Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Angststoornissen blijken relatief vaak voor te komen bij kinderen met autisme-spectrumstoornissen – autistische stoornis, Asperger-syndroom en PDD NOS. De angststoornissen zijn echter goed behandelbaar. Dit concludeert Bonny van Steensel in haar promotieonderzoek. De promotieplechtigheid vindt plaats op donderdag 16 mei aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Van Steensel laat zien dat zo’n 40% van de kinderen met een autisme-spectrumstoornis (ASS) klinisch angstig is. Dit percentage is aanzienlijk hoger dan bij kinderen zonder ASS. Ook lijken angststoornissen bij kinderen met ASS vaker voor te komen dan bij kinderen met ADHD. Symptomen van ASS blijken vaker voor te komen bij kinderen met angststoornissen dan bij kinderen zonder angststoornis. Mogelijk vormt de aanwezigheid van ASS (-symptomen) een risico voor het ontwikkelen van angststoornissen.

Angststoornissen bij kinderen met en zonder ASS blijken echter goed behandelbaar met cognitieve gedragstherapie (CGT). Van Steensels resultaten laten zien dat CGT bij kinderen met ASS soortgelijke effecten heeft als bij kinderen zonder ASS. De therapie blijkt ook positieve effecten te hebben voor de kwaliteit van leven, symptomen van ASS en gedragsproblemen. Daarnaast lijkt cognitieve gedragstherapie een kosteneffectieve behandeling voor de angststoornissen in vergelijking met de behandelingen die kinderen met ASS normaliter ontvangen.

Van Steensels onderzoeksresultaten onderstrepen het belang van het herkennen, diagnosticeren en behandelen van angststoornissen bij kinderen met ASS. Angststoornissen kunnen - naast de aanwezige problemen die samenhangen met ASS - een extra belemmering vormen en ze lijken gepaard te gaan met kosten voor de samenleving. Bovendien zouden angststoornissen de ASS-gerelateerde problemen kunnen versterken.

Wijziging symptoomcriteria in DSM-5

Van Steensel deed tevens exploratief onderzoek naar de invloed van het veranderen van de symptoomcriteria in de vijfde editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (de DSM-5), die binnenkort verschijnt. Hoewel enige voorzichtigheid geboden is met betrekking tot deze bevindingen, suggereren Van Steensels resultaten dat ongeveer 25% van de kinderen met een ASS-classificatie in de huidige DSM niet meer zal voldoen aan de symptoomcriteria van de DSM-5 voor een ASS-classificatie. Van Steensel oppert dat een aantal van de kinderen die niet aan de DSM-5 criteria voor ASS voldoet, mogelijk wel voldoet aan de DSM-5-criteria voor een sociale-communicatiestoornis (SCS), een nieuwe stoornis in de DSM-5. Dit vraagt om meer onderzoek naar de overeenkomsten en verschillen tussen ASS en SCS, betoogt Van Steensel.

Promotiedetails

Mw. F.J.A. van Steensel: Anxiety disorders in children with autism spectrum disorders. A clinical and health care economic perspective. Promotoren zijn mw. prof. dr. S.M. Bögels en mw. prof. dr. C.D. Dirksen. Co-promotor is mw. dr. E.I. de Bruin.

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op donderdag 16 mei om 14.00 uur.
Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.