Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Nelson Mandela droeg blank en zwart Zuid-Afrika op zich te verzoenen. Twintig jaar later worstelt de blanke Afrikaanse minderheid nog steeds met deze opdracht en haar plaats in het nieuwe Zuid-Afrika. Dat stelt Jacob Boersema in het proefschrift dat hij op vrijdag 14 juni verdedigt aan de Universiteit van Amsterdam.

De blanke Afrikaanse bovenklasse staat een multicultureel Zuid-Afrika voor, maar onttrekt zich aan het proces van integratie. Tegelijkertijd kan de lagere middenklasse niet aan integratie ontsnappen, maar houdt zij toch vast aan een blanke Afrikaner identiteit. Dit laat Boersema zien in zijn etnografische onderzoek naar de alledaagse praktijk van raciale integratie in Zuid-Afrika na 2000. Hij liep mee op een geïntegreerde school, woonde in een rijke, voornamelijk blanke, ommuurde gemeenschap, en interviewde zeer rijke, blanke bestuursvoorzitters maar ook vakbondsmannen.

Daderstrauma

Verzoening en raciale integratie in Zuid-Afrika wordt vaak voorgesteld als een proces dat van twee kanten moet komen, maar het is vooral de blanke minderheid die zich moet aanpassen. Zij moet afscheid nemen van hun blanke privileges, meerderwaardigheidsgevoel en racistisch denken. Op basis van zijn onderzoek stelt Boersema dat Afrikaners last hebben van een cultureel trauma: een daderstrauma. Blank zijn ervaren veel Afrikaners als een stigma, dat leidt tot schaamte. De lagere middenklasse heeft hier het meeste last van.

Statusverlies

Boersema wijst ook op de rol van gender en klasse. De Afrikaanse man heeft meer moeite zich aan te passen dan de vrouw. Ideeën over mannelijkheid schrijven voor dat hij zich voordoet als sterk, controlerend en onafhankelijk. Maar Afrikaners hebben aan status verloren en zijn steeds meer afhankelijk geworden van hun zwarte medeburger. Dat geldt vooral voor de blanke, lager opgeleide man. Ook de houding van de ‘vrijgeboren generatie’, Afrikaners die na 1990 zijn geboren en de apartheid niet hebben meegemaakt, is opvallend. Jonge mannen uit de lagere klassen vertonen het meeste ressentiment (wrok) tegen de nieuwe democratische orde. 

Boersema concludeert dat ondanks Mandela’s verzoeningspogingen, de zwarte meerderheid niet snel zal vergeven en vergeten wat er tijdens apartheid is gebeurd. Ze zullen niet stoppen Afrikaners te stigmatiseren. Daarom is het belangrijk dat blanke Afrikaners zichzelf bevrijden. Zij moeten zelf worden wat zij denken dat een goede Zuid-Afrikaanse burger is.  

Publicatiegegevens

Dhr. J.R. Boersema: Afrikaner, Nevertheless: Stigma, Sociology, and the Sociology of Cultural Trauma. Promotoren zijn prof. dr. I.S.A. Baud en prof. dr. W.G.J. Duyvendak. Co-promotor is dr. M.  Novelli (University of Sussex).

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op vrijdag 14 juni om 14.00 uur. Locatie: Agnietenkapel van de UvA, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.