Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

‘Flexibel Nederlands’, workshop over taal op basis van hiphoppodcasts

Studentblog

Dat taal niet meer interessant wordt gevonden door jongeren, was al lange tijd bekend. Het schoolvak Nederlands is niet bepaald populair onder jongeren. Sterker nog, het schoolvak wordt door de meeste studenten gezien als een van de saaiste vakken op school volgens neerlandicus Hans Bennis (2019). Ondanks dat dit zorgwekkend is, stellen studenten Neerlandistiek Maud Lutterman en Bruno Prent dat er iets anders aan de hand is dan dat taal zijn aantrekkingskracht op jongeren heeft verloren.

De vraag is volgens Lutterman en Prent niet of de interesse van de studenten in taal vergroot kan worden, maar hoe taallessen beter in kunnen spelen op de interesses die zij hebben. ‘Momenteel denken de meeste jongeren bij taallessen aan dt-fouten en een verplichte leeslijst die ze als saai ervaren’, vertelt Bruno.

‘Onze verwachting is dat als een taalles meer inspeelt op de interesses van jongeren, de les als interessanter ervaren wordt en ze er uiteindelijk meer profijt van zullen hebben in hun professionele leven.’ Met deze gedachte ontwikkelden de twee studenten een lesplan voor een taalworkshop voor mbo-studenten gebaseerd op Nederlandse hiphoppodcasts. Dit lesplan zullen zij presenteren op het webinar #Wijzijnneerlandici op 4 februari, dat gratis is bij te wonen via Zoom.

‘Ouderwetse boeken maken het echt niet leuker of makkelijker’

Mbo-student Nina kan beamen dat het schoolvak Nederlands haar niet erg aanspreekt. ‘Ik vind de Nederlandse taal niet leuk en erg moeilijk. Vooral de ouderwetse boeken maken het er echt niet leuker of makkelijker op’, vertelt zij. Maar hoe kan het schoolvak Nederlands dan wel leuk en interessant worden gemaakt voor mbo-studenten?

Volgens Prent en Lutterman kan dit door hiphop in te zetten en zo de leerstof te koppelen aan de leefwereld en interesses van de studenten. Nederlandse hiphop, een van de populairste muziekgenres op dit moment, biedt volgens hen een goede invalshoek om het schoolvak wel leuk en interessant te maken voor de mbo-studenten. Dit idee leidde tot de ontwikkeling van een workshop op mbo-colleges genaamd ‘Flexibel Nederlands’.

Creatief met taal

De workshop gaat over verschillende taalvarianten die studenten zelf ook in hun dagelijks leven gebruiken of tegenkomen, van straattaal tot Standaardnederlands. Tijdens deze 120 minuten durende workshop is het doel dat de mbo-studenten door praktische en theoretische oefeningen meer taalbewust worden en bekend raken met de taalkundige term alignment, wat ‘aanpassing op het publiek’ betekent.

‘Dit doen we op basis van allerlei fragmenten uit Nederlandse hiphoppodcasts’, vertelt Maud. ‘Zo wordt het taalgebruik van rapper Jiggy Djé bijvoorbeeld vergeleken in twee verschillende gesprekken. In het ene gesprek praat hij met Arjen Lubach en in het andere gesprek met rapper Sjaak. Zijn woordkeuze en manier van praten verschillen sterk in beide gesprekken. Door deze fragmenten te behandelen, openen we in de klas een gesprek over wat taal kan betekenen voor je identiteit en wanneer aanpassing op het publiek nodig is.’

Zo speelt de workshop ook in op taalvaardigheden die de mbo-studenten nodig hebben en zullen gebruiken in hun professionele leven na hun opleiding. Allemaal zullen zij in bepaalde mate te maken krijgen met talige aspecten in het beroep dat zij gaan uitoefenen na het afronden van een opleiding. Denk hierbij aan sollicitaties, mails schrijven en het op andere manieren contact onderhouden met bijvoorbeeld klanten. Hierbij zal het belangrijk zijn om taalgebruik aan te kunnen passen aan degene met wie gecommuniceerd wordt. 

‘Belangrijk is dat we straattaal, een term die we zo veel mogelijk vermijden omdat het jongeren in een hoek zet, niet afwijzen. Sterker nog, we leren ze dat het in sommige gevallen juist passender is dan het Standaardnederlands. Een effect dat we hopen te bereiken is dat de studenten inzien dat ze veel meer weten over taal dan ze misschien beseffen. Wij willen de studenten het zelfvertrouwen geven om mee te denken en mee te praten over taal. Hopelijk gaan zij de algehele Nederlandse taal uiteindelijk interessanter vinden, omdat ze er meer van zichzelf in terug zien.’

