Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

De UvA heeft de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in de Tweede Kamer een brief gestuurd, ter voorbereiding op het plenaire debat op donderdagavond 21 mei 2015. Het debat gaat naast betere medezeggenschap en het behoud van unieke studies in de Geesteswetenschappen ook over kwaliteit, bestuurscultuur en financiering in het hoger onderwijs. Lees hier de volledige brief.

Agnietenkapel

 

Onderstaande brief is op woensdag 20 mei verstuurd: 

Geachte leden van de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Komende donderdag staat een plenair debat gepland over betere medezeggenschap en het behoud van unieke studies in de Geesteswetenschappen. Het debat gaat ook over kwaliteit, bestuurscultuur en financiering in het hoger onderwijs. Onderwerpen die de afgelopen periode in en buiten Nederland leidden tot acties, maar bij de Universiteit van Amsterdam ook de aanzet gaf tot vele debatten en constructieve gesprekken met studenten en medewerkers. Graag geven wij u in deze mail inzicht in de ontwikkelingen en onderwerpen die daarbij het meest ter sprake zijn gekomen of wellicht enige toelichting kunnen gebruiken.  

Over de UvA

De Universiteit van Amsterdam heeft een lange geschiedenis. Voortgekomen uit het Athenaeum Illustre (1632) behoort de UvA nu tot de grote algemene universiteiten in Europa met ruim 30.000 studenten, 5.000 medewerkers, meer dan 100 nationaliteiten en een budget van meer dan 600 miljoen euro. De UvA heeft 7 faculteiten waar onderwijs en onderzoek plaatsvinden op het gebied van geesteswetenschappen, sociale wetenschappen, economie en bedrijfskunde, rechtsgeleerdheid, natuurwetenschappen, geneeskunde en tandheelkunde. Jaarlijks verschijnen circa 10.000 wetenschappelijke publicaties van UvA-medewerkers. Het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek behoort op veel gebieden tot de internationale top. De uiteenlopende toepassingsgerichte onderzoekprogramma's zijn deels multidisciplinair van aard en gericht op concrete en actuele maatschappelijke vraagstukken.

Meer democratisering van de universiteit

Het debat over kwaliteit, bestuurscultuur en financiering in het hoger onderwijs heeft de afgelopen maanden geleid tot uitgangspunten voor een meer democratische, vernieuwde universiteit. Het formuleren van een 10-puntenplan markeerde hierbij een belangrijk moment. Gezamenlijk met studenten, medewerkers en actiegroepen is afgesproken dat twee onafhankelijke commissies onderzoek doen om een concrete invulling te geven aan de uitgangspunten van het 10-puntenplan. Deze twee onafhankelijke commissies voor respectievelijk financiën en democratisering worden op dit moment samengesteld. Vicerector Edgar du Perron, tevens decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, ondersteunt deze commissies en de daaruit voortkomende hervormingsvoorstellen met als doel om álle leden van de academische gemeenschap hierbij te betrekken.

Geesteswetenschappen: hoe behouden we de kleine talen

De Faculteit der Geesteswetenschappen (FGw) is een vitaal onderdeel van de Universiteit van Amsterdam en heeft internationaal gezien een zeer sterke positie. De studentenaantallen zijn echter de afgelopen jaren flink teruggelopen. De instroom aan de FGw is in 5 jaar met 23% gedaald van 2833 naar 2170 in 2014-2015 en het totaal aantal FGw-studenten is in dezelfde periode met 17% gedaald van 7852 naar 6483 in 2014-2015. Landelijk bedroeg de daling 11% voor alle opleidingen in dit domein.

De kleine talen, bacheloropleidingen op het gebied van talen en culturen die worden aangeboden door de FGw, hebben dit jaar samen 273 bachelorstudenten, waarvan 86 eerstejaars. In het piekjaar 2009-2010 bedroegen deze aantallen nog 370 en 142. Minder studenten betekent navenant minder inkomsten uit Den Haag en uit collegegelden. Het dalende studentental compenseert de UvA al jaren met een extra vast budget van circa 3 miljoen uit de onderwijsopslag van de rijksbijdrage, bovenop de ruim 1,5 miljoen aan studentgebonden inkomsten uit rijksbijdrage en collegegeld die deze studenten met zich meebrengen.

