Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Jongerenwerk dat zich richt op talentontwikkeling - bijvoorbeeld muziek maken of sporten - blijkt jeugdcriminaliteit te helpen voorkomen. Maar dit geldt alleen voor jongeren die nog geen delicten plegen, of die alleen beginnend crimineel gedrag vertonen. Bij jongeren die al op het criminele pad zijn, sorteren de programma’s maar weinig effect. Dat blijkt uit het onderzoek van Maike Kooijmans van Avans Hogeschool. Zij promoveert op vrijdag 13 mei aan de UvA op dit onderzoek.

FlickrCC
Foto: FlickrCC, Katie Dalton

Samen met vier jongerenwerkers, twee docentonderzoekers en acht studentonderzoekers volgde Kooijmans gedurende drie jaar een groep van vijftig jongens. Die jongens namen deel aan talentgerichte programma’s die Kooijmans onderzocht: het voetbalproject Doelbewust van welzijnsorganisatie Divers uit ’s-Hertogenbosch en artistieke talentprojecten van het jongerenwerk R-Newt van ContourdeTwern in Tilburg.

Minder delicten

In het jongerenwerk is het aantal talentprogramma’s in het afgelopen decennium explosief gegroeid. Gemeenten investeren in de populaire programma’s. Maar óf en hoe talentprogramma’s werken, werd - tot het onderzoek van Kooijmans - niet eerder systematisch onderzocht.

Twee meetmomenten uit het onderzoek van Kooijmans zijn veelbetekenend: bij aanvang van het project heeft 50 procent van de groep ooit een delict gepleegd. Bij het tweede meetmoment - in de eindfase van het onderzoek - weet 78 procent uit de criminaliteit te blijven. De projecten lijken het risico op delinquentie niet te verminderen voor jongens die al meerdere delicten hebben gepleegd.

Frontstage en backstage

Maike Kooijmans laat zien hoe talentprogramma’s effect hebben op verschillende aspecten van de identiteit van jongeren. Ze onderscheidt daarbij twee dimensies: frontstage en backstage. Frontstage gaat over hoe jongeren willen overkomen op anderen en hoe zij relaties met anderen aangaan. Backstage beschrijft de emoties en opvattingen van jongeren: hoe zij succes en trots ervaren en wat voor toekomst ze ambiëren. Een talentprogramma kan zowel de frontstage als backstage-wereld van jongeren beïnvloeden. Bijvoorbeeld bij het bouwen van relaties. Een jongen leert nieuwe vrienden kennen. Of een jongere leert door een talentprogramma dat er een andere toekomst mogelijk is dan het leven op straat hem biedt.

Concrete tools voor jongerenwerkers

Volgens Kooijmans kunnen jongerenwerkers de effectiviteit van talentprogramma’s vergroten door per type jongere goed te kijken wat zijn risico’s én kansen zijn en door op de juiste manier de front- en backstage aan te pakken. Kooijmans zag bijvoorbeeld jongens die een talentproject juist gebruikten om hun ‘straat-status’ te verhogen. Een jongen leerde bijvoorbeeld goed rappen via het talentprogramma en maakte zo nog meer indruk bij zijn vrienden op straat. Ondertussen bleef hij backstage het straatleven ambiëren. Bij zo’n jongen bereik je door rap-battles niet het gewenste effect. Dan is er meer coaching nodig. Andere jongens profiteren juist van het sociale en emotionele aspect van de talentprogramma’s en nemen daardoor afstand van het criminele straatleven. Per jongen is er steeds een andere benadering nodig om door middel van talentontwikkeling de verleidingen van ‘de straat’ te kunnen weerstaan.

Blijven doorzetten

Een laatste tip van Kooijmans is om jongeren te helpen om te blijven doorzetten. Het doel is om bepaalde negatieve patronen te doorbreken. Daarvoor is een ervaring nodig die de emotiehuishouding verstoort. Als het talentproject een succeservaring oplevert bij jongens met veel faalervaringen kan dat een ‘boost’ geven, waardoor er verwarring ontstaat maar ook bewustwording op gang komt. Alleen als jongeren hun weerstanden overwinnen en willen doorzetten, passeren zij de ‘kritieke kantelpunten’ in hun ontwikkeling. Als de projecten alleen vluchtige kicks of faalervaringen opleveren, zal deelname geen positieve ontwikkeling opleveren. Dan kunnen de projecten zelfs verzwakkend werken.

Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan dit boek is mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van Avans Hogeschool en het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek (SIA) en door cofinanciering van consortiumpartners Universiteit van Amsterdam; ContourdeTwern; Welzijn Divers; ROC Tilburg; Hogeschool van Amsterdam; Nederlands Jeugdinstituut; West Beweegt; Krajicek Foundation; Combiwel; Streetcornerwork; IJsterk; Dock en ROC TOP.

Promotiedetails

Mw. M.J.B. Kooijmans: Talent van de straat. Jongerenwerk als preventiestrategie. Promotor is prof. dr. W.G.J. Duyvendak. Copromotor is dr. B.O. Vogelvang.

Vanaf 13 mei is het boek Talent van de straat. Hoe je jongeren kunt verleiden uit de criminaliteit te blijven, een bewerking van het proefschrift verkrijgbaar.

 

Tijd en locatie

De promotie vindt plaats op vrijdag 13 mei om 13.00 uur.
Locatie: Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam.