Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Wetenschappers van de UvA hebben een nieuwe methode ontwikkeld waarmee het aanleren en mogelijk ook het opslaan, afleren of zelfs uitwissen van angst onderzocht kan worden. De resultaten van Renée Visser MSc., dr. Steven Scholte en prof. dr. Merel Kindt (allen Psychologie) zijn onlangs gepubliceerd in The Journal of Neuroscience.

Wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) hebben een nieuwe methode ontwikkeld waarmee het aanleren en mogelijk ook het opslaan, afleren of zelfs uitwissen van angst onderzocht kan worden. De studie toont bovendien hoe het aanleren van angst een bestaande associatie in de hersenen kan overschaduwen. De resultaten van Renée Visser MSc., dr. Steven Scholte en prof. dr. Merel Kindt (allen Psychologie) zijn onlangs gepubliceerd in The Journal of Neuroscience.

Op basis van ervaringen vormen hersenen netwerken van associaties. Mensen kunnen zo betekenis geven aan de wereld zonder nieuwe situaties afzonderlijk te leren. Hierdoor is bijvoorbeeld gevaar tijdig te herkennen en vermijden. Iemand kan een hond zien als huisdier, maar wanneer hij wordt gebeten door de hond verandert de eerste associatie bij het zien van een hond in die van een gevaarlijk dier. De eerdere associatie schuift naar de achtergrond.

Afbeeldingen als voorspeller van pijn

Proefpersonen in een MRI-scanner kregen herhaaldelijk afbeeldingen te zien: twee van huizen en twee van gezichten. Door één van de twee huizen en één van de twee gezichten direct te laten volgen door een elektrische prikkel werden naast de bestaande categorieën (huizen/gezichten) twee nieuwe categorieën gecreëerd: dreiging vs. geen dreiging van prikkel. Afbeeldingen die eindigen met een elektrische prikkel, en daardoor voorspellers worden voor pijn of gevaar, roepen een scherper patroon van activiteit op in de hersenen dan afbeeldingen die nooit worden gevolgd door de prikkel. Dit uit zich in hogere correlaties tussen twee opeenvolgende aanbiedingen van deze afbeelding. Het lijkt erop dat deze afbeelding anders wordt verwerkt dan afbeeldingen die geen gevaar voorspellen.

Opmerkelijk is bovendien dat afbeeldingen die aanvankelijk niets met elkaar gemeen hebben (huizen en gezichten) neuraal gezien steeds meer op elkaar gaan lijken als ze gevaar voorspellen, maar niet als ze geen gevaar voorspellen. Er ontstaat dus een nieuwe, ‘dominante’ categorie, die sterker is dan de oorspronkelijke categorie huizen en gezichten.

Angstassociaties in het brein

Hoe het brein precies omgaat met bestaande associaties op het moment dat nieuwe associaties worden geleerd, is nog grotendeels onbekend. Daarom keken de onderzoekers met een nieuwe fMRI-methode naar de neurale basis van angstassociaties. Deze methode wijkt op twee manieren af van traditionele manieren om fMRI-data te analyseren. Ten eerste wordt er naar het (ruimtelijke) patroon van hersenactiviteit gekeken in plaats van naar de gemiddelde activiteit in een bepaald gebied. Het patroon van activiteit is bij iedere stimulusaanbieding anders en daardoor een unieke neurale weergave van de stimulus op dat moment. Ten tweede worden de patronen van meerdere stimulusaanbiedingen niet op een hoop gegooid, maar afzonderlijk bekeken. Door patronen van twee opeenvolgende stimulusaanbiedingen met elkaar te correleren is te meten hoe de weergave van de stimulus verandert over tijd: een manier om het leren van angst in kaart te brengen.

Het onderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het maakt deel uit van het Viciproject van prof. dr. Merel Kindt.

Publicatiegegevens

Renée M. Visser, H. Steven Scholte, Merel Kindt: Associative Learning Increases Trial-by-Trial Similarity of BOLD-MRI Patterns. The Journal of Neuroscience (augustus 2011).