Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

De effectiviteit van de meest intensieve interventies (zoals tbs-behandeling) is het grootst bij zedendelinquenten met het hoogste recidiverisico. Dit soort interventies levert echter geen verbetering op bij delinquenten met een laag recidiverisico. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Wineke Smid, verbonden aan de Van der Hoeven Kliniek. De promotieplechtigheid vindt plaats op 23 mei aan de Universiteit van Amsterdam.

Naast het adequaat vervolgen en straffen, kan het bieden van effectieve behandeling aan zedendelinquenten een bijdrage leveren aan het terugdringen van het aantal slachtoffers, omdat daardoor recidive kan worden voorkomen.

Smid: ‘Belangrijk is dat de intensiteit van de behandeling wordt afgestemd op het recidiverisico van de zedendelinquent. Dit betekent dat zedendelinquenten met het hoogste recidiverisico - minder dan 10% van de gehele groep - de meest intensieve interventie dienen te ondergaan en dat plegers met een laag recidiverisico geen of slechts zeer beperkte behandeling dienen te ondergaan.’

Binnen een van de onderzoeken richt Smid zich op de recidives van 266 zedendelinquenten, waarvan er 90 tbs-behandeling ondergingen. Daaruit blijkt dat de zeer intensieve tbs-behandeling wel effectief is voor de delinquenten met hoge risiconiveaus, maar geen verbetering oplevert voor de delinquenten met lage risiconiveaus.

Risicotaxatie

Een taxatie aan de hand van een specifiek, relatief eenvoudig instrument, dat ook ingezet kan worden als de zedendelinquent niet meewerkt aan het onderzoek, geeft de beste indicatie van het recidiverisico. Een dergelijk instrument wordt in Nederland (nog) niet standaard en leidend gebruikt. Soms wordt wel een instrument ingezet, maar de uiteindelijke beslissing omtrent behandeling wordt genomen op basis van de afwegingen van een deskundige, een zogeheten klinisch oordeel.

Uit onderzoek onder 474 veroordeelde zedendelinquenten en 145 deelnemers van een behandelgroep blijkt dat de klinische manier van behandeltoewijzing onvoldoende samenhangt met het risicoprincipe. Met andere woorden: plegers van alle risiconiveaus worden op deze manier toegewezen aan behandeling van alle intensiteitniveaus en plegers van alle mogelijke risiconiveaus zijn vertegenwoordigd binnen dezelfde behandelgroep. Als gevolg hiervan keren enerzijds zedendelinquenten met een hoog recidiverisico na hun detentie onbehandeld terug in de samenleving terwijl anderzijds plegers met een laag recidiverisico vaak jarenlange behandelingen ondergaan.

‘Gebaseerd op deze resultaten, is het raadzaam om ook in Nederland de behandeltoewijzing te baseren op formele risicotaxatie. Mijn onderzoek biedt validering van een aantal voor dat doel geschikte instrumenten onder een representatieve groep van 397 veroordeelde Nederlandse zedendelinquenten. Door standaard en leidend gebruik van (een van) deze instrumenten kan de beschikbare behandelcapaciteit effectiever en efficiënter ingezet worden waardoor recidive verminderd kan worden en daarmee het aantal slachtoffers van zedendelicten kan worden teruggedrongen,’ aldus Smid.

De Van der Hoeven Kliniek is onderdeel van De Forensische Zorgspecialisten.

Promotiedetails

Mw. W.J. Smid: Sex Offender Risk Assessment in the Netherlands: Towards a Risk Need Responsivity Oriented Approach. Promotor is prof. dr. J.H. Kamphuis. Copromotor is dr. D.J. van Beek.

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op vrijdag 23 mei om 11.00 uur.

Locatie: Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam.