Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Verschillende dier- en plantensoorten verouderen op zeer verschillende manieren. Ook zijn er soorten waarvan de kans op sterfte afneemt naarmate ze ouder worden. Dit blijkt uit onderzoek van een internationaal team met onder anderen UvA-hoogleraar Hal Caswell, dat onlangs is gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift 'Nature'.

DesertTortoise-Flickr-CreativeCommons-SandyReddy
Foto: Flickr, Sandy Redding

De onderzoekers maakten nadrukkelijk onderscheid tussen veroudering (de toename van de sterftekans naarmate de leeftijd toeneemt) en levensduur. Snelle veroudering hangt niet altijd samen met een kort leven, concluderen zij. Een goed voorbeeld is de Noordse woelmuis, een knaagdier met een levensduur van ongeveer een jaar. In dat jaar neemt zijn sterftecijfer slechts toe met een factor 2. In vergelijking neemt bij de mens het sterftecijfer tijdens zijn leven (van bijna een eeuw) toe met een factor 20.

Veroudering afwezig 

Evolutiebiologen hebben nog geen duidelijke verklaring voor veroudering. Met de Nature-publicatie laten de onderzoekers de ongekend complexe diversiteit van het verouderingsproces zien. Hun bevindingen staan op gespannen voet met de heersende verouderingstheorieën, waarin verondersteld wordt dat sterfte toeneemt met leeftijd. Er zijn soorten - bijvoorbeeld zoetwaterpoliepen en heremietkreeftjes – waarvan de sterftecijfers constant blijven gedurende hun hele leven. De toestand van hun lichaam gaat niet achteruit tijdens hun leven, wat suggereert dat veroudering bij deze soorten afwezig is. Daarnaast zijn er soorten waarvan de kans op sterfte afneemt naarmate ze ouder worden, zoals de hoornkoraal, de eik en de woestijnschildpad. Hun sterftekans wordt natuurlijk niet gereduceerd tot nul naarmate ze ouder worden, maar in vergelijking met hun toestand op jongere leeftijd neemt de kans toe dat ze hun volgende verjaardag halen. 

Nieuwe populatieanalyse 

Caswell, hoogleraar Mathematische demografie en ecologie aan de UvA, ontwikkelde een methode om informatie uit ouderdomsdata te halen die op het eerste gezicht geen relatie leek te hebben met ouderdom. Via een complex wiskundig proces kon hij met deze gegevens alle mogelijke ontwikkelingsroutes analyseren van soorten met verschillende levenscycli, ontwikkelingspatronen en ecologische behoeftes, om vervolgens de geboorte- en sterftecijfers van diverse soorten te reconstrueren. Dit was eerder, met de gebruikelijke aanpak voor demografische vraagstellingen, niet mogelijk. 

Het onderzoek werd uitgevoerd door wetenschappers van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED) van de UvA, het Max Planck Institute for Demographic Research (MPIDR) in Rostock (Duitsland) en het Max Planck Odense Center on the Biodemography of Aging (MaxO) in Odense (Denemarken). 

Publicatiegegevens

Owen R. Jones, Alexander Scheuerlein, Roberto Salguero-Gómez, Carlo Giovanni Camarda, Ralf Schaible, Brenda B. Casper, Johan P. Dahlgren, Johan Ehrlén, María B. García, Eric Menges, Pedro F. Quintana-Ascencio, Hal Caswell, Annette Baudisch, James W. Vaupel: ‘Diversity of Ageing Across the Tree of Life’, in: Nature (2013), DOI: 10.1038/nature12789.

Website Hal Caswell