Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

UvA-wetenschappers gaan in wetenschapsmuseum NEMO onderzoek doen naar leessnelheid. Welke genen en welke omgevingsfactoren beïnvloeden hoe vlot iemand kan lezen? En is de leesvaardigheid van ouders voorspellend voor die van hun kinderen?

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) gaan in wetenschapsmuseum NEMO onderzoek doen naar leessnelheid. Welke genen en welke omgevingsfactoren beïnvloeden hoe vlot iemand kan lezen? En is de leesvaardigheid van ouders voorspellend voor die van hun kinderen? Om deze vragen te beantwoorden onderwerpen de onderzoekers gezinnen die NEMO bezoeken aan een reeks experimenten, en wordt hen gevraagd om speeksel af te staan.

Er zijn grote verschillen tussen mensen in de snelheid waarmee zij kunnen lezen. Uit onderzoek met tweelingen is gebleken dat dit verschil tussen mensen voor een groot deel bepaald wordt door genetische verschillen en in mindere mate door omgevingsverschillen. Het onderzoeksteam van de UvA wil er nu achter komen welke genen en welke omgevingsfactoren van invloed zijn op leesvaardigheid. Daarnaast gaan de onderzoekers kijken of het mogelijk is de leesvaardigheid van kinderen te voorspellen aan de hand van de lees- en leesgerelateerde vaardigheden van hun ouders. Als leesvaardigheid bij kinderen voorspelbaar blijkt, kunnen kinderen met een verhoogd risico op dyslexie al in de kleuterklas opgespoord worden en extra hulp krijgen bij het leren lezen.

Onzinwoorden en speeksel

De onderzoekers, onder leiding van Titia van Zuijen en Elsje van Bergen, vragen de NEMO-bezoekers om samen met hun ouders, broers en zussen mee te doen aan hun experiment. De deelnemers moeten allereerst een lijst gewone woorden en een lijst onzinwoorden lezen, waarmee de onderzoekers de leessnelheid vaststellen. Daarna volgen twee korte testjes waarin de onderzoekers vaardigheden testen die ten grondslag liggen aan lezen. Zo moeten de deelnemers zo snel mogelijk een lijst met cijfers benoemen, waarmee gemeten wordt hoe snel iemand visuele informatie kan koppelen aan spraakklanken. In een andere test moeten de deelnemers een klank in een gesproken onzinwoord veranderen. Hiermee wordt gekeken naar de mate waarin spraakklanken verwerkt en gemanipuleerd kunnen worden. Ten slotte wordt de deelnemers gevraagd speeksel af te staan. Uit het speeksel kan het onderzoeksteam DNA isoleren om op zoek te gaan naar de genen die betrokken zijn bij leesvaardigheid. Waarschijnlijk zijn dat er heel veel. De identificatie van specifieke genen kan meer inzicht verschaffen in de neurobiologische grondslag van leesvaardigheid.

Het leesonderzoek wordt uitgevoerd door Titia van Zuijen, Elsje van Bergen en Peter de Jong (UvA, Pedagogiek, Leerstoelgroep Onderwijsleerproblemen) in samenwerking met Simon Fisher (Max Planck Instituut Nijmegen) en vindt plaats in NEMO in de kerst- en voorjaarsvakantie.