Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

De zoektocht naar een heldere omschrijving van Europees sociaal beleid kon tien jaar geleden nog worden afgedaan als een nuttige, maar niet noodzakelijke oefening, Nu is het echter een existentiële kwestie voor de toekomst van de Europese Unie. Dit stelt Frank Vandenbroucke in zijn oratie, die hij donderdag 7 juni uitsprak.

De zoektocht naar een heldere omschrijving van Europees sociaal beleid kon tien jaar geleden nog worden afgedaan als een nuttige, maar niet noodzakelijke oefening, Nu is het echter een existentiële kwestie voor de toekomst van de Europese Unie. Dit stelt Frank Vandenbroucke in zijn oratie, die hij donderdag 7 juni uitsprak vanwege zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar op de Den Uyl-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). De Dr. J.M. den Uyl-leerstoel van de Wiardi Beckman Stichting is sinds 1988 gevestigd aan de UvA. Jan Pronk, Ad Oele, Ed van Thijn en Ad Geelhoed († 2007) vervulden eerder dit hoogleraarschap.

Onder het motto ‘Europa: de sociale uitdaging’ wil Vandenbroucke in zijn oratie uitdrukkelijk niet de zoveelste klaagzang aanheffen over de afwezigheid van een sociale dimensie in het Europese beleid. Uit een kritisch overzicht van argumenten voor een Europees sociaal beleid concludeert hij wel dat minimale overeenstemming over ‘het sociale’ een bestaansvoorwaarde is voor de Unie. Een gemeenschappelijke gerichtheid op sociaal investeringsbeleid is daarbij belangrijk, maar ook moet duidelijk worden wat de lidstaten aan elkaar verschuldigd zijn en wat ze van elkaar mogen eisen. Het draait om de vraag of ‘wederkerigheid’ kan worden ingebouwd in institutionele relaties tussen lidstaten, zoals sociaal beleid binnen elk van de lidstaten steunt op wederkerigheid tussen mensen.

Vandenbroucke benadrukt dat de inkomensongelijkheid in de Europese Unie even groot is als de inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten, al neemt deze een heel andere vorm aan. De vraag is dan ook hoe een beweging op gang kan worden gebracht waarbij zowel de pan-Europese als de nationale cohesie toenemen. Als de Europese Unie haar lange-termijndoel vast wil leggen in een geest van wederkerigheid, dan is een sociaal investeringspact nodig. Deze sociale investeringsgedachte is niet nieuw, maar de argumenten die een decennium eerder op tafel lagen om het sociaal beleid sterker op te vatten als investering in menselijk kapitaal en in het aanpassingsvermogen van gezinnen en individuen zijn vandaag nog even actueel.

De Europese Unie is gevangen in een te smal kader, zo stelt Vandenbroucke. De bepalingen van het sociale investeringsbeleid moeten een plaats krijgen in de budgettaire bewakingsmechanismen. Enerzijds is er een sterke druk nodig op de lidstaten zodat hun sociaal en onderwijsbeleid effectief en efficiënt kunnen zijn; anderzijds moet de Unie de voorwaarden creëren waardoor lidstaten die momenteel in zeer grote problemen zijn ook kunnen slagen in de noodzakelijke aanpassingen op korte en lange termijn.

Over Frank Vandenbroucke

Vandenbroucke is een bekend gezicht in de Vlaamse politiek; hij was onder meer Belgisch Minister van Sociale Zaken en Vice-minister-president van de Vlaamse regering en Vlaams Minister van Werk, Onderwijs en Vorming. In november 2009 werd hij benoemd tot Minister van Staat.