Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Jarenlang werd een studie uit 2008, die claimde dat rechtse (conservatieve) mensen verschillen van linkse (liberale) mensen in de mate waarin zij met lichamelijke opwinding op dreiging reageren, veelvuldig geciteerd. Een replicatiestudie, onder leiding van de Universiteit van Amsterdam, toont nu aan dat er geen enkel bewijs is voor deze claim. De resultaten van deze replicatiestudie verschijnen maandag 10 februari in 'Nature Human Behaviour'.

Foto: The Hot Politics Lab

In 2008 publiceerden Oxley et al. een studie in het toonaangevende tijdschrift Science waarin zij lieten zien dat rechtse (conservatieve) mensen een sterkere fysiologische reactie hebben op dreigende plaatjes vergeleken met linkse (liberale) mensen. De studie van Oxley et al. suggereerde dat de hersenen van rechtse mensen misschien meer gericht zijn op dreiging dan de hersenen van linkse mensen. De studie was baanbrekend. Psychologen en politicologen proberen al decennia te begrijpen waarom linkse en rechtse mensen verschillen in hun kijk op de wereld. De studie wordt sindsdien veelvuldig geciteerd door wetenschappers en krijgt veel aandacht in internationale media.

Opwindende studie

Communicatiewetenschapper Bert Bakker en politicoloog Gijs Schumacher van de UvA en politicologen Kevin Arceneaux en Claire Gothreau in Philadelphia waren geïnspireerd door het werk van Oxley et al. Bakker: ‘Het was een opwindende studie. Het leverde een belangrijke bijdrage aan een nieuw onderzoeksveld in de politicologie en psychologie dat een provocatief perspectief biedt op de biologische oorsprong van de eeuwenoude scheiding tussen links en rechts. De studie had ook een grote maatschappelijke impact. In de discussie over de polarisatie in de westerse wereld wordt het werk van Oxley et al. aangevoerd om een donker toekomstbeeld te schetsen. De verschillen tussen linkse en rechtse mensen zit zelfs onder huid’.

In de originele studie in Science sloten Oxley et al. 46 deelnemers uit Lincoln Nebraska aan op apparatuur die mat hoeveel zweet de handen afgeven in reactie op dreigende plaatjes zoals een grote spin op het gezicht van een man. In reactie op dreigende plaatjes bleken mensen die een rechtse ideologie aanhangen een sterkere fysiologische reactie hebben dan mensen die een linkse ideologie aanhangen.

Foto: The Hot Politics Lab

Geen samenhang ideologie en fysiologische reacties

De onderzoekers in Amsterdam en Philadelphia voerden eerst twee conceptuele replicaties uit waarbij andere dreigende plaatjes werden gebruikt, zoals een geweer gericht op het scherm. Het doel van deze studies was om de apparatuur te kalibreren. De onderzoekers kwamen er snel achter dat de fysiologische reactie op deze plaatjes echter niet samenhing met de politieke opvattingen van de deelnemers in Amsterdam (81 deelnemers) en Philadelphia (352 deelnemers).

Bakker: ‘We dachten in eerste instantie het onderzoek niet goed uitgevoerd te hebben. Daarom zochten Kevin Arceneaux en ik contact met de auteurs van de originele studie. We ontvingen van hen de originele plaatjes uit hun studie’. Om de controleerbaarheid en reproduceerbaarheid van de replicatiestudie te vergroten pre-registreerden de onderzoekers de studie: ze legden vooraf vast wat ze gingen doen en maakten dit publiek. In 2018 lieten Bakker en Arceneaux 202 deelnemers in Philadelphia - meer dan vier keer zoveel deelnemers als de oorspronkelijke studie - deelnemen aan de studie. De onderzoekers vonden wederom geen samenhang tussen de fysiologische reactie op de dreigende plaatjes gebruikt door Oxley et al. en een rechtse ideologie. Ze vonden dus geen enkele aanwijzing voor de claim van Oxley et al. dat mensen die een rechtse ideologie aanhangen een sterkere fysiologische reactie vertoonden in reactie op dreigende plaatjes dan mensen die een linkse ideologie aanhangen.

Publicatiegegevens

Bert N. Bakker, Gijs Schumacher, Claire Gothreau, Kevin Arceneaux: 'Conservatives and liberals have similar physiological responses to threats' in Nature Human Behaviour, 10 februari 2020. DOI:10.1038/s41562-020-0823-z

dhr. dr. B.N. (Bert) Bakker

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Political Communication & Journalism