Het vermarkten van de workshop

Naast het ontwerpen en geven van de workshop, willen Maud en Bruno zich ook verdiepen in de manier waarop taalworkshops vermarkt kunnen worden. ‘Het bedenken is één ding, maar als het lesplan daarna slechts wordt beoordeeld door een leraar en vervolgens in een la verdwijnt, zien wij ons plan niet als geslaagd. We willen doorzetten en de workshop echt op mbo-colleges door heel Nederland gaan aanbieden. De naam ‘Flexibel Nederlands’ geeft bovendien veel ruimte om later nog meer taalworkshops te ontwikkelen en deze aan het workshopaanbod toe te voegen’.

Iemand met veel ervaring in zowel het bedenken als het vermarkten van workshops op scholen is Chantal Deken. In 2006 startte zij de stichting Discussiëren Kun Je Leren, toen zij zelf nog student Onderwijskunde was aan de UvA. Inmiddels heeft DKJL duizenden workshops georganiseerd op lager, middelbaar en beroepsonderwijs. De workshops gaan over zowel taalvaardigheid als onder andere burgerschap, tolerantie en emancipatie.

‘Het vermarkten van workshops is niet makkelijk’, vertelt zij. ‘Zeker op het mbo kan het moeilijk zijn om scholen zo ver te krijgen om een workshop aan te kopen. Er zijn twee partijen die je moet overtuigen: de docenten en de managers. De docent moet overtuigd zijn van het belang van de workshop en bereid zijn om een stapje opzij te doen tijdens zijn eigen lessen.’

‘Maar uiteindelijk is de docent niet degene die betaalt, dat is de opleidingsmanager. Uit ervaring weet ik dat het moeilijk is om deze managers te overtuigen, en dat het vaak op het opbouwen van een persoonlijke band aankomt. Als je deze niet hebt, gaat acquisitie vaak via de gemeente.’ Met enkel een goed lesplan ben je er dus niet. Het vermarkten van de workshop is dus een belangrijk aspect van hun onderzoek waarin Maud en Bruno zich verder verdiepen. Dit zullen zij toelichten op de webinar op 4 februari.

Gevraagd of Chantal nog tips heeft voor Maud en Bruno, vertelt ze: ‘Zorg dat je geen concurrent bent van het huidige curriculum, maar iets toevoegt. Toen DKJL begon, ging het onderwijs zich steeds meer focussen op burgerschapscompetentie. In dat gat zijn wij gesprongen. Momenteel lopen veel opleidingsmanagers ertegen aan dat de mondelinge vaardigheid van mbo-studenten laag is. Het zou voor Maud en Bruno goed zijn om hierop te focussen en zo de kans te vergroten dat managers van scholen de workshops aankopen.’

Biografieën

Maud Lutterman (1998) hield altijd al van lezen en journalistiek. Zo besloot ze zich tijdens haar bachelor Media & Cultuur toe te willen leggen op geschreven taal binnen het medialandschap. Naarmate de interesse voor taal tijdens haar studie steeds verder ontwikkelde, besloot ze om meer verdieping te zoeken in de master Neerlandistiek. Hier ontdekte zij echter dat haar passie voor taal veel breder is dan zij in eerste instantie dacht. Vooral de variaties in talen en de manier waarop deze zich tot elkaar verhouden interesseren haar. Maar ook het onderwijs trekt haar: zowel het lesgeven zelf, als het ontwerpen van studieboeken. Al deze verschillende interesses zou ze graag verder ontwikkelen tijdens haar master om uiteindelijk een gevarieerde carrière op te bouwen die gestoeld is op haar passie voor taal.

Bruno Prent (1993) studeerde Taal & Communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn studie ontdekte hij zijn liefde voor acteren. Vier seizoenen was hij te zien in de televisieserie Spangas, en tegenwoordig speelt hij nog steeds rollen in series en films. Daarnaast is hij rapper en momenteel bezig met zijn debuutalbum File Op De Linkerbaan. De bron van zijn creativiteit is zijn liefde voor taal en retorica. Acteren en muziek draaien voor hem om tekstinterpretatie en het overbrengen van een boodschap. Om daar meer verdieping in te vinden is hij de master Neerlandistiek gaan volgen. Zijn passie voor retorica is ook terug te vinden in zijn werk als masterclass-docent bij stichting Discussiëren kun je leren. Goed spreken en kunnen beargumenteren zorgen er volgens Bruno voor dat je een streepje voor hebt in het leven. Zijn verschillende interesses wil hij in de toekomst gaan inzetten om door middel van hiphop het vak Nederlands aantrekkelijker en alledaagser te maken voor jongeren. 

Maud en Bruno presenteren hun lesplan op 4 februari op het webinar #Wijzijnneerlandici, dat plaatsvindt van 16.00 tot 17.00. Aanmelden kan gratis via webinarneerlandistiek@outlook.com.