Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Een beeld dat dikwijls opduikt in media en literatuur is dat van de ‘foute’ kunstenaar van wie de carrière na de oorlog bergafwaarts ging, omdat hij had gecollaboreerd. Cultuurhistoricus Claartje Wesselink maakt in haar promotieonderzoek duidelijk dat dit beeld te zwart-wit is.

Claartje Wesselink
Bron: Claartje Wesselink

Zo wist de schilder Pyke Koch, die voor en tijdens de oorlog fascistische en nationaalsocialistische sympathieën had gehad, al tijdens de wederopbouwperiode weer volop in de aandacht te komen. De promotieplechtigheid vindt plaats op vrijdag 28 maart aan de Universiteit van Amsterdam. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren kunstenaars verplicht zich aan te melden bij de Kultuurkamer. Wie zich niet meldde kreeg een beroepsverbod; joodse kunstenaars mochten geen lid worden. Na de oorlog werd de Kultuurkamer hét symbool voor collaboratie onder kunstenaars. Lang niet iedereen die zich bij de Kultuurkamer meldde was echter een collaborateur. 

Van verzwijgen naar expliciet benoemen

Wie als ‘fout’ werd gezien, had het in de naoorlogse samenleving niet gemakkelijk. Voor ‘foute’ beeldend kunstenaars gold dat evenzeer. ‘Wanneer iemands kunst onmisbaar werd geacht binnen de canon van de Nederlandse kunst, bleek een ‘fout’ verleden echter relatief onbelangrijk te zijn’, vertelt Wesselink. ‘Museumdirecteuren, kunstcritici, wetenschappers en andere gezaghebbende figuren in de kunstwereld droegen er in zo’n geval aan bij dat het oorlogsverleden van de betreffende kunstenaar ‘acceptabel’ werd gemaakt voor het brede publiek. In de jaren vijftig was dat doorgaans door het te verzwijgen; in latere decennia werd het verleden daarentegen expliciet benoemd. Morele afkeuring van de kunstenaar ging dan hand in hand met esthetische bewondering van zijn werk – een combinatie die onmiskenbaar zijn aantrekking had op het publiek.’   

Gedeelde herinneringen 

Met haar onderzoek vertelt Wesselink het verhaal van ‘foute’ beeldend kunstenaars en hun werken, maar ook van de Nederlandse samenleving en haar omgang met de oorlog door de jaren heen. Zij maakt daarmee zichtbaar welke rol kunstwerken spelen in de collectieve processen van memoreren, verdringen en verwerken van het oorlogsverleden. ‘Want een kunstwerk is niet alleen een esthetisch object, maar tevens drager van steeds veranderende gedeelde herinneringen en een steeds veranderende gedeelde identiteit. De wijze waarop wij kunst waarderen en interpreteren, is daar niet los van te zien’, aldus Wesselink. 

Publicatiegegevens

Claartje Wesselink: Kunstenaars van de Kultuurkamer. Geschiedenis en herinnering. Promotor is prof. dr. F.P.I.M. van Vree, copromotor is prof. dr. R. van der Laarse.

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid is op vrijdag 28 maart om 13.00 uur.  
Locatie: Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam.