Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Het was bekend dat onze pupillen wijder worden tijdens het nemen van een beslissing. Waarom was echter niet bekend. Nu blijkt dat de mate van verwijding verraadt wat het gevoel van ‘de beslisser’ is over de aankomende keuze. Dit concluderen cognitieve neurowetenschappers van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De resultaten zijn online gepubliceerd door het wetenschappelijk tijdschrift PNAS.

Eye-Flickr-CreativeCommons-AtillaAcs

Tot nog toe werd bij onderzoeken naar de pupilverwijding bij beslissingen vaak naar heel snelle beslissingen gekeken (een paar honderd milliseconden). Het was daarom onduidelijk of de pupillen wijder werden door de gemaakte respons (bijvoorbeeld een druk op een knop) of door het voorafgaande beslisproces. De UvA-onderzoekers zorgden ervoor dat het beslisproces langer duurde om een onderscheid tussen taak en beslisproces te maken.

Tijdens het onderzoek deden proefpersonen een computertaak waarin ze met een druk op de knop moesten aangeven of ze een bepaalde afbeelding (de target) ingebed in dynamische ruis zagen of niet. Zagen ze de afbeelding, dan drukten ze op de rechterknop; zo niet, dan op de linker. Tussen de gevraagde afbeeldingen werd ‘ruis’ (niet-relevante afbeeldingen) getoond.

Masterstudent Jan Willem de Gee legt uit: ‘Hoewel het in deze taak om elementaire perceptuele beslissingen gaat, weten wij dat de proefpersonen dezelfde berekeningen maken als bijvoorbeeld een beurshandelaar wanneer hij beslist om een bepaald aandeel te kopen. Het gaat om het vergaren van fluctuerend bewijs voor of tegen een beslissing door de tijd.’

Noradrenaline

Tijdens de proef registreerden de onderzoekers de pupilgrootte van de proefpersonen. Steeds meer bewijs ondersteunt het idee dat dit een maat is voor de centrale afgifte van de signaalstof noradrenaline. Noradrenaline reguleert de communicatie tussen zenuwcellen in het brein. Voor het eerst lieten de UvA-onderzoekers zien dat pupilverwijding al tijdens het vergaren van bewijs voor de beslissing plaatsvindt. Dit resultaat suggereert dat de afgifte van noradrenaline actief beslisprocessen kan beïnvloeden terwijl deze zich voltrekken in de cortex.

‘Sommige beurshandelaren hebben maar weinig bewijs nodig ten gunste van een aandeel, terwijl anderen langer wachten voordat ze overgaan tot een aankoop,’ vertelt de Gee. ‘Al onze beslissingen zijn het resultaat van de interactie tussen individuele attitudes en het bewijs vergaard uit de omgeving.’ Opmerkelijk was dat de onderzoekers de grootste pupilverwijding zagen bij voorzichtige proefpersonen (eerder geneigd ‘nee’ te zeggen) wanneer zij een ‘ja’-keuze maakten.

Een interpretatie van deze bevindingen is dat de centrale afgifte van noradrenaline het vergaren van bewijs bevordert. Zodoende hebben intrinsieke attitudes een verminderde impact op de aankomende keuze. De onderzoekers zijn van plan om deze hypothese te testen met gelijktijdige registratie van pupilgrootte en breinactiviteit. Deze resultaten zijn niet alleen belangrijk voor het ontrafelen van de fundamentele breinmechanismes betrokken bij beslisprocessen. Ze zouden ook belangrijke implicaties kunnen hebben voor het begrijpen van ongeregeldheden in cognitie en gedrag zoals bij psychiatrische stoornissen waarbij noradrenaline een belangrijke rol speelt (o.m. depressie).

Publicatiegegevens

De Gee, J.W., Knapen, T. & Donner, T.H. ‘Decision-related pupil dilation reflects upcoming choice and individual bias.’ PNAS (online editie 22 januari 2014).