Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Het gebruik van negatieve campagnevoering door politieke partijen in drie West-Europese landen, waaronder Nederland, is niet toegenomen. Wel verschilt de manier van aanvallen per partijstelsel. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Annemarie Walter. Zij promoveert op donderdag 10 mei aan de Universiteit van Amsterdam.

Het gebruik van negatieve campagnevoering door politieke partijen in drie West-Europese landen, waaronder Nederland, is niet toegenomen. Ook is er geen stijging te zien in persoonlijke aanvallen, en verschillen vrouwelijke en mannelijke partijleiders niet in de mate waarin zij anderen aanvallen. Wel verschilt de manier van aanvallen per partijstelsel: partijen in een meerpartijenstelsel maken minder gebruik van negatieve campagnevoering dan partijen in een tweepartijenstelsel. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Annemarie Walter. Zij promoveert op donderdag 10 mei aan de Universiteit van Amsterdam.

Walter onderzocht het gebruik van negatieve campagnevoering door politieke partijen in Nederland, Engeland en Duitsland bij parlementaire verkiezingen in de periode tussen 1980 en 2006. Ze analyseerde door partijen gecontroleerde en semi-gecontroleerde campagnemiddelen, zoals partijpolitieke uitzendingen en verkiezingsdebatten. Haar onderzoeksresultaten spreken tegen dat West-Europese verkiezingscampagnes 'amerikaniseren': de stijging in negatieve campagnevoering beperkt zich tot de Verenigde Staten.

Twee- en meerpartijenstelsels

Uit Walters onderzoek blijkt verder dat het gebruik van negatieve campagnevoering tussen de drie landen verschilt. Dit heeft te maken met het partijstelsel van elk land. Negatieve campagnevoering kent grotere risico’s voor partijen in een meerpartijenstelsel dan in een tweepartijenstelsel door de noodzaak tot coalitievorming. Daarnaast is de winst van deze campagnestrategie voor politieke partijen onzekerder door het grote aantal alternatieven voor de kiezer. Walter laat zien dat het niveau van negatieve campagnevoering in het Nederlandse en Duitse meerpartijenstelsel lager ligt dan in het Britse partijenstelsel, dat institutioneel het meest op de Verenigde Staten lijkt.

Partijen verschillen ook onderling in hun aanvalsgedrag. In een meerpartijenstelsel zoals Nederland wordt negatieve campagnevoering vooral ingezet door oppositiepartijen, extreme partijen (partijen verder verwijderd van het politieke midden) en partijen met minder regeringservaring.

Vrouwelijke en mannelijke partijleiders

Walter vond geen bewijs voor de opvatting dat het geslacht van de partijleider het gebruik van negatieve campagnevoering beïnvloedt. Vrouwelijke en mannelijke partijleiders verschillen noch in de mate waarin zij anderen aanvallen, noch in de inhoud van de aanvallen. Er is echter één uitzondering, namelijk Margaret Thatcher. Haar campagnes waren negatiever dan die van de mannelijke partijleiders in het Verenigd Koninkrijk. Dit is geen verrassing, stelt Walter, gezien haar reputatie als sterke leider met harde retoriek en de bijnaam ‘Iron Lady’. Het gevonden verschil is dan ook geen sekse-effect, maar een ‘Thatcher-effect’.