Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Introducties van niet-inheemse plantensoorten kunnen leiden tot invasies en schadelijke effecten voor biodiversiteit, mens en milieu. Deze effecten kunnen veel beter worden voorspeld dan nu het geval is. Dit betoogt Thomas van Hengstum op basis van de resultaten van zijn promotieonderzoek naar de ecologische effecten van planteninvasies. De promotieplechtigheid vindt plaats op woensdag 11 september aan de Universiteit van Amsterdam.

Weeds-Flickr-CreativeCommons-Tobyotter

In Nederland en veel andere landen ter wereld worden sommige niet-inheemse plantensoorten (met name sierplanten) vaak zonder enige vorm van controle toegelaten. In enkele, maar een toenemend aantal, gevallen kan dit leiden tot invasies met soms ernstige gevolgen voor de ecologie en de biodiversiteit, maar ook voor de economie. Van Hengstum introduceert drie gereedschappen die gebruikt kunnen worden bij de risicoanalyse van niet-inheemse soorten om zo het risico van invasies en de hiermee samenhangende milieueffecten te kunnen reduceren. Met deze gereedschappen kan beter worden voorspeld wat het potentiële verspreidingsgebied van de niet inheemse soort is, welke inheemse soorten zullen worden beïnvloed in hun bestuivingsucces, en ten slotte, welke insecten gevoelig zullen zijn voor toxines (gifstoffen) die de niet-inheemse soort kan bevatten. 

Problemen met invasieve soorten

Invasieve planten zijn planten die (in de meeste gevallen) door menselijk handelen in een nieuw gebied worden geïntroduceerd en zich vervolgens snel uitbreiden. Ze kunnen een grote invloed hebben op de biodiversiteit en ecologie van het gebied. Zo zijn er invasieve soorten die inheemse soorten wegconcurreren, terwijl andere soorten invloed hebben op sedimentatieprocessen en de chemische samenstelling van de bodem. Sommige invasieve planten zijn hardnekkige onkruiden en veroorzaken problemen in de agrarische sector. In Nederland zorgt onder andere de niet-inheemse plant Hydrocotyle ranunculoides (Grote waternavel) voor aanzienlijke economische schade door hele watersystemen te verstoppen. Ook met genetisch gemodificeerde planten is er risico op invasies; door verwildering of uitkruising met wilde verwanten kunnen ze ‘ontsnappen’ en invasief worden. 

Bestuiving, vraat en soortenrijkdom

Van Hengstum richt zich vooral op het effect van planteninvasies op bestuiving, herbivorie (vraat door insecten en andere organismen) en invertebrate gemeenschappen (gemeenschappen van ongewervelden). Hij laat zien dat invasieve planten de frequentie van bloembezoek door insecten aan naburige inheemse planten zowel positief als negatief beïnvloedt. Ondanks deze effecten vond hij geen invloed hiervan op de zaadzetting van de door hem onderzochte soorten. 

In het algemeen zorgden planteninvasies voor een verlaging van de abundantie (aantal individuen) en taxonomische rijkdom (aantal soorten) van ongewervelden. Aan de randen van de invasiegebieden was dit effect vaak omgekeerd, waarschijnlijk omdat de invasieve plant lokaal voor meer diversiteit aan voedsel zorgt. De planteninvasies hadden geen effect op de intensiteit van vraat aan naburige inheemse planten. 

Gebieden waarin één of meer exotische (niet-inheemse) soorten voorkomen, hebben een lagere plantendiversiteit dan gebieden waarin uitsluitend inheemse soorten voorkomen. Van Hengstum denkt dat dit komt omdat niet-inheemse soorten makkelijker binnendringen in een gebied dat minder rijk is aan soorten. Exoten komen in vergelijking met inheemse soorten vaker voor in gebieden die schaduwrijker zijn, rijker aan voedingsstoffen, en warmer en meer continentaal. Omdat opwarming, overbemesting en verruiging belangrijke processen in het huidige landschap zijn, zou deze waarneming deels het succes van invasieve planten in Nederland kunnen verklaren. 

Publicatiegegevens

Thomas van Hengstum: Ecological Effects of Plant Invasions. Promotor is prof. dr. P.H. van Tienderen. Co-promotor is dr. J.G.B. Oostermeijer.

Het onderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op woensdag 11 september, om 10.00 uur. Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.