Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Scholen zijn sinds 1 februari 2006 verplicht om actief burgerschap bij leerlingen bevorderen. Maar hoe moeten ze dat doen en welke factoren zijn daarbij van belang? Prof. dr. Geert ten Dam en prof. dr. Anne Bert Dijkstra van de Universiteit van Amsterdam ontvingen een NWO PROO-subsidie voor onderzoek hiernaar.

In een andere studie waarvoor de UvA samen met  de Rijksuniversiteit Groningen een NWO PROO-subsidie ontving, doen beiden onderzoek naar de mate waarin burgerschapscompetenties beklijven.

Elke school vult de opdracht met betrekking tot het bevorderen van actief burgerschap in op zijn eigen manier. Er zijn geen wettelijke richtlijnen waarover het onderwijs precies moet gaan. ‘Merkwaardig’, zegt Ten Dam. ‘Aan de ene kant wordt scholen iets opgedragen, maar aan de andere kant is onduidelijk wat er van hen wordt gevraagd en hoe ze dat moeten doen.’ Dijkstra: ‘Door middel van ons onderzoek proberen we inzicht te verwerven in de invloed van de school op burgerschap van leerlingen. De aanname van de overheid is in elk geval dat scholen invloed kúnnen uitoefenen op de burgerschapscompetenties van hun leerlingen. Wij willen onderzoeken wat precies de invloed is van de school, en wat werkt en wat niet.’ De onderzoeksprojecten worden samen met een groep UvA-collega’s en onderzoekers bij de Erasmus Universiteit en de Universiteit Groningen uitgevoerd.

Wat verwachten wij van leerlingen?

Het UvA-onderzoeksprogramma richt zich op twee deelonderwerpen. Allereerst burgerschapscompetenties en de effectiviteit van de school. Hierin ligt de focus op de bijdrage van de school – in hoeverre slaagt deze school erin om burgerschapscompetenties op leerlingen over te brengen en in hoeverre zijn er verschillen tussen leerlingen op dat gebied? Daartoe maken de onderzoekers een model waarmee deze uitkomsten kunnen worden gemeten. Daarnaast ontwikkelen zij een nieuw meetinstrument op het gebied van burgerschapskennis. Ten Dam: ‘Eerst willen we graag weten: hoe hoog moet de lat, wat zouden leerlingen moeten weten? Die vragen stellen we niet alleen aan experts, maar ook aan relevante groepen “gewone” Nederlanders. Vinden zij bijvoorbeeld dat een vwo’er over dezelfde kennis moet beschikken als een vmbo’er? Op basis van die informatie kunnen we de toets breed valideren.’

Algemene en specifieke kenmerken van de school

Het tweede deelonderzoek richt zich op de algemene en specifieke kenmerken van de school die kunnen bijdragen (of juist niet) aan de burgerschapscompetenties van leerlingen. ‘Hierbij kijken we naar de potentieel relevante kenmerken van scholen’, vertelt Dijkstra. ‘Daarbij linken we de informatie uit het eerste project aan de scholen waarop deze leerlingen zitten. Dat geeft niet alleen inzicht in de mate waarin scholen kunnen bijdragen, maar kunnen we er ook achter komen welke aanpak werkt en welke niet. Met deze kennis kunnen scholen beter sturen en daarmee aan hun opdracht voldoen met betrekking tot de bevordering van actief burgerschap.’
Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie