Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Aan het eind van deze eeuw zal de wereldwijde populatie van keizerspinguïns als gevolg van klimaatverandering drastisch zijn gedaald. Deze bevinding van een internationaal onderzoeksteam met onder anderen UvA-hoogleraar Hal Caswell onderschrijft de noodzaak de keizerspinguïn te erkennen als bedreigde diersoort. De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Climate Change.

Keizerpinguins op Antartica
Foto: Flickr, Rita Willaert

De onderzoekers analyseerden algehele populatietrends van de keizerspinguïn (Aptenodytes forsteri) onder de invloed van veranderingen in condities van zee-ijs vastgesteld door aan elkaar gekoppelde klimaatmodellen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Caswell en collega’s tonen de populatiedynamiek - voor de periode tot het eind van deze eeuw - van de 45 keizerspinguïnkolonies op Antarctica door gebruik te maken van een ‘zee-ijsafhankelijk’ demografisch model met daarin lokale, kolonie-specifieke omstandigheden.

Zorgwekkende afname

Keizerspinguïns zijn voor hun levensonderhoud sterk afhankelijk van het zee-ijs. Als er te veel ijs is, moeten pinguïnouders (te) lange afstanden naar de oceaan afleggen om te jagen en voedsel terug te brengen naar hun kuikens. Te weinig ijs vermindert echter de habitat voor krill (kleine, kreeftachtige diertjes), die de belangrijkste voedselbron vormen voor keizerspinguïns.

De verwachte dynamiek verschilt per kolonie, maar als de concentratie van zee-ijs blijft afnemen zal aan het eind van deze eeuw op zijn minst twee derde van de 45 kolonies met meer dan de helft in aantal zijn gedaald ten aanzien van hun huidige omvang. Nog zorgwekkender is dat de volledige populatie tegen die tijd zal zijn afgenomen, met ten minste 19%, én alle 45 kolonies snel zullen krimpen.

Vijftig jaar pinguïn-observatie

Aan de basis van het onderzoek staat een intensieve studie van de keizerspinguïnkolonie in Terre Adélie (in het oosten van Antarctica). Al vijftig jaar lang worden daar jaarlijks biologische metingen van de pinguïns verzameld. Het gaat hierbij om het in kaart brengen van de groei (en de afname) van de populatie, het observeren van de paring, vergaren van voedsel en het grootbrengen van kuikens, en het van jaar tot jaar volgen van de individuele, gemerkte pinguïns.

Cruciaal voor behoud

De onderzoeksresultaten leiden tot een aantal aanbevelingen voor de toekomst. ‘Belangrijk is vooral om potentiële toevluchtsoorden te identificeren om de toekomst van populaties veilig te stellen’, vertelt Caswell. ‘De Rosszee, een diepe baai in de Zuidelijke Oceaan in Antarctica, zal naar verwachting de laatste plaats zijn die wordt getroffen door klimaatverandering. Als strategieën tot natuurbehoud zich op de Rosszee concentreren, kan dit deel van Antarctica mogelijk zo’n toevluchtoord worden. Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en het vertragen van het tempo van de klimaatverandering zijn echter de belangrijkste acties.’

Publicatiegegevens

Stéphanie Jenouvrier, Marika Holland, Julienne Stroeve, Mark Serreze, Christophe Barbraud, Henri Weimerskirch, Hal Caswell: Projected continent-wide declines of the emperor penguin under climate change, in: Nature Climate Change (published online 2014/06/29. doi:10.1038/nclimate2280).

 

Het onderzoek is uitgevoerd door een interdisciplinair team onder leiding van Stephanie Jenouvrier (Woods Hole Oceanographic Institution, VS) en Hal Caswell, hoogleraar Mathematical Demography and Ecology aan de UvA, in samenwerking met collega’s  het Centre National de la Recherche Scientifique (Frankrijk), het National Center for Atmospheric Research (VS) en het Cooperative Institute for Research in Environmental Sciences (VS).