Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Jongerenraden zijn waardevol voor het burgerschap van jongeren, concludeert Dana Feringa in haar promotieonderzoek. Daarnaast stelt zij dat burgerschap is als een ambacht. Een ambacht dat jongeren zich eigen leren maken door dit gezamenlijk uit te oefenen met volwassenen. Feringa promoveert op donderdag 23 januari aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

drie studentes

In Nederland zijn er honderden gemeentelijke jongerenraden, maar deze zijn zo goed als onzichtbaar voor de samenleving. Aan de hand van een aantal casusstudies onderzocht Feringa de betekenis van jongerenraden voor het burgerschap van jongeren. Jongerenraden zijn een belangrijk maar veronachtzaamd onderdeel van democratie en burgerschapsvorming. Belangrijk, omdat ze leerzaam zijn voor jongeren die er in meedoen en democratische tekorten in gemeenten kunnen helpen oplossen. Veronachtzaamd, omdat er te weinig aandacht is voor organisatie en representatie van de raden. In navolging hiervan – en in het verlengde van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de aanstaande decentralisatie van de jeugdzorg – pleit Feringa voor meer aandacht voor de rol die jongeren en hun begeleiders in deze raden vervullen. 

Invloed, draagvlak of plezier

Uit Feringa’s onderzoek blijkt dat jongerenraden (nog) niet altijd succesvol zijn. Zo komt substantiële representatie bij de meeste jongerenraden niet goed van de grond: de raadsleden lijken wat betreft sekse, leeftijd, opleidingsniveau en culturele achtergrond beperkt op de jongeren die zij vertegenwoordigen. Daarnaast onderhouden zij nauwelijks contact met de jongeren die ze vertegenwoordigen, waardoor perspectieven niet worden uitgewisseld. Ook blijken de jongeren, hun begeleiders en de beleidsambtenaren verschillende doelstellingen na te streven, zonder dit van elkaar te weten. ‘Gemeenten willen jongeren betrekken bij beleidsontwikkeling, zodat jongeren een gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid ontwikkelen en onder jongeren draagvlak voor beleid ontstaat. Begeleiders willen jongeren in de gelegenheid stellen om invloed uit te oefenen op beleid en hen ruimte bieden om zich via participatie verder te ontwikkelen. Voor de jongeren zelf staat plezier hebben voorop’, aldus Feringa.   

Positief, maar onbeholpen

Feringa schrijft het uitblijven van succes niet uitsluitend toe aan de structuur van de lokale overheid en jongerenraden zelf (zoals eerdere studies uit het buitenland deden), maar ook aan de wijze waarop de jongeren en hun begeleiders handelen binnen jongerenraden. Feringa licht toe: ‘De jongeren hebben in termen van burgerschap positieve intenties, maar zijn nog wat onbeholpen in de uitvoering van deze intenties. Het ontbreekt de jongeren aan kennis en aan passende begeleiding. En hun sterk individualistische instelling bemoeilijkt optreden als collectief. Zelfs sociale media worden daardoor onderbenut. Als gemeenten meer oog voor deze problemen hebben, valt veel winst te behalen’. 

Promotiedetails

Dana R. Feringa: Burgerschap als ambacht. Jongerenraden in Nederland. Promotor is prof. dr. E.H. Tonkens. 

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op donderdag 23 januari om 12.00 uur.
Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.