Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Uitgesproken door dr. Louise J. Gunning-Schepers, voorzitter College van Bestuur:

Dames en heren,

Laat ik om te beginnen zeggen dat ik het vreselijk vind dat het zo ver heeft moeten komen dat vandaag een pand van de universiteit door de politie ontruimd moest worden. Dat wilden wij niet. Wij hebben alles gedaan om dat in de afgelopen periode te voorkomen.

In de afgelopen dagen hebben wij uitvoerig onderhandeld, zelfs met hulp van de Burgemeester. Wij hadden afgesproken daarover geen mededelingen te doen, ons stil te houden, dus dat hebben wij ook gedaan. Er hebben lange gesprekken plaatsgevonden waarin een delegatie van de bezetters en het bestuur van de universiteit met een conceptakkoord zijn  gekomen. Dat had de bezetting kunnen beëindigen, maar een deel van de bezetters kon zich niet vinden in de toezeggingen.  Daardoor was er geen andere optie meer dan een ontruiming.

Ik wil even terug naar het begin, om u mee te nemen in de overwegingen van het College van Bestuur.

Dit is de derde bezetting op rij, bij de eerste zijn we er met gesprekken uit gekomen, de tweede bezetting was het Spinhuis.

U weet nog wel. Een paar maanden geleden kraakte een deel van deze groep het Spinhuis. Wij hebben toen uitgebreid en meermalen met hen gepraat, voorstellen gedaan en geprobeerd tot overeenstemming te komen. Dat lukte niet. Uiteindelijk moesten wij naar de rechter, die in tweede instantie de UvA in het gelijk stelde en de krakers (het ging toen om een kraak) beval het Spinhuis te verlaten.

Bij het Spinhuis ging het echter om een leegstaand deel van een pand. Het Bungehuis is anders. En daarom hebben wij een andere afweging gemaakt. We zijn namelijk ook verantwoordelijk voor onderwijs en onderzoek. Hier werken en studeren honderden mensen. Daarom moet het Bungehuis voor hen toegankelijk blijven. 

Wij zagen echter ook dat deze groep studenten legitieme onderwerpen aankaart over de universiteit van vandaag, over het onderwijs en misschien zelfs ook over sommige beslissingen die wij als College van Bestuur hebben genomen. Zij wilden daarover praten. Dat kan, dat mag, dat is goed, daarvoor is ruimte. Maar wij wilden dat gesprek niet in een Bungehuis dat bezet is.

Er staan ook grote onderwerpen over universiteiten op de politieke agenda: de langstudeerdersboete, de Wet Studievoorschot, en binnenkort de Strategische Agenda Hoger Onderwijs.

Vandaar dat wij hen een andere plek aanboden voor die discussies. En toezeiden in gesprek te gaan over de onderwerpen die zij aankaarten. De agenda’s daarvoor waren getrokken.

(De indruk ontstond dat wij niet wilden praten. Dat is niet juist. Wij wilden wel praten, maar niet in het Bungehuis).

De indruk onstond ook dat wij niets wilden toegeven. Die indruk is ook onjuist, alleen wilden en willen wij dat niet op stel en sprong, niet onder hoge druk en niet zonder overleg en instemming van al die andere organen in de universiteit die over dit soort zaken meepraten en meebeslissen: de studentenraad, de ondernemingsraad, de decanen van de faculteiten, de onderwijsdirecteuren.

Omdat er uiteindelijk een patstelling ontstond, besloten wij naar de rechter te gaan, terwijl wij de debatten over de universiteit gewoon wilden blijven voeren. Dat hebben wij ook duidelijk gemaakt. Die gang naar de rechter was om te zorgen dat mensen in het Bungehuis weer aan het werk konden. Het werd echter gezien als machtsvertoon, en dat betreur ik ten zeerste. Het ging om continuïteit van onderwijs en onderzoek, niet om het uit de weg gaan van dialoog. De dwangsom is naar standaard, maar wekte een verkeerde indruk. Dat geef ik toe. Dat had echt anders gemoeten.

Nadat de rechtszaak gewonnen was door de universiteit hadden wij verwacht dat de bezetters zouden vertrekken en de dialoog kon beginnen. Dat is een misvatting geweest en dat vind ik teleurstellend.

De gesprekken bij de burgemeester waren vervolgens constructief en de toezeggingen die wij daar gedaan hebben waren gemeend.

Dat brengt mij bij een laatste punt in de beeldvorming: de suggestie of het idee dat wij alleen maar een soort praatrondes willen organiseren, om er vanaf te zijn, zonder toezeggingen te doen. Dat raakt mij.

Ja, we hebben op sommige punten geen toezeggingen gedaan vooraf. Maar iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik een debatronde niet aanga om alleen te luisteren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die suggestie opvat als een belediging aan de waarde van het academisch debat, en aan de historie van deze universiteit.

Die historie - parallellen zijn evident vandaag - brengt mij ook op de toekomst. Ja, wij willen die handschoen oppakken. Nee, wij zijn niet bang voor dat debat. Ja, wij zijn bereid om op punten veranderingen door te voeren. En ja, er zijn nu al punten waarop ik zo kan zeggen dat ik met de bezetters de handen ineen kan slaan en waarin wij elkaar vinden.

Ik heb al eerder de doorgeslagen flexcontracten genoemd. Wij hebben gesproken over referenda in faculteiten en misschien wel het belangrijkste: ook ik vind dat de financiering van de universiteit op punten te veel op kwantiteit is gericht en te weinig op kwaliteit. Het rendementsdenken waar de bezetters het over hebben, moeten wij ter discussie stellen. Juist nu in Den Haag de toekomst van universiteiten op de politieke agenda staat, moeten we deze punten inbrengen.

 

Dank u wel.