Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

De Oranjezaal in Huis ten Bosch is door samenhang tussen schilderingen en architectuur één grote, indrukwekkende schijnwereld.

Huis ten Bosch

Stadhouder Frederik Hendrik wordt gepresenteerd als een door God aangesteld vorst door de heroïsche weergave van zijn leven en een reeks geschilderde triomfbogen, badend in de schijn van ‘hemels’ licht. Zijn weduwe Amalia van Solms gaf opdracht voor dit complexe project. Haar doel was de erfopvolging van het stadhouderlijke ambt te rechtvaardigen. Dit concluderen Elmer Kolfin (van de Capaciteitsgroep Kunstgeschiedenis van de UvA) en Margriet van Eikema Hommes (van de Technische Universiteit Delft en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) na uitvoerig onderzoek in de Oranjezaal. Het onderzoek werd uitgevoerd met een Vidi-subsidie die Van Eikema Hommes ontving van NWO.

De onderzoekers analyseren de Oranjezaal in het kader van de spanning tussen het stadhouderschap en de monarchaal-dynastieke ambities van de Oranje-Nassau’s. De studie van Elmer Kolfin naar de politieke achtergrond, de betekenis en de picturale bronnen van de zaal laat zien dat de in een republiek schijnbaar ongepast vorstelijke beeldtaal voortkwam uit lokale en internationale tradities, en zelfs aansloot bij de populaire media uit de zeventiende eeuw.

Margriet van Eikema Hommes bestudeerde de tientallen schilderijen op doek en de beschilderde houten architectuuronderdelen (zoals lambrisering en gewelven) in relatie tot de architectonische ruimte, schilderkundige aspecten en lichtval. Ook zij plaatst dat in picturale tradities en een politieke context en toont daarmee dat de formele aspecten in de zaal de diepere vorstelijke betekenis ervan op ingenieuze wijze ondersteunen. Samen concluderen de onderzoekers dat het in de zaal draait om de positie van Oranje in de republiek.

Erfopvolging veilig stellen

Van Eikema Hommes en Kolfin laten zien dat de Oranjezaal bol staat van (diepere) en rijke betekenissen. Amalia van Solms had bij het bepalen van het ontwerp een beslissende rol. Haar politieke en dynastieke ambities voor haar nageslacht werden er nauwgezet in verwerkt. Zij koos voor een beeldtaal die men eerder bij een koning zou verwachten dan bij een stadhouder. Een stadhouder was geen soeverein, maar in dienst van de Gewestelijke Staten, onderdeel van het bestuur van de Nederlandse Republiek. Na Frederik Hendriks dood kwam het stadhouderschap ter discussie te staan en kort na de dood van zijn zoon en opvolger Willem II in 1650 werd het zelfs afgeschaft. In deze roerige tijden zag Amalia zichzelf als hoedster van de Oranjedynastie. Daarbij gebruikte zij de Oranjezaal om de erfopvolging te rechtvaardigen.