For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
NL

Met de bacheloropleiding Archeologie en prehistorie krijg je wetenschappelijk inzicht en begrijp je dat archeologie aansluit bij veel andere vakgebieden, zoals erfgoed, landschap, kunst en geschiedenis. Verder is het onderwijs grotendeels Engelstalig, zodat je goed voorbereid bent op de toekomst; op stages in het buitenland en op eventuele doorstroom naar onze Engelstalige masters.

Archeologie is een brede studie

  • Je leert digitale, forensische en andere moderne onderzoekstechnieken gebruiken, daardoor archeologische resten te vinden en deze vervolgens in kaart te brengen.
  • Je bestudeert verschillende bronnen, zoals aardewerk, munten en botten, om te ontdekken hoe mensen vroeger leefden.
  • Met behulp van kaarten, geologische kennis en computermodellen leer je hoe je een landschap kunt reconstrueren tot hoe het er in het verleden eruit zag.

Het eerste studiejaar

De opleiding Archeologie en prehistorie biedt je veel basiskennis over het verleden en een overzicht van archeologische methoden en technieken. Het programma is zo opgebouwd dat je steeds meer ruimte krijgt om je eigen interesses te volgen. Omdat de opleiding Archeologie binnen ACASA nauw samenwerkt met Griekse en Latijnse taal en cultuur en Oudheidwetenschappen, is het eerste jaar breed van opzet. Je leert over de archeologie en over hedendaagse samenlevingen in Europa. Ook verdiep je je in de cultuurgeschiedenis en bronnen sinds de Oudheid, in het verband met het natuurlijke landschap. Je sluit af met veldwerk, waarin je leert opgraven.

Het tweede studiejaar

Het tweede jaar brengt meer specifieke archeologische verdieping, waarbij enkele thema’s centraal staan: stedelijke cultuur, ritueel en religie en erfgoed. Ook is er veel aandacht voor archeologische materialen en voor wetenschappelijke en digitale onderzoeksmethoden. Verder ga je op excursie en sluit je het jaar af et een stage of met veldwerk.

Het derde studiejaar

In het derde jaar kun je binnen de minorruimte jezelf verbreden, of je juist in een bepaald onderwerp verdiepen. Bovendien krijg je twee vakken die gericht zijn op het doen van wetenschappelijk onderzoek: Death and Commemoration, over hoe mensen in het verleden omgingen met de dood, en Lieux de Mémoire, over plaatsen die door mensen in het heden en verleden worden gebruikt om te herinneren. Je sluit het jaar af met het schrijven van je scriptie over een zelfgekozen onderwerp binnen de archeologie.

Studiegids

Een overzicht van alle bachelorvakken van Archeologie en prehistorie vind je in de digitale UvA Studiegids.

UvA Studiegids: Archeologie en prehistorie

  • Tijdsbesteding en onderwijsvormen

    De bachelor Archeologie en prehistorie duurt drie jaar. Een studiejaar bestaat uit twee semesters. Een semester is opgebouwd uit twee blokken van 8 weken en een blok van 4 weken. Een studiejaar omvat 60 studiepunten (EC). In het eerste jaar van je studie volg je zo'n 10 tot 15 uur college per week. De andere uren besteed je aan zelfstudie. Je zoekt en bestudeert materiaal in de bibliotheek, je bereidt je voor op colleges of tentamens of schrijft een werkstuk. In het tweede en derde jaar heb je minder college-uren, maar besteed je meer tijd aan werkstukken en onderzoek.

    Per semester volg je een aantal vakken van 6 of 12 EC, in de vorm van hoorcolleges, werkcolleges, computer-, materiaal- en veldpractica.

    • Bij hoorcolleges licht de docent de stof toe die je van tevoren hebt bestudeerd.
    • In een werkcollege werk je samen met de docent en je medestudenten aan de oplossing van bepaalde vraagstukken.
    • Tijdens een practicum werk je individueel of samen met je medestudenten.
    • Bij het computerpracticum leer je bijvoorbeeld gegevens verwerken met behulp van Access en Excel en werk je met het archeologische databeheer van Archis.
    • Bij het materiaalpracticum maak je kennis met het materiaal uit de opgravingen en leer je dit te herkennen en te beschrijven. Niet alleen aardewerk, vuursteen en metaal komen aan bod, maar ook de biologische vondstgroepen, zoals botten, zaden, hout en leer.
    • Tijdens veldpractica leer je alle opgravingstechnieken, zoals scherven wassen en nummeren, landmeten, het vlak opschaven, grondsporen ‘lezen' en interpreteren. Voor deze verplichte opgravingsweken ga je soms naar het buitenland. Aan het einde van je studie moet je een opgraving of een deel ervan zelfstandig kunnen leiden.

    Verspreid over de onderwijsperiode van een vak krijg je verschillende toetsen: bij een 12 EC vak minimaal vier, bij een 6 EC vak minimaal twee.

    Studiebegeleiding en BSA