Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Niet alleen de pupillen van mensen, maar ook die van chimpansees passen zich in grootte aan in het contact met elkaar. Dit effect is het sterkst bij interactie met een individu van de eigen soort. Dat blijkt uit onderzoek dat UvA-psycholoog Mariska Kret uitvoerde met collega-wetenschappers van de Kyoto University (Japan). De resultaten zijn woensdag 20 augustus gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE.

Eye-Flickr-CreativeCommons-AtillaAcs
Foto: Flickr, AtillaAcs

De onderzoekers bekeken of het spiegelen van pupilgrootte (pupilsynchronisatie, oftewel de aanpassing van de pupilgrootte van het ene individu aan de pupilgrootte van het andere individu) een fenomeen is dat uitsluitend voorkomt bij de mens of dat het ook voorkomt bij de sterk aan ons verwante chimpansee. Daarnaast onderzochten ze of pupilsynchronisatie sterker is bij interacties tussen twee individuen van dezelfde soort in vergelijking met interacties tussen twee individuen van verschillende soorten.

Pupilsynchronisatie helpt leden van eenzelfde groep elkaar beter aan te voelen en te begrijpen. Dit kan leiden tot meer onderling vertrouwen en een betere samenwerking. Het is met name interessant, omdat het in tegenstelling tot andere vormen van synchronisatie of het spiegelen van gedrag – bekend vanuit zowel de biologie als de psychologie – volledig automatisch, onbewust en oncontroleerbaar is en daardoor een ‘eerlijk’ signaal vormt.

In het onderzoek kregen mensen en chimpansees korte videofragmenten te zien van de ogen van zowel hun eigen soort als de andere soort, waarin de pupillen van de getoonde mens of chimpansee vergrootten of verkleinden. Door middel van eye-tracking bestudeerden Kret en collega’s of de pupilgrootte van de testpersonen en -chimpansees die van de getoonde ogen spiegelden. ‘Wat we vonden was dat mensen hun pupillen vooral synchroniseren met mensen, en niet met chimpansees. Een omgekeerd effect werd gevonden bij chimpansees. Het effect was het sterkst bij mensen. Bij de chimpansees was het effect sterker bij de moeders dan bij de andere chimpansees, vertelt Kret.

Pupil als communicatiemiddel

Over pupilsynchronisatie is nog zeer weinig bekend. Dat pupillen meer reflecteren dan uitsluitend veranderingen in lichtsterkte, was al bekend: iemands pupillen weerspiegelen zijn gemoedstoestand (bijvoorbeeld opgewonden, angstig of geïnteresseerd). Voor sociale dieren die in groepen leven, is dit relevante informatie. Van mensen is bekend dat zij andermans pupilsignaal oppikken en onbewust mee laten wegen in hun gedrag.

De mens heeft als enige diersoort op aarde enorm veel zichtbaar oogwit. Dit oogwit is met onze evolutie ontstaan om non-verbale communicatie, zoals het volgen van blikrichting, te vergemakkelijken. Het oogwit en de opvallend gekleurde iris trekken de aandacht naar het midden van het oog toe, naar de pupil. Chimpansees hebben geen zichtbaar oogwit zoals mensen, maar spiegelen wel gedrag (onder meer emotionele gezichtsexpressies, gapen, vocalisaties). Met eerder onderzoek werd reeds aangetoond dat spiegelen positieve effecten heeft op de band tussen twee individuen en sterker is bij een grotere verwantschap tussen de twee individuen. Het was tot nog toe onbekend of dit ook geldt voor pupilsynchronisatie en voor interacties tussen twee verschillende diersoorten.

Toekomstig onderzoek

‘De volgende stap is om te onderzoeken in welke mate pupilsynchronisatie invloed heeft op gedrag in het dagelijks leven en of pupilsynchronisatie praktische toepassingen heeft. Ik denk dan met name aan de klinische praktijk – voor patiënten met locked-in-syndroom, bij mensen met autisme of sociale angst, en in zorgrobots – maar ook aan het bedrijfsleven, bijvoorbeeld bij onderhandelingen en selectie’ aldus Kret. ‘Ik hoop hier met mijn onlangs ontvangen Veni-subsidie meer inzicht in te krijgen’.

Publicatiegegevens

Kret ME, Tomonaga M, Matsuzawa T (2014) 'Chimpanzees and Humans Mimic Pupil-Size of Conspecifics', in: PLOS ONE 9(8): e104886. doi:10.1371/journal.pone.0104886.