Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

De European Research Council (ERC) honoreert de onderzoeksvoorstellen van zes wetenschappers aan de UvA met een Advanced Grant. Hiermee kunnen zij grensverleggend, nieuw onderzoek doen. De subsidie, die per project 2,5 miljoen euro bedraagt, wordt toegekend uitsluitend op basis van wetenschappelijke excellentie van zowel de wetenschapper als het onderzoeksvoorstel.

De gehonoreerden zijn Marlies Glasius, Anita Hardon, Annelies Moors, alle drie van het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR), en Has Caswell, Gerard Muijzer en André de Roos, die hun onderzoek alle drie zullen uitvoeren aan het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED). Het is uitzonderlijk dat er in één jaar tweemaal drie Advanced Grants binnen één onderzoeksinstituut worden toegekend.

Van moslimhuwelijken tot zwavelbacteriën

Glasius richt zich in haar onderzoeksproject op de invloed van de globalisering van informatie en communicatie, verenigingsleven, en migratie en toerisme op autoritaire regimes. In het onderzoek van Hardon gaat het om het gebruik van chemische en farmaceutische middelen door jongeren, vanuit het perspectief van de jongeren zelf. Moors gaat zich bezighouden met onconventionele moslimhuwelijken, zoals niet-geregistreerde, tijdelijke en visiting (waarbij een echtpaar niet samenwoont) huwelijken. Caswell gaat onderzoek doen naar individuele stochasticiteit (willekeurigheid) en populatieheterogeniteit in de demografie van planten en dieren. Muijzer onderzoekt de diversiteit, de fysiologie en de ecologische rol van zwavelbacteriën in sodameren. De Roos, tot slot, stelt in zijn onderzoek de rol van de individuele levenscyclus binnen de dynamiek van ecologische levensgemeenschappen centraal.

Over de ERC Advanced Grants

De European Research Council (ERC) stimuleert kwalitatief hoogwaardig en grensverleggend onderzoek in Europa door hiertoe fondsen beschikbaar te stellen. De ERC honoreert vooral voorstellen waarbij het onderzoek de grenzen van verschillende disciplines overstijgt; ideeën worden verkend in nieuwe, opkomende onderzoeksgebieden of oplossingen worden gezocht met een onconventionele en innovatieve benadering. De ERC Advanced Grants worden jaarlijks door een open competitie toegekend aan een select gezelschap van gevestigde, excellente wetenschappers.

De toekenningen

AISSR

Prof dr. Marlies Glasius, universitair hoofddocent Internationale betrekkingen - 'Authoritarianism in a Global Age: Controlling Information and Communication, Association and People Movement'

Marlies Glasius richt zich in haar onderzoek op de vraag hoe autoritaire regimes worden beïnvloed door de globalisering van informatie en communicatie, verenigingsleven, en migratie en toerisme, en hoe deze regimes hierop reageren. De recente reeks opstanden in de Arabische wereld suggereert dat de aard en overlevingskansen van hedendaagse autoritaire regimes niet goed begrepen worden. De toegang tot ict en media, de invloed van internationale niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en de toename in grensoverschrijdend verkeer van mensen stellen autoritaire regeringen voor nieuwe uitdagingen ten aanzien van het onder controle houden van burgers. Glasius bekijkt de veranderingen in zowel de aard als de houdbaarheid van autoritair bewind in relatie tot de uitholling van autonome besluitvorming op het niveau van de staat.

Prof. dr. Anita Hardon, hoogleraar Antropologie van zorg en gezondheid - 'ChemicalYouth: What chemicals do for youths in their everyday lives'

Anita Hardon gaat onderzoek doen naar het gebruik van chemische en farmaceutische middelen door jongeren. Het dagelijks leven van jongeren wordt tegenwoordig overspoeld door middelen ter stimulering van plezier, stemmingen, seksuele prestaties, vitaliteit, uitstraling en gezondheid. De meeste studies naar het gebruik van dergelijke middelen onder jongeren zijn gericht op het misbruik van recreatieve drugs en de rol die drugs spelen binnen subculturen. In plaats van het analyseren van drugsmisbruik met als doel dit te reguleren, gaat Hardon het gebruik van middelen onderzoeken vanuit het perspectief van de jongeren zelf. Het doel is om te komen tot een beter begrip van wat chemische en farmaceutische middelen – en niet alleen illegale verdovende middelen - 'doen' voor jongeren. Hoe maken deze middelen deel uit van hun dagelijks leven? Welke rol spelen ze in het verminderen van hun angsten of in het bereiken van hun dromen en ambities?

