Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Buitenlandse hulp, bedoeld om democratie in Servië te ondersteunen, was slechts gedeeltelijk effectief. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Marlene Spoerri aan de Universiteit van Amsterdam.

Nederland, Duitsland en de VS speelden een belangrijke rol in het doorsluizen van geld en middelen aan de Servische democraten in de maanden vóór de val van president Slobodan Milošević. Spoerri concludeert dat hun rol in de politieke ontwikkeling van Servië in de jaren 1990 tot 2012 dubbelzinnig en zelfs schadelijk was. Vaak zorgden de interventies van deze landen ervoor dat Milošević aan de macht bleef en ondermijnden ze dus pogingen om democratie te vestigen.

Spoerri stelt dat de hulp die landen aan Servische politieke partijen boden, niet zozeer gericht was op het realiseren van interne partijdemocratie, maar op electorale resultaten in het voordeel van de donoren. De hulp aan politieke partijen was ingebed in een groter initiatief om de stabiliteit in de Westelijke Balkan te bevorderen en niet zozeer om de democratie in Servië veilig te stellen.

Bevordering wereldwijde democratie

Meer dan tien jaar na de afzetting  van Milošević wordt Servië wereldwijd beschouwd als het symbool van het bevorderen van democratie. Of het nu om Wit-Rusland, Tunesië, Egypte of Oekraïne gaat, Servië verschijnt vaak als het voorbeeld van hoe democratie kan en moet worden vormgegeven. Dit zogenaamde succes heeft, volgens Spoerri, het exporteren van democratie door westerse mogendheden onterecht geloofwaardig heeft gemaakt.

De promotieplechtigheid van Marlene Spoerri vindt plaats op 28 november om 12.00 uur in de Agnietenkapel van de Universiteit van Amsterdam.