Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Symptomen van psychische stoornissen hebben directe relaties met elkaar. Sterker nog, het zijn juist deze interacties die maken dat iemand een stoornis kan krijgen. Dit betoogt Angélique Cramer in het proefschrift dat zij op vrijdag 6 september verdedigt aan de Universiteit van Amsterdam. Ze komt met een nieuwe benadering voor psychische stoornissen die haaks staat op de huidige benadering naar het medisch model. Navolging hiervan kan omvangrijke implicaties hebben voor de diagnose en behandeling in de klinische praktijk.

Hersenen op sterk water

In haar onderzoek trekt Cramer de aannemelijkheid van het medische model voor psychische stoornissen in twijfel. Ze gaat hiermee in tegen de heersende gedachte dat de symptomen van een psychische stoornis zoals depressie op een vergelijkbare manier ontstaan als de symptomen van bijvoorbeeld longkanker. Zo geldt bijvoorbeeld voor depressie dat er geen enkele pathologische toestand is waarvan met zekerheid kan worden gesteld dat deze de oorzaak is van depressieve symptomen. Bij longkanker daarentegen veroorzaakt een tumor een set waarneembare symptomen waaronder gewichtsverlies en een hardnekkige hoestprikkel.

Bij medische ziekten als longkanker bestaan er ook geen directe verbanden tussen de symptomen zelf. Zo veroorzaakt gewichtsverlies geen hoestprikkel of omgekeerd; beide symptomen worden veroorzaakt door de tumor. Symptomen van psychische stoornissen hebben echter wel directe relaties met elkaar, stelt Cramer, en het zijn juist deze interacties die maken dat iemand een stoornis kan krijgen. Ze illustreert dit aan de hand van twee symptomen van depressie: niet slapen en vermoeid zijn. Volgens het medische model veroorzaakt de stoornis depressie beide klachten. Maar is moe zijn niet het gevolg van niet slapen?

Netwerkbenadering

Cramer presenteert een nieuwe netwerkbenadering van psychische stoornissen die volgens haar meer recht doet aan de complexe realiteit van psychische stoornissen en persoonlijkheidstrekken. ‘Ieder mens heeft zijn eigen netwerk van symptomen en het is aannemelijk dat deze persoonsnetwerken van elkaar verschillen’, licht Cramer toe. ‘Een depressieve stoornis ontwikkelen in een netwerkbenadering is dan geen - zoals in het medische model - abnormaliteit in het brein die bij iedereen op dezelfde manier symptomen veroorzaakt. Integendeel, in de netwerkbenadering blijven symptomen elkaar ‘aansteken’ door directe interacties (bijvoorbeeld: slecht slapen kan leiden tot vermoeidheid en concentratieproblemen op het werk, wat leidt tot zich schuldig voelen over onderpresteren op het werk, en vervolgens tot een sombere stemming en ’s nachts piekerend wakker liggen). Deze directe interacties zorgen ervoor dat de patiënt in een vicieuze cirkel terechtkomt die niet zonder hulp te doorbreken valt’.

Behandelimplicaties

Het navolgen van de netwerkbenadering van psychische stoornissen kan omvangrijke implicaties hebben voor hoe mensen in de klinische praktijk gediagnosticeerd en behandeld worden. Als een pathologische toestand, een gemeenschappelijke oorzaak, van depressiesymptomen bijvoorbeeld ontbreekt, is het weinig zinvol om deze te behandelen. ‘Dit zou concreet betekenen dat bijvoorbeeld het voorschrijven van antidepressiva (een middel gericht op een gemeenschappelijke oorzaak, namelijk een tekort een serotonine) wellicht niet altijd de meest zinnige behandeloptie is’, aldus Cramer. ‘Vanuit de netwerkbenadering zou het zinvoller kunnen zijn om individuele symptomen en de relaties tussen deze symptomen te behandelen. Men zou in het geval van een patiënt met een sterke relatie tussen neerslachtigheid en de ontwikkeling van suïcidale gedachten in de behandeling kunnen inzetten op het uitdagen van de cognities en gevoelens die tot deze sterke connectie hebben geleid’.

Big Five

Cramer pleit ook voor een netwerkbenadering van persoonlijkheid. De Big Five is een bekende karakterisering van de normale persoonlijkheid aan de hand van vijf trekken: extraversie, goedaardigheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor ervaringen. De theorie stelt dat iemand bijvoorbeeld extravert is en dat deze trek vervolgens verschillend waarneembaar gedrag veroorzaakt dat iedereen herkent als zijnde extravert. Volgens Cramer zijn ook deze trekken - net als psychische stoornissen - geen entiteiten die ergens in iemands brein zitten, maar is het hebben van een bepaalde trek (zoals extraversie) het gevolg van directe interacties tussen cognities, emoties en gedrag.

Publicatiegegevens

Angélique O.J. Cramer: The Glue of Abnormal Mental Life. Networks of Interacting Thoughts, Feelings and Behaviors. Promotoren: prof. dr. D. Borsboom en prof. dr. H.L.J. van der Maas.

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op vrijdag 6 september, om 14.00 uur. Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.