Prof. dr. Annelies Moors, hoogleraar Sociaal-wetenschappelijke studie van hedendaagse moslimsamenlevingen - 'Problematizing ‘Muslim Marriages’: Ambiguities and Contestations'

Het onderzoeksproject van Annelies Moors is gericht op onconventionele moslimhuwelijken, zoals niet-geregistreerde, tijdelijke en visiting (waarbij een echtpaar niet samenwoont) huwelijken. Deze zijn de afgelopen twee decennia centraal komen te staan in het publieke debat zowel in Europa als daarbuiten. Overheden, religieuze geleerden, vrouwenorganisaties, (neo-)nationalisten en ouders uiten hun bezorgdheid over jongeren, en in het bijzonder over vrouwen die dergelijke huwelijken aangaan. Vaak worden deze  huwelijken in het debat in verband gebracht met seksuele uitbuiting en religieuze radicalisering. Maar wat gebeurt er eigenlijk in de praktijk? Wat vinden de betrokkenen er zelf van? Wie bepaalt of een huwelijk een Islamitisch huwelijk is, welke argumenten worden daarbij gebruikt, en hoe wordt een dergelijk huwelijk gesloten? In dit etnografische onderzoeksproject besteedt Moors in het bijzonder aandacht aan de relatie tussen gender en religie. De bredere vraag in het onderzoek is wat deze huwelijken economisch, politiek, religieus en cultureel teweegbrengen.

IBED

Dr. Hal Caswell, Senior Scientist Woods Hole Oceanographic Institution (VS) en gasthoogleraar IBED – 'Individual stochasticity and population heterogeneity in plant and animal demography'

Hal Caswell gaat zich bezighouden met individuele stochasticiteit (willekeurigheid) en populatieheterogeniteit in de demografie van planten en dieren. Populatiebiologen maken al lange tijd gebruik van eigenschappen van individuen in populaties om modellen te ontwikkelen die individuen kunnen indelen op basis van leeftijd, omvang of stadium van ontwikkeling. Sommige vormen van heterogeniteit zijn echter niet zo voor de hand liggend. Zelfs individuen van dezelfde leeftijd, omvang en ontwikkelingsstadium verschillen van elkaar. Deze subtielere verschillen uiten zich in verschillen in mortaliteit en voortplanting die samen de drijvende kracht achter de populatiedynamica vormen. Caswell gaat een nieuwe wiskundige theorie ontwikkelen en toepassen om de gevolgen van zowel geobserveerde als niet-geobserveerde heterogeniteit te analyseren.

Prof. dr. Gerard Muijzer, hoogleraar Microbiële systeemecologie - 'The Paradox of Sulfur Bacteria in Soda Lakes'

In het project van Gerard Muijzer gaat het om ‘de paradox van zwavelbacteriën in sodameren’. Sodameren zijn extreme milieus met een pH tussen 9-11 en zoutconcentraties die kunnen oplopen tot verzadiging. Ondanks deze extreme condities herbergen sodameren een hoge diversiteit aan bacteriën die verantwoordelijk zijn voor de cycli van chemische elementen. De zwavelcyclus, gedreven door zwavel-oxiderende en sulfaat-reducerende bacteriën, is één van de meest actieve elementcycli in sodameren. Echter, in het algemeen worden extreme milieus gekarakteriseerd door een lage diversiteit van organismen. Omdat leven bij een hoge zoutconcentratie en een hoge pH zeer veel energie kost, is de enorme diversiteit van de zwavelbacteriën in dit milieu erg paradoxaal. Muijzer wil tot een beter begrip komen van de diversiteit, de fysiologie en de ecologische rol van zwavelbacteriën in sodameren, en het moleculaire mechanisme waarmee deze bacteriën zich aanpassen aan de extreme condities. Het onderzoek is belangrijk voor het verkrijgen van een beter inzicht in het leven bij extreme condities, maar ook voor het gebruik van de bacteriën bij het verwijderen van schadelijke zwavelcomponenten uit afvalwater, essentieel voor een schoon en gezond milieu.

Prof. dr. André de Roos, hoogleraar Theoretische ecologie - 'Eco-evolutionary dynamics of community self-organization through ontogenetic asymmetry'

André de Roos stelt in zijn onderzoek de rol van de individuele levenscyclus binnen de dynamiek van ecologische levensgemeenschappen centraal. Bij de meeste diersoorten maken individuen gedurende hun leven een substantiële groei en ontwikkeling door, maar pas recentelijk heeft onderzoek meer inzicht opgeleverd hoe dit proces de dynamiek van populaties beïnvloedt. Individuen in verschillende stadia van ontwikkeling verschillen in de efficiëntie, waarmee zij voedsel kunnen gebruiken voor groei en voortplanting. Deze verschillen, die ook wel worden aangeduid als asymmetrie in de ontogenese (ontwikkelingsfysiologie), kunnen leiden tot verrassende populatiedynamiek. Zo heeft het bijvoorbeeld tot gevolg dat predatoren hun eigen voedselaanbod kunnen vergroten door de leeftijdsopbouw van hun prooipopulatie te veranderen. Ontogenetische asymmetrie treedt verder vooral op bij soorten met een complexe levenscyclus, zoals amfibieën en insecten, omdat zij in verschillende stadia een verschillend dieet hebben. Paleontologische data laten zien dat asymmetrie tussen levensstadia aan de basis heeft gestaan van de evolutie van de complexe levenscycli, die wijdverbreid voorkomen in het dierenrijk. De Roos richt zich op zowel de ecologische als de evolutionaire effecten van ontogenetische asymmetrie. Hiermee wil hij meer inzicht krijgen in het huidig functioneren van ecologische levensgemeenschappen én in het evolutionaire succes van complexe levenscycli.