Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Er is geen sprake van een radicalisering van het vijandbeeld over het Westen in islamistische vertogen in Egypte. Dit concluderen onderzoekers van het Amsterdam Centre for Middle Eastern Studies (ACMES) van de UvA in een studie naar de beeldvorming over het Westen in het publieke debat in Egypte van na de val van Mubarak. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Acmes

Hoe ziet de (al dan niet vijandige) beeldvorming over het Westen eruit in het Egyptische publieke debat van na de val van president Mubarak? Wat is daarbij de positie van islamistische vertogen en is in die positie een duidelijke wijziging of radicalisering opgetreden? Deze vragen stonden centraal in het onderzoek van Robbert Woltering en Josephine van den Bent van het ACMES, in samenwerking met Lidwien van den Wijngaert van de Universiteit Twente. De onderzoekers wendden zich eerder dit jaar tot een breed scala aan bronnen: kranten, boeken en pamfletten, websites en sociale media. 

Hypocriet én gewenst

In alle vertogen - zowel liberaal, conservatief, islamistisch als links-revolutionair - geldt dat het Westen hypocrisie wordt verweten. ‘Amerika, de Europese Unie of simpelweg het Westen wordt voorgesteld als entiteit die zich tooit met aantrekkelijke idealen als democratie, mensenrechten en vrijheid, maar deze niet in de praktijk brengt in zijn Midden-Oostenbeleid’, vertelt Woltering. ‘Tegelijkertijd lijken die idealen zelf in hoge mate te worden gedeeld, omdat ze nauwelijks tot discussie leiden. Bovendien is het Westen een partij waarvan ondersteuning wordt verlangd. Deze ambigue beeldvorming, waarbij het Westen zowel als hypocriet als gewenst wordt beschouwd, is echter niet nieuw en niet specifiek voor Egypte’. 

Nationalisme als motief

Na het aftreden van Mubarak is er gaandeweg een situatie ontstaan waarbij twee grote kampen het publieke debat domineren: Moslimbroeders aan de ene kant en hun tegenstanders aan de andere kant. Woltering: ‘Opvallend is dat beide kampen elkaar ervan beschuldigen pionnen te zijn van het Westen, om daarmee de tegenpartij te delegitimeren. Het Westen wordt er in deze retorische strijd van beschuldigd Egypte te willen overheersen en te verzwakken. In die zin is het Westen in het publieke debat een stereotiepe vijand. Ons onderzoek wijst echter uit dat het Westen in deze retoriek vooral een instrument is waarmee partijen hun nationalisme en authenticiteit onderstrepen. De geuite beschuldigingen zijn dus niet zozeer aan het Westen gericht, als wel aan de binnenlandse, politieke tegenstanders. Zij worden in diskrediet gebracht door hen als handlangers van het Westen te presenteren.’ 

Ondanks het plotselinge en volledige machtsverlies dat de Moslimbroederschap in juli 2013 ten deel viel, is tijdens het onderzoek niets gebleken dat wijst op een institutionele radicalisering van deze groepering. Op grond van de analyse van de uitgebreide bronnenverzamelingen stellen de onderzoekers vast dat het vertoog van het Moslimbroederschap niet wordt gekenmerkt door een vijandige beeldvorming over het Westen als cultuur of beschaving. Ook wat betreft de andere onderzochte islamistische groeperingen is geen radicalisering in de beeldvorming over het Westen gebleken.