Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

De Amsterdamse portret- en historieschilders Jacob Backer, Govert Flinck, Ferdinand Bol en Joachim von Sandrart zouden we tegenwoordig kwalificeren als succesvolle culturele ondernemers. Dit concludeert Erna Kok in haar promotieonderzoek. Haar bevindingen weerspreken de gangbare opvatting dat de Nederlandse kunstmarkt in de Gouden Eeuw open en vrij was en gedomineerd werd door de mechanismen van vraag en aanbod. Kok verdedigt haar proefschrift op vrijdag 7 juni aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Backer, Flinck, Bol en Sandrart vervaardigden kostbare schilderijen van hoge kwaliteit voor het topsegment van de Amsterdamse kunstmarkt in dezelfde periode (1635-1660) dat Rembrandt daar actief was. Zij genoten in hun tijd veel roem en aanzien en hadden toen meer succes dan Rembrandt. Kok laat zien dat de sociaal-economische structuur waarin zij werkten, de basis vormde van hun succes. Deze structuur bestond uit naast elkaar opererende familienetwerken van vaste vrienden, klanten en leveranciers, waarin de belangen van familie, zaken en politiek innig waren verstrengeld. Kok stelt: ‘Kunstenaars die duurzaam opdrachten in het topsegment ambieerden, deden er verstandig aan zich een positie als vrient te verwerven in minstens één van de elitenetwerken.

Dienst en wederdienst

In haar benadering neemt Kok afstand van de gangbare concepten ‘patronage’ en ‘vrije markt’ als verklaringsmodel voor de kunstproductie in de zeventiende eeuw. Haar alternatief is een sociaal-economisch model (‘de economie van dienst en wederdienst’) dat uitgaat van ideeën en gedragspraktijken die de zeventiende-eeuwse samenleving domineerden.

Kok licht toe: ‘Zo’n familienetwerk werkte als een economie van dienst en wederdienst, waarin de magen en vrienden onderling de beschikbare ambten, diensten, gunsten en opdrachten verdeelden. In deze familiale structuur domineerden niet de krachten van vraag en aanbod, maar heersten de strikt na te leven conventies van wederkerigheid én onberispelijke eer en reputatie.’ Tijdgenoten noemden deze wederkerigheidrelatie vrientschap, een manier van omgaan die we tegenwoordig sociaal netwerken zouden noemen. Het verlenen van opdrachten aan kunstenaars was onderdeel van deze praktijk en daarbij gold dat niet alleen artistieke kwaliteit telde, maar dat de opdracht ook moest worden gegund.’

Rembrandts stagnerende loopbaan

Kok: ‘Kunstenaars hadden betere carrièrekansen als zij erin slaagden zich als vrient te nestelen in een bepaalde economie van dienst en wederdienst. De stagnerende loopbaan van Rembrandt, die zich niet plooide naar de sociale conventies, ondersteunt deze conclusie. Door zijn grote reputatie als kunstenaar kreeg hij nog wel opdrachten, maar van wisselende opdrachtgevers met financiële onzekerheid tot gevolg. Backer, Flinck, Bol en Sandrart daarentegen realiseerden hun glansrijke carrière door hun artistieke kwaliteit én flexibiliteit te combineren met effectief netwerken. Daardoor veroverde zij binnen het topsegment van de Amsterdamse kunstmarkt ieder een eigen deelmarkt waaruit zij het merendeel van hun opdrachten kregen.’

Het onderzoek is onderdeel van het NWO-project Artistic and Economic Competition in the Amsterdam Art Market, c. 1630-1690; History Painting in Rembrandt’s Time.

Promotiedetails

Mw. E.E. Kok: Culturele ondernemers in de Gouden Eeuw. De artistieke en sociaal-economische strategieën van Jacob Backer, Govert Flinck, Ferdinand Bol en Joachim von Sandrart. Promotor is prof. dr. E.J. Sluijter. Copromotor is dr. M.J. Bok.

Het proefschrift is bij Erna Kok verkrijgbaar: ernakok[at]me[dot]com

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op vrijdag 7 juni om 13.00 uur.
Locatie: Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam.