Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

De kans dat jongeren buitensporig geweld plegen en daar volledig in opgaan, is groter als slachtoffers op de grond belanden. Dit concludeert UvA-socioloog Don Weenink na het analyseren van 159 geweldssituaties in Nederland. De onderzoeksresultaten, verkregen met een Veni-subsidie van NWO, zijn op woensdag 8 oktober gepubliceerd in het 'British Journal of Sociology'.

Jeugd, jongeren
Foto: Flickr, Creative Commons, HansvdW

Ook als familieleden aanwezig zijn in de groep waartoe de daders behoren, of als er veel omstanders aan de kant van de geweldplegers staan, kan geweld makkelijker escaleren. De invloed van dit soort situationele factoren op escalatie van jeugdgeweld blijkt groter dan tot nu toe werd gedacht. 

Weenink onderzocht de emotionele staat van de aanvallers en ging na onder welke omstandigheden de kans op extreem geweld toeneemt. Hij vergeleek hiertoe 159 geweldssituaties in justitiële dossiers. Weenink was met name geïnteresseerd in frenzied attacks: situaties van extreem geweld waarbij aanvallers terechtkomen in een ‘emotionele tunnel’. Afgesloten van hun omgeving gaan zij op in een tomeloze, ongecontroleerde agressie. Op zulke momenten zijn de daders niet meer aanspreekbaar, zijn ze uit op totale dominantie of destructie van het slachtoffer en blijven zij doorgaan met het verwonden van de slachtoffers, ook al zijn deze weerloos en passief. Extreem geweld waarbij de dader niet langer voor rede vatbaar is, deed zich voor in 28 van de onderzochte situaties. 

Groepsgevoel 

Weenink stelde vast dat de kans dat geweld escaleert meer dan drie keer groter wordt wanneer aanvallers deel uitmaken van een groep jongeren met een sterke onderlinge band. De onderlinge verbondenheid kan het resultaat zijn van een gezamenlijke focus op geweld (bijvoorbeeld door het speuren naar geschikte slachtoffers of door elkaar uit te dagen) en door het delen van dezelfde emotie (zoals boosheid of uitgelaten opwinding). De rol van groepsgevoel in geweld komt ook naar voren wanneer zich in de groep familieleden bevinden. Wanneer zij aanwezig zijn, wordt de kans op ongecontroleerd geweld acht maal groter. 

Emotionele dominantie 

Het geweld verergert vaak als slachtoffers zich in een kwetsbare positie bevinden, met name als zij op de grond terechtkomen. De kans op extreem geweld wordt dan bijna twaalf maal groter. Ook het numerieke overwicht van de ‘supporters’-groep van de aanvallers (de groep die toekijkt of aanmoedigt) op de groep die bij het slachtoffer hoort, lokt een escalatie van geweld uit. Een verklaring hiervoor is dat het getalsmatig overwicht van ‘hun’ groep de aanvallers emotionele dominantie biedt; zij voelen zich dan sterker. 

Oppassen 

In de campagne ‘Meer veiligheid op straat’ raadde de Rijksoverheid aan om als een situatie uit de hand loopt de omstanders te mobiliseren. Weenink: ‘Geweldssituaties verlopen vaak heel snel. Mobiliseren van omstanders is goed, maar je moet oppassen dat zij geen partij gaan kiezen en neutraal ingrijpen. Met een scheve verhouding tussen de slachtoffers- en aanvallersgroep, wordt de kans groter dat het geweld extreem wordt.’ Het handelen van omstanders moet erop gericht zijn dat geen van beide partijen mogelijkheden krijgt om dominantie te verwerven, of dat de verliezende partij met de verworven steun van omstanders niet alsnog tot tegengeweld over gaat.

Vernieuwend aan Weeninks onderzoek is dat het niet in de eerste plaats gericht was op achtergrondkenmerken van individuele geweldsplegers, maar op de wijze waarop kenmerken van de situatie de emotionele staat van aanvallers beïnvloeden, met name het groepsproces. ‘Dit is vooral van belang voor het verklaren van geweld onder jongeren, omdat dit vaak plaatsvindt in groepen,’ aldus Weenink.