Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

De Nederlandse rechter wordt steeds vaker geconfronteerd met de rechten van kinderen zoals neergelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). De rechter neemt dit Verdrag steeds serieuzer. Met name in schrijnende situaties heeft het Kinderrechtenverdrag toegevoegde waarde.

Dit blijkt uit onderzoek van het Centre for Children’s Rights Amsterdam (CCRA) van de UvA, dat op maandag 10 december is gepresenteerd.

De onderzoeksresultaten zijn niet alleen relevant voor rechters, advocaten en bestuursorganen, maar ook voor de wetgever. Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor een beter begrip van de verschillende toepassingsvormen van het Verdrag. Ondanks een toename in het gebruik van het Verdrag, zijn nog veel advocaten en rechters onvoldoende bekend met de werking hiervan. Het IVRK kan met name worden ingeroepen in situaties waarbij kinderen tussen wal en schip dreigen te vallen.

Jurisprudentie

In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, deed het CCRA onderzoek naar de toepassing van het IVRK in de Nederlandse rechtspraak over de periode van 1 januari 2002 tot 1 september 2011. Het jurisprudentie-onderzoek betrof meer dan duizend zaken en ging uit naar de toepassing van het IVRK door de rechter. Zo komt onder meer de toepassing van het IVRK door de Nederlandse familierechter, kinderrechter, vreemdelingenrechter en strafrechter aan bod.

Op basis van het IVRK – waarvan Nederland sinds 1995 partij is – hebben Verdragsstaten de verplichting iedere vijf jaar te rapporteren over de genomen maatregelen ‘die uitvoering geven aan de in het Verdrag erkende rechten, alsmede over de vooruitgang die is geboekt ten aanzien van het genot van die rechten’. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft met het ondersteunen van dit onderzoek deze verplichting serieus genomen.

Publicatiegegevens

J.H. de Graaf, M.M.C. Limbeek, N.N. Bahadur en N. van der Meij: De toepassing van het internationaal verdrag inzake de rechten van het kind in de Nederlandse rechtspraak.
Ars Aequi 2012, 346 p., €29,50,-
ISBN 978-90-6916-987-3