief en individueel belang: beiden zijn beter af als ze allebei samenwerken. Maar vanuit het oogpunt van het individu kun je beter niet samenwerken. Zonder verdere toevoegingen zou evolutie in zo’n situatie dan ook niet tot samenwerking leiden.

Populatiestructuur en herhaling

Er zijn echter twee klassieke manieren waarop het anders kan lopen. De eerste is dat er in een populatie een zekere structuur zit. Als het niet totaal willekeurig is wie met wie in zo’n situatie terecht komt, maar interacties plaatsvinden tussen individuen die een verhoogde kans hebben om hetzelfde gedrag te vertonen, kan je toch evolutie van samenwerking krijgen.

Een tweede bekende verklaring is herhaling. Als we vaker samen in hetzelfde schuitje zitten, dan kunnen we elkaar ook met gelijke munt betalen voor wat we ons nog herinneren van de vorige keer. Als ik jou jouw slechte gedrag betaald zet, en jij mij mijn misdragingen, dan kunnen we elkaar in evenwicht houden.

Eén plus één

Beide verklaringen worden normaal gesproken apart bekeken, maar Matthijs van Veelen (UvA) en zijn collega’s verenigden ze in één theorie. Voor de omstandigheden die de menselijke soort karakteriseert – relatief veel herhalingen en relatief weinig populatiestructuur – voorspelt het model bovendien een behoorlijk hoog gemiddeld niveau van samenwerking, en veel reciprociteit; een goede match met menselijk gedrag.

Publicatiegegevens

Matthijs van Veelen, Julián García, David G. Rand en Martin A. Nowak: Direct reciprocity in structured populations. PNAS Early Edition (4 juni 2012)