Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Nederlanders van Turkse en Marokkaanse komaf vinden dat hun Turkse of Marokkaanse identiteit prima te combineren is met de Nederlandse. Etnische identificatie duidt niet per se op onvoldoende ‘integratie’. Dubbele identificatie wordt echter bemoeilijkt als dit niet geaccepteerd wordt door de Nederlandse samenleving. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Marieke Slootman. Ze promoveert op vrijdag 5 december aan de Universiteit van Amsterdam.

Soulmates boekomslag Slootman
Foto: Marc Faasse

Slootman vroeg hogeropgeleide Marokkaanse en Turkse Nederlanders van de tweede generatie hoe ze hun etnische identiteit ervaren.

Een vraag als ‘Ben je nu Marokkaan of Nederlander?’ is voor veel individuen van de tweede generatie niet te beantwoorden. ‘Ze voelen zich allebei’, aldus Slootman. ‘Ze hechten aan ‘Nederlands’ individualisme, maar ook aan een ‘Turkse’ invulling van gastvrijheid. Op vakantie zijn in Marokko is fijn, maar ze kunnen zich moeilijk voorstellen dat ze daar voor altijd zouden leven en werken’. In tegenstelling tot wat vaak geïmpliceerd wordt, is iemand die zich Turks of Marokkaans voelt, niet per se gericht op Turkije en Marokko en op Turkse en Marokkaanse gebruiken. Als iemand zich identificeert met zijn etnische komaf betekent dat niet automatisch dat diegene niet geïntegreerd is.

Redenen voor etnische identificatie

Etnische identificatie kan volgens Slootman niet los gezien worden van omgeving, debat en sociale interacties. Er zijn tal van redenen waarom Marokkaanse en Turkse Nederlanders zich (deels) identificeren met hun Marokkaanse of Turkse achtergrond. Slootman vertelt: ‘Naast meer intrinsieke redenen, zoals een voorkeur voor gebruiken of rituelen waar iemand mee is opgegroeid, kan identificatie ook een manier zijn om de band met dierbaren - bijvoorbeeld met ouders - te onderhouden. Zich op bepaalde momenten bewust als Marokkaans of Turks presenteren is voor sommigen een manier om negatieve stereotypen te doorbreken. In andere gevallen is het slechts een aanpassing aan het etiket dat ze van anderen opgeplakt krijgen. Je voortdurend verzetten tegen het etiket Marokkaans of Turks, terwijl je je (ook) Nederlands voelt, kan bijzonder vermoeiend zijn’. Er zijn ook individuen die zich als Marokkaans of Turks identificeren doordat hun etniciteit hun ervaringen sterk gevormd heeft. ‘Zo hebben veel van de hogeropgeleiden die ik interviewde zich in hun jeugd op de een of andere manier ‘anders’ gevoeld vanwege hun etnische achtergrond. Soms lopen ze daar zelfs als volwassene nog tegenaan’.

Slootman concludeert dat het belangrijk is te begrijpen welke rol etniciteit speelt voor individuen en te erkennen dat dit niet los gezien kan worden van het belang dat er aan etniciteit gehecht wordt in de maatschappij.

Etniciteit en opleidingsniveau als bindmiddel

Hoewel opleidingsniveau belangrijker blijkt als basis voor vriendschappen dan etniciteit, is het niet verwonderlijk dat er sterke wederzijdse herkenning is tussen mensen die naast opleidingsniveau ook elkaars etnische achtergrond delen. Slootman: ‘Voor veel geïnterviewden voelde het als een openbaring om op de universiteit ineens medestudenten tegen te komen met eenzelfde etnische achtergrond. Ervaringen die tot dan toe heel persoonlijk leken, bleken ineens gedeelde ervaringen en vielen op hun plek’.

Promotiedetails

Mw. M.W. Slootman: Soulmates. Reinvention of Ethnic Identification among Higher Educated Second Generation Moroccan and Turkish Dutch. Promotoren zijn prof. dr. J.C. Rath en prof. dr. W.G.J. Duyvendak. Copromotor is prof. dr. M.R.J. Crul (VU/Erasmus).

Tijd en locatie

De promotieplechtigheid vindt plaats op vrijdag 5 december 14.00 uur.
Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.