Een essentiële vraag bij uw Kamer is steeds geweest hoe we  voorkomen dat de zogenaamde unica, de talen die op één Nederlandse universiteit  wordt aangeboden, op den duur verdwijnen. Dit is een belangrijk doel, ook voor de Universiteit van Amsterdam. Om het palet aan onderwijs op het terrein van talen en culturen in stand te houden en te versterken, zullen twee majeure problemen moeten worden geadresseerd: de structurele daling van de belangstelling voor de klassieke, filologisch georiënteerde talenopleidingen en de problemen in de bekostiging van kleine tot zeer kleine programma’s.

Wat de problemen in de bekostiging van kleine tot zeer kleine programma’s betreft is het van groot belang zich te realiseren dat de ambitie van een academisch specialisme beduidend meer vraagt dan wat taalcursussen. Te beginnen met expertise op het terrein van de taalkunde, cultuur en geschiedenis. Hiervoor is een team van academisch geschoolde krachten nodig, die zowel onderwijs als onderzoek verzorgen. De kosten per specialisme komen hiermee al gauw neer op enkele tonnen.

De laatste jaren laten een sluipende verschraling zien in het onderhoud van de noodzakelijke expertise: met de terugloop in studentenaantallen is ook de staf gekrompen en zonder ingrijpen zal deze neergang niet ophouden. Precies dat is wat voorkomen moet worden – ook al omdat dit de kwaliteit van het facultaire onderwijs en onderzoek in de volle breedte zal raken.

Zodra een opleiding minder dan ongeveer 20 studenten heeft, is de Faculteit aangewezen op zogenaamde 'kruissubsidie': andere, grotere opleidingen moeten dan meebetalen aan het behoud van de kleinere opleidingen. Dit is op zichzelf niet uitzonderlijk, maar kent uiteraard ook zijn grenzen. De uitdaging waarvoor de FGw zich gesteld ziet, is hoe – bij de huidige ontoereikende financiering – de rijke expertise op het terrein van talen en culturen van Europa toch kan worden behouden en waar nodig versterkt. De studenten, docenten en actiegroepen binnen de FGw beraden zich momenteel intensief welke richting ingeslagen moet worden. De cruciale vraag is of de faculteit financieel bij machte is om alle talen die nu als zelfstandig programma worden aangeboden een duurzame toekomst op voldoende academisch niveau kan bieden – hetzij in de bestaande monodisciplinaire vorm dan wel in de vorm van een programma met een volwaardige major op het terrein van taal & cultuur.

Medezeggenschap

Democratie is voor onze instelling traditioneel een belangrijk thema. De UvA heeft twee formele medezeggenschapsorganen op centraal niveau: de Centrale Ondernemingsraad (COR) en de Centrale Studentenraad (CSR). Naast deze centrale raden is er op elk van de zeven faculteiten ook een facultaire ondernemingsraad en een facultaire studentenraad. De ondersteunende diensten hebben een eigen raad. Overleg tussen het College van Bestuur en de COR en de CSR vindt regelmatig plaats in verschillende vormen.

Naast de medezeggenschapsraden spelen ook de opleidingscommissies een actieve rol om de koers en de inhoud van de opleidingen mee te bepalen en ze hebben een belangrijke taak in de zorg voor de kwaliteit voor het onderwijs(proces). Deze rol gaat nadrukkelijk verder en is breder dan de wettelijk omschreven taken van de Opleidingscommissie. De opleidingscommissies bestaan, zoals wettelijk bepaald, voor de helft uit studenten van de betreffende opleiding en voor de helft uit docenten.                                                                                            

