Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

De opleiding Theaterwetenschap aan de UvA bestaat 50 jaar. Deze mijlpaal wordt op 24 en 25 oktober gevierd met een jubileumconferentie. Met een theatrale mix aan stellingen en debatten treden sprekers en publiek in dialoog over de laatste 50 jaar theater en Theaterwetenschap in Amsterdam.

In september 1964 opende het Instituut voor Dramatische Kunst in Amsterdam zijn deuren. Daarmee werd de basis gelegd voor de institutionalisering van de theaterwetenschap als zelfstandige academische discipline in Nederland.

‘Theater is kennis. Kennis over en onderzoek naar theater is niet alleen een noodzakelijke verrijking van het theaterveld in Nederland, maar ook van het besef van de noodzaak van zingeving voor een maatschappij,’ vertelt prof. dr. Kati Röttger, voorzitter van het Instituut voor Theaterwetenschap aan de UvA.

Jubileumconferentie

Het 50-jarig bestaan wordt uitgebreid gevierd. Louise Gunning, voorzitter van het College van Bestuur van de UvA, verricht de opening van de conferentie op vrijdag 24 oktober. Daarna gaan Johan Simons (artistiek leider Münchner Kammerspiele) en Christopher Balme (hoogleraar Theaterwetenschap in München) dieper in op de noodzaak van theater en theaterwetenschap voor een maatschappij. Erasmusprijs-winnaar Frie Leysen spreekt over theaterland Nederland in een internationale context.

Op zaterdag 25 oktober verdedigen theatermakers, beleidsmakers, theaterwetenschappers en andere theaterprofessionals van verschillende generaties 50 stellingen over 50 jaar theater(wetenschap) in Nederland. Enige voorwaarden: de spreektijd is precies 6.40 minuten en gebaande paden zijn verboden terrein. Samen moeten de 50 optredens een even informatieve als performatieve tentoonstelling opleveren, een wandeling door de geschiedenis van het theater (en de theaterwetenschap) in Nederland sinds 1964.

Tijdens het jubileum verschijnt tevens de publicatie ‘Theaterwetenschap aan de Amstel. Vijftig jaar onderzoek en onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam.’