Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Over smaak valt niet te twisten, zo luidt de uitdrukking, maar toch twisten velen voortdurend over smaak. Veel mensen kijken neer op de smaak van anderen, maar vaak voelen ze zich hier ongemakkelijk bij. Ze herkennen duidelijke verschillen tussen ‘hoge cultuur’ en ‘lage cultuur’, maar zijn het niet eens met een dergelijk onderscheid. Deze ambivalenties en tegenstrijdigheden vormen de belangrijkste conclusies van het proefschrift dat cultuursocioloog Marcel van den Haak op 27 mei verdedigt aan de Universiteit van Amsterdam.

Foto Muziekgebouw aan 't IJ Amsterdam
Foto: Henny Boogert

De laatste decennia wordt vaak gezegd dat de grenzen tussen zogenaamde hoge en lage (of populaire) cultuur vervaagd zijn. Kunstenaars mengen elementen uit beide domeinen, ‘kwaliteitskranten’ bespreken het Songfestival net zo serieus als de Matthäus Passion, en consumenten zouden ‘culturele omnivoren’ geworden zijn (met een brede, grensoverstijgende smaak). Dit past in een samenleving waarin het belang van hiërarchie is afgenomen, ten gunste van een egalitair en individualistisch ideaal. Tegelijkertijd, echter, blijft culturele smaak voor een groot deel sociaal bepaald: mensen uit hogere klassen houden eerder van Bach en mensen uit lagere klassen eerder van Frans Bauer. Maar betekent dit ook dat ze hun smaak als respectievelijk hoge en lage cultuur beschouwen, en dat de één neerkijkt op de ander, wat de Franse socioloog Pierre Bourdieu ‘distinctie’ noemde?  

‘Ranking the stars’

Van den Haak stelt de vraag of en hoe mensen in Nederland culturele hiërarchie waarnemen en hoe ze begrippen als hoge en lage cultuur definiëren en classificeren. Daarnaast bestudeert hij hoe mensen culturele hiërarchie in de praktijk brengen, dat wil zeggen in hoeverre ze in hun manier van spreken neerkijken op, of opkijken naar, de smaak van anderen. Tot slot bekijkt hij de opinies die mensen over dergelijke hiërarchieën hebben. Dit doet hij door middel van diepte-interviews met een steekproef van negentig mensen over hun smaak in muziek, film, theater en beeldende kunst. De perceptie van een muzikale hiërarchie diept hij verder uit met een opdracht tot het rangschikken van dertig zangers, bands en componisten.  

Ongemak over eigen oordeel

Uit het onderzoek blijkt enerzijds dat er, ongeacht de persoonlijke smaak, een behoorlijk grote consensus is over de uiteinden van de culturele hiërarchie – Bach is hoog, Bauer laag – en meer variatie bij de items daartussen: over de status van André Rieu (klassiek, maar ’voor het volk’) zijn de meningen verdeeld. Anderzijds verzetten veel mensen zich expliciet tegen een dergelijke indeling: de term hoge cultuur wordt ’elitair’ en ’arrogant’ genoemd; lage cultuur ‘kleinerend’ en ‘respectloos’. Toch blijken diezelfde mensen tijdens het interview regelmatig neer te kijken op de ‘slechte’ smaak van anderen (met name van lageropgeleiden). Een aanzienlijk deel van hen relativeert dergelijke distincties echter direct: ’Ik bedoel het niet denigrerend hoor, maar…’ Ze lijken zich ongemakkelijk te voelen over hun eigen oordelen over mensen uit lagere klassen en menen dit direct te moeten herstellen tegenover de interviewer. Deze ambivalente groep is groter dan de groep die zich voornamelijk hiërarchisch uit en dan de groep die zich vooral egalitair of neutraal uit. Ze tonen distinctie, maar tegen wil en dank. 

Promotiedetails 

M.A. van den Haak, Disputing about taste. Practices and perceptions of cultural hierarchy in the Netherlands. Promotoren zijn prof. dr. N.A. Wilterdink en mw. prof. dr. G.M.M. Kuipers.  

Tijd en locatie  

De promotieplechtigheid vindt plaats op dinsdag 27 mei om 10.00 uur. Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 229-231, Amsterdam.