Inspraak kleine talen

Inspraak en advies vinden uiteraard ook buiten de formele structuren plaats. Hoe dat precies wordt geregeld, is sterk afhankelijk van het type dossier en het concrete onderwerp. In de dagelijkse praktijk worden regelmatig specifieke werk- of dossiergroepen samengesteld. Bij de uitwerking van de eerste versie van het veelbesproken Profiel 2016 van de Faculteit der Geesteswetenschappen waren bijvoorbeeld op allerlei momenten en in verschillende vormen veel van de medewerkers en studenten betrokken. In de afgelopen maanden waren er vervolgens tientallen overleggen van het faculteitsbestuur met de FSR, de OR, de raad van de Graduate School, alle facultaire bestuurders, de onderzoeksraad, de raad van de afdelingsvoorzitters, de raad van het College of Humanities en verschillende individuele hoogleraren en opleidingsdirecteuren. In totaal waren er ongeveer 300 mensen bij deze overleggen betrokken. Daarnaast waren er tussen begin december en half januari acht verschillende werkgroepen van medewerkers en studenten aan het werk en was er vanaf half december een online discussieplatform beschikbaar voor alle betrokkenen, een initiatief van de OR, de FSR en de faculteit samen.

Huisvesting: van 85 panden naar 4 stadscampussen

Veel discussie is er binnen de UvA over de financiering van de huisvesting. De UvA is bezig de huisvesting van onderwijs en onderzoek terug te brengen van zo’n 85 panden door de hele stad naar vier campussen: de Binnenstadscampus, de Roeterseilandcampus, het Science Park en het AMC. In 2025 moet dit alles gereed zijn.

De UvA is ongeveer vijftien jaar geleden begonnen met deze complexe, maar voor de uitoefening van de kerntaken belangrijke operatie. Aanleiding voor deze plannen zijn de toenemende ongeschiktheid van sommige panden voor het onderwijs en onderzoek, de slechte staat van veel van de panden, de lastige beheersbaarheid door de zeer verspreide ligging van al die panden, en de belemmering hierdoor voor samenwerking tussen de verschillende disciplines.

De beweging die de UvA maakt is niet uniek. Wereldwijd zien we positieve ervaringen met onderwijs op campussen. Het succes van het Science Park van de UvA leert dat deze positieve ervaringen ook voor Amsterdam opgaan. De banden binnen de universiteit worden versterkt en samenwerking met andere wetenschappelijke disciplines, bedrijven, overheid en maatschappelijke organisaties gestimuleerd.

Om ervoor te zorgen dat dat de investeringen voor renovatie en nieuwbouw niet te hoog oplopen, zijn harde afspraken gemaakt. Zo mogen de huisvestingslasten (huur, rente, afschrijving  en groot onderhoud) nooit meer bedragen dan 12% van alle uitgaven. Hiertoe zijn leningen afgesloten, waarbij gezorgd is voor langlopende vaste rentes, zodat de UvA geen last heeft van (risicovolle) schommelingen.

Faculteiten die hun intrek nemen op een campus, laten in een aantal gevallen hun oude panden leeg achter. Deze zijn geen object van speculatie. Daar waar deze panden niet meer door de UvA zelf worden gebruikt, wordt gekeken naar herbestemming, bijvoorbeeld verhuur aan een partnerorganisatie, of verkoop. Eventuele tekorten op het vastgoed worden zo opgevangen binnen het huisvestingsbudget en worden niet afgewenteld op onderwijs en onderzoek in de faculteiten. 

Vraag aan de minister

We hebben begrepen dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voornemens is de middelen die vrijkomen vanwege de komst van het sociale leenstelsel onder andere te investeren in het aantrekken van minstens honderden nieuwe docenten in het hoger onderwijs. Wij zouden graag zien dat de minister daar al in het plenaire debat in de Tweede Kamer aanstaande donderdag meer concreet over zou worden hoe, waar en wanneer deze docenten worden ingezet. Voor de UvA is het van belang reeds nu inzicht te krijgen in de mogelijke effecten van de maatregel op de belangrijke afwegingen waarvoor de universiteit staat.

Wij zijn graag bereid om u meer informatie te verschaffen. Een telefonisch overleg met waarnemend voorzitter College van Bestuur, tevens rector magnificus, Dymph van den Boom is voorafgaand aan het Kamerdebat ook mogelijk.

 

Met vriendelijke groet,
het College van Bestuur

 

prof. dr. Dymph van den Boom
prof. dr. Hans Amman
prof. mr. Huib de Jong