Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

De aanwezigheid van coöperaties zorgt ervoor dat Nederland een grote mondiale speler op de internationale bloemenmarkt is en blijft. De Nederlandse bloemenindustrie is daardoor flexibeler dan industrieën in andere landen. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Andrew Gebhardt. Hij promoveert op donderdag 6 februari aan de Universiteit van Amsterdam.

Bloemenveiling Aalsmeer

Gebhardt beschrijft in zijn onderzoek hoe Nederland, in het bijzonder Aalsmeer, het centrum werd van de mondiale bloemenindustrie. Hij richt zich daarbij specifiek op FloraHolland Aalsmeer, de grootste veiling van snijbloemen en planten ter wereld. Bijna 65 procent van alle snijbloemen en planten die wereldwijd worden verkocht gaan via Nederland.

‘Coöperatieve netwerken zijn van grote waarde voor de bloemenindustrie in Nederland. De risico’s worden onder alle leden verspreid door een gedeeld eigenaarschap. Daardoor zijn ze flexibel en kunnen ze snel veranderingen in de markt opvangen. Daarnaast delen de telers essentiële informatie over bijvoorbeeld innovaties. Het wijkt af van een standaard bedrijfsvoering waar de directie de grote beslissingen maakt en bedrijven elkaars concurrenten zijn,’ vertelt Gebhardt.

Voor zijn onderzoek interviewde Gebhardt tientallen mensen die aan de bloemenveiling in Aalsmeer verbonden zijn of waren, van kwekers tot verkopers en van veilingmedewerkers tot gepensioneerden. Ook reisde hij af naar Ethiopië waar hij vele mensen sprak die werkzaam zijn in de bloemenhandel. Een groot deel van de bloemen die in Aalsmeer verhandeld worden zijn afkomstig uit Oost-Afrika waar het klimaat voor de teelt van rozen gunstiger is.

Samenwerking, historische patronen, vriendschappen en netwerken bepalen de alledaagse praktijk op de bloemenveiling, niet, zoals algemeen wordt aangenomen, de marktwerking. Gebhardt vindt dat de Nederlandse bloemenindustrie zeker in deze crisis een interessante sector is om naar te kijken aangezien ze relatief weinig last van de slechtere economische situatie heeft.

De bloemenveiling – een uniek systeem – heeft nog een ander voordeel. Gebhardt: ‘Telers hoeven zich niet druk te maken om de verkoop van hun waar omdat dit via de veiling gaat. Zo kunnen ze zich volledig richten op de teelt zelf. Omdat het een kleine wereld waar kennis door familie- en vriendschapsbanden aan elkaar wordt doorgegeven, is de expertise binnen deze industrie erg groot.’

Opkomst van de moderne bloemencultuur

Gebhardt keek ook naar het verleden. ‘De moderne eerste commerciële bloemencultuur begon in Nederland in de 17de eeuw met de tulp. In deze bloem kwamen wetenschap en esthetiek samen op de manier die wij nu kennen. Het betekende het begin van het serieus bestuderen, verfijnen en leren van elke generatie bloemen. De vroege plantkunde en tuinsierkunst overlapten met en werden mogelijk gemaakt door wetenschappelijke ontdekkingen, vernuftige economische praktijken en een toenemende handel, evenals ruimtelijke ordening en een esthetische consumptiecultuur. Deze werden verbonden door sociale praktijken, een gedeelde visie en coöperatieve bedrijven die risicospreiding mogelijk maakten.’

Promotiedetails

Dhr. A.C.  Gebhardt: The Making of Dutch Flower Culture. Auctions, Networks and Aesthetics. Promotor is prof. dr. F. Gouda. Copromotor is dr. A.T. Strating.

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op donderdag 6 februari om 12.00 uur.
Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.