Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Het beleid van de Nederlandse regering in ballingschap rond de geallieerde bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog was terughoudend, reactief en machteloos. Dat is de belangrijkste conclusie uit het promotie-onderzoek van Joris van Esch. Hij promoveert op woensdag 15 oktober aan de Universiteit van Amsterdam.

Landkaart
Foto: Mike McHolm

Britse en Amerikaanse bommenwerpers voerden van 1940 tot 1945 in totaal 851 missies uit op Nederlands grondgebied. Daarbij werden 17.000 bommenwerpers ingezet die in totaal bijna 30.000 ton bommen afwierpen. Deze luchtaanvallen veroorzaakten veel slachtoffers (schattingen variëren tussen zes –en veertienduizend) en grote schade.

Van Esch deed onderzoek naar het politieke en militaire beleid van de Nederlandse regering in ballingschap ten aanzien van geallieerde luchtaanvallen in Nederland.

‘Het politieke beleid van de Nederlandse regering in ballingschap is niet anders te typeren dan als reactief. Zo verzuimde het oorlogskabinet de uitvoering van  het beleid met betrekking tot luchtaanvallen goed te controleren en het initiatief naar zich toe te trekken. Het kabinet liet daarnaast meerdere keren na actief stelling te nemen en bijvoorbeeld bij de Britse regering het gebrek aan precisie van de bombardementen te bekritiseren,’ vertelt Van Esch.

Van Esch stelt echter dat de Nederlandse regering tijdens de Tweede Wereldoorlog wel degelijk invloed had op het geallieerde bombardementsbeleid. De machteloosheid kwam juist door het gebrek aan politiek-bestuurlijke daadkracht. Dit uitte zich duidelijk tijdens de kabinetscrisis van 1941, maar ook later werden besluiten over het bombardementsbeleid niet expliciet besproken, niet genomen of werd er een incidentenpolitiek gevoerd.

Beeldvorming na de oorlog

De beeldvorming over de bombardementen lijkt te zijn gekleurd door de luchtaanval op 11 april 1944 op kunstzaal Kleykamp in Den Haag, de plek waar alle persoonsbewijzen werden opgeslagen. Deze aanval kenmerkte zich door een uitgebreide Brits-Nederlandse besluitvorming en  voorbereiding. De precieze en succesvolle uitvoering van het bombardement leidde tot tevredenheid aan zowel Britse als Nederlandse kant.

Van Esch: ‘De besluitvorming over de luchtaanval op Kleykamp is na de oorlog model  komen te staan voor de besluitvorming van de Nederlandse regering over alle geallieerde bombardementen op bezet Nederland. Dit komt vooral omdat  toenmalig premier Pieter Gerbrandy deze luchtaanval bij de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie naar voren bracht als voorbeeld van de invloed van de Nederlandse regering.’

Echter, het geval Kleykamp was niet representatief voor de besluitvorming tijdens de oorlog. Bombardementen op verzoek van de regering in ballingschap hadden tot Kleykamp nauwelijks plaatsgevonden. Ook een dergelijk gedetailleerd overleg met de Britten of Amerikanen was eerder uitzondering dan regel.

Promotiedetails

Dhr. J.A.C. van Esch: A finger in the pie? De Nederlandse regering in ballingschap en geallieerde luchtaanvallen op Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Promotor is prof. dr. W. Klinkert.

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op woensdag 15 oktober om 12.00 uur.
Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.