For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
NL

Studieprogramma

Met de bacheloropleiding Archeologie en prehistorie krijg je wetenschappelijk inzicht en begrijp je dat archeologie aansluit bij veel andere vakgebieden, zoals erfgoed, landschap, kunst en geschiedenis. Verder is het onderwijs grotendeels Engelstalig, zodat je goed voorbereid bent op de toekomst; op stages in het buitenland en op eventuele doorstroom naar onze Engelstalige masters.

Copyright: Onbekend
Studenten Archeologie zijn mensen die van spullen houden en door onze samenwerking met o.a. het Allard Pierson ben je vanaf je eerste jaar al met spullen bezig. We hebben hier ook het 4D-lab (de vierde dimensie waