Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Verschillende in beslag genomen etsen die van de hand van de kunstenaar Anton Heyboer zouden zijn, zijn hoogstwaarschijnlijk vals. Het Openbaar Ministerie (OM) maakte vrijdag 31 januari de vervolg- en sepotbeslissing in de zaak Heyboer bekend. Hieraan ten grondslag ligt technisch onderzoek naar de echtheid van werken, dat is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Ateliergebouw
Het Ateliergebouw waar het onderzoek werd uitgevoerd

Bas van Velzen en Judith Geerts van de opleiding Conservering en Restauratie van Cultureel Erfgoed aan de UvA onderzochten zes droge-naaldetsen uit Anton Heyboers zogenoemde Haarlemse periode (1950-1958). De prenten werden ter onderzoek aangeboden door kunsthandelaar Willem de Winter en Heyboer-verzamelaar Olaf van Herpen, die wilden weten of hun vermoeden van vervalsing van een aantal prenten wetenschappelijk verifieerbaar was. 

‘Uitbloedende’ inkt

Van Velzen en Geerts ontdekten dat een van de zes prenten sterk afwijkt, wat betreft druktechniek, pigment en papier. Druktechnisch zijn het inktreliëf en de plaatrand (indruk in het papier van de drukplaat) bij deze prent vrijwel afwezig, terwijl dit normaal zeer kenmerkend is voor een droge-naaldets. Daarnaast ‘bloedt’ de inkt van deze prent uit in het papier, wat ongebruikelijk is bij dit type ets. Inkten gebruikt in het vroege werk van Heyboer bloeden niet in het papier uit. De UV-fluorescentie aan de achterzijde van de prent bevestigt het uitbloeden van kleurstoffen en/of bindmiddelen in het papier. Ook blijkt het papier van de prent van een latere productiedatum te zijn dan 1959. De verhoogde hoeveelheid calcium in het papier wijst hierop. 

Na het indicatieve onderzoek door Van Velzen en Geerts gaf het OM opdracht aan het NFI om verder forensisch onderzoek te doen.

Conservering en restauratie

In het onderzoek kwamen verschillende onderdelen van de specialisatie Boek en Papier van de opleiding Conservering en Restauratie vanuit een nieuwe invalshoek aan de orde, bijvoorbeeld determinatie van papiersoort, verflagen en gebruikte technieken. Kennis van de materialiteit van objecten en kunstwerken - van hun vervaardiging en natuurwetenschappelijke eigenschappen, maar ook van hun kunsthistorische context - is een essentieel onderdeel van het vak van restaurator waartoe de studenten Conservering en restauratie (een master met acht specialisaties) worden opgeleid.