Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

De NWO kent de Spinozapremie, de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap, toe aan prof. dr. Annemarie Mol, hoogleraar Antropologie van het lichaam aan de UvA. Zij ontvangt 2,5 miljoen euro, vrij te besteden aan onderzoek naar keuze.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) kent de Spinozapremie, de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap, toe aan prof. dr. Annemarie Mol, hoogleraar Antropologie van het lichaam aan de Universiteit van Amsterdam. Zij ontvangt 2,5 miljoen euro, vrij te besteden aan onderzoek naar keuze.

NWO kent de Spinozapremie jaarlijks toe aan maximaal vier Nederlandse onderzoekers die internationaal tot de absolute top van de wetenschap behoren. De prijs is een eerbewijs voor wat de onderzoekers in hun wetenschappelijke carrière bereikt hebben. Daarnaast is de premie een stimulans voor verder onderzoek. Naast Mol ontvangen microbioloog Mike Jetten (Radboud Universiteit Nijmegen), wiskundige Ieke Moerdijk (Radboud Universiteit Nijmegen) en astronoom Xander Tielens (Universiteit Leiden) de premie.

In haar onderzoek combineert Mol filosofie, medische sociologie, antropologie en wetenschaps- en techniekonderzoek. Zij kijkt met de bril van een antropoloog naar alledaagse praktijken en verandert zo vastgeroeste denkkaders. Hoe praten we over ziekte en wat doen we ermee? Wat is zorgen? Wat is het eigenlijk om te eten? Haar benadering van dit soort vragen inspireert onderzoekers over de hele wereld, vooral binnen de sociale wetenschappen.

Mol publiceerde boeken en artikelen over uiteenlopende onderwerpen. In haar boek The Body Multiple (Duke University Press, 2002) beargumenteert zij dat een ziekte niet een vastomlijnd verschijnsel is, maar dat verschillende medische technieken elk een net iets ander ‘ding’ kennen en behandelen. Haar onderzoek benadrukt dat kennen deel uitmaakt van kennispraktijken die zowel sociale als technische dimensies hebben. In De logica van het zorgen (Uitgeverij Van Gennep 2006) beschrijft Mol hoe het ideaal van ‘kiezen’ botst met de realiteit van het leven met een ziek lichaam. In Care in Practice (Transcript 2010) werkte ze samen met collega’s de verhevenheid tussen techniek en zorgen verder uit. In 2009 ontving Mol een ERC Advanced Grant voor onderzoek naar het ‘etende lichaam in de westerse praktijk en theorie’. Dat onderzoek liet onder andere zien dat kennis over calorieën ontwikkeld is in een context van schaarste en niet zomaar naar een context van overvloed te verplaatsen valt.

Wetenschappelijke loopbaan

Mol (1958) studeerde geneeskunde (vrije studierichting) en wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 1989 aan de Rijksuniversiteit Groningen in de wijsbegeerte. Tussen 1990 en 1995 werkte ze met een Constantijn en Christiaan Huygensbeurs aan de Universiteit Maastricht en de Universiteit Utrecht. Vanaf 1996 was zij Socrates Hoogleraar politieke filosofie en senior onderzoeker aan de Universiteit Twente. In 2008 werd zij benoemd tot Socrates Hoogleraar Sociale theorie, Humanisme & Materialiteit aan de UvA. In 2010 volgde haar benoeming tot hoogleraar Antropologie van het lichaam aan de UvA. Sinds 2006 is Mol lid van de Sociaal Wetenschappelijke Raad van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW).

Spinozapremies en de UvA

De Spinozapremie wordt sinds 1995 jaarlijks uitgereikt. Mol is de elfde onderzoeker van de UvA aan wie de premie wordt toegekend. Sterrenkundige Ed van de Heuvel (1995), logicus Johan van Benthem (1996), fysisch chemicus Daan Frenkel (2000), bioloog Ronald Plasterk (1999), natuurkundige Robbert Dijkgraaf (2003), sterrenkundige Michiel van der Klis (2004), wiskundige Lex Schrijver (2005), letterkundige Joep Leerssen (2008), communicatiewetenschapper Patti Valkenburg (2011) en theoretische natuurkundige Erik Verlinde (2011) gingen haar voor.

De officiële uitreiking van de premie en het Spinozabeeldje vindt plaats op 7 september.