Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Met een Vidi-subsidie van NWO verzamelde en analyseerde UvA-onderzoeker Jacqueline Borsje verhalen en mythes over het boze oog.

Als blikken konden doden... Dat kunnen ze, volgens middeleeuwse Ierse teksten. Het geloof in kwaadaardige, boze of afgunstige ogen die vernietigende blikken werpen, was - en is - wijdverspreid. Met een Vidi-subsidie van NWO verzamelde en analyseerde UvA-onderzoeker Jacqueline Borsje verhalen en mythes, maar ook wetteksten om op zoek te gaan naar de betekenis van het boze oog. In haar recent uitgebrachte boek The Celtic Evil Eye and Related Mythological Motifs in Medieval Ireland laat ze zien hoe het boze oog in het dagelijkse leven een rol speelde en hoe mensen zich er uit alle macht tegen probeerden te beschermen.

Borsje brengt voor het eerst een grote verzameling aan teksten samen waarin het boze oog centraal staat. Het geloof dat het boze oog kwaad kan doen, bestaat inmiddels al meer dan vijfduizend jaar, en is heel hardnekkig. Volgens de Ierse Middeleeuwers zou iedereen die iets of iemand bewondert of benijdt, in staat zijn om het boze oog te werpen. En alles wat begerenswaardig is, zou in de ban van het boze oog kunnen raken. ‘Nieuw leven’, zoals baby’s, jonge kinderen en jonge dieren, zou hier met name kwetsbaar voor zijn. Om het ongeluk niet over zich af te roepen, sprak men vaak in bedekte termen en metaforen over het boze oog. Het onderzoek van Borsje heldert veel van dit soort metaforen op.

Manifestaties van het boze oog

Tegenslag werd vaak aan het boze oog toegeschreven, en was een belangrijk aspect van bijgeloof. Boter karnen bijvoorbeeld was in de middeleeuwen een delicaat proces. Wanneer het mislukte, nam men aan dat iemand het proces op bovennatuurlijke wijze had verstoord, bijvoorbeeld door het boze oog te werpen. Ook als een koe weinig melk gaf, kon het boze oog hiervan de oorzaak zijn: iemand had de melk ‘gestolen uit de uier’. Het geloof ging zo ver dat in middeleeuwse wetteksten zelfs staat dat ‘het boze oog werpen’ werd beschouwd als een criminele daad waarop straf stond.

Bezitters van het boze oog

Het boze oog bezitten bleef niet zonder gevolgen, laat Borsje zien. Ogen met gebreken of afwijkingen, zoals blindheid, loensen of ongelijk gekleurde ogen werden ervan verdacht ‘boze ogen’ te zijn. In middeleeuwse Ierse verhalen worden vooral eenogigen en mensen met een blind of ziek oog gezien als bezitters van het boze oog. In wetteksten krijgen mensen met het boze oog strenge regels opgelegd: ze mogen bijvoorbeeld niet om ‘frivole redenen’ hun huis verlaten. Zulke mensen werden beschouwd als brengers van schade en onheil.

Bescherming tegen het boze oog

De analyse van Borsje werpt ook licht op de vraag hoe mensen dachten aan de invloed van het boze oog te kunnen ontsnappen. Ze gebruikten amuletten, gebaren en natuurlijke producten als speeksel en knoflook als bescherming. In Ierland was zegenen (in woord of gebaar) het belangrijkste beschermingsmiddel. De Ieren hadden ook speciale beschermingsteksten, die mensen konden uitspreken of op zich dragen. Zulke teksten worden aangeduid met termen voor wapenrusting of beschermende kleding; het bekendst is de lorica, het pantser. Het zich beschermen tegen het boze oog is niet uitgestorven: als een baby in Ierland bewonderd wordt, voegt men vaak ‘God bless him/her’ toe.

Publicatiegegevens

Het onderzoek van Borsje naar het boze oog in middeleeuwse Ierse teksten is gebundeld in het boek The Celtic Evil Eye and Related Mythological Motifs in Medieval Ireland, te bestellen via onderstaande verwijzing.

Zie ook