Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Genetische aanleg is een mogelijke oorzaak van individuele verschillen tussen kinderen in hun gebruik van mediageweld. Hierop wijzen de resultaten van onderzoek uitgevoerd door de Amsterdam School of Communication Research (ASCoR) van de UvA.

Boy and Girl

De onderzoekers vonden een relatie tussen een specifieke variant van het gen dat serotonine transporteert en het bovenmatig kijken naar gewelddadige televisieprogramma’s en spelen van gewelddadige videogames door kinderen. Hun bevindingen zijn gepubliceerd in het februarinummer van het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Communication.

ASCoR-onderzoekers Sanne Nikkelen, Helen Vossen en Patti Valkenburg analyseerden in samenwerking met onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam gegevens van 1.612 Nederlandse kinderen in de leeftijd van 5 tot 9. De ouders rapporteerden over de mate waarin hun kinderen naar gewelddadige tv-programma’s keken en gewelddadige videogames speelden. DNA-gegevens waren verzameld bij de geboorte van de kinderen en werden geanalyseerd om variatie in het 5-HTTLPR-gen te bepalen. Het gen 5-HTTLPR is in eerdere onderzoeken geassocieerd met ADHD-gerelateerde gedragingen. De onderzoekers ontdekten dat kinderen met een specifieke variant van dit gen gemiddeld meer gewelddadige media tot zich namen. Kinderen die meer gewelddadige media tot zich namen vertoonden daarnaast meer ADHD-gerelateerd gedrag. Deze verbanden zijn echter subtiel; ook andere factoren kunnen deze gedragingen bij kinderen beïnvloeden. 

Implicaties

‘Onze resultaten duiden erop dat gewelddadig mediagebruik bij kinderen deels wordt beïnvloed door genetische factoren. Dit kan betekenen dat kinderen met de variant van het bewuste gen meer geneigd zijn stimulerende activiteiten op te zoeken zoals het kijken naar geweld op tv en het spelen van games met veel geweld’, licht Nikkelen toe. ‘Het is belangrijk om de relatie tussen mediagebruik en ADHD-gerelateerde gedragingen te bestuderen. Kinderen met zulk gedrag ondervinden vaak moeilijkheden met leeftijdsgenoten en op school, en lopen een verhoogd risico op middelenmisbruik. Inzicht in de factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van de gedragingen, kan helpen bij het ontwerpen van preventie- en interventiestrategieën.'

Publicatiegegevens 

Sanne Nikkelen, Helen Vossen, Patti Valkenburg, Fleur Velders, Dafna Windhorst, Vincent Jaddoe, Albert Hofman, Frank Verhulst & Henning Tiemeier: ‘Media Violence and Children’s ADHD-Related Behaviors: A Genetic Susceptibility Perspective’, in: Journal of Communication, Volume 64, Issue 1, February 2014, doi: 10.1111/jcom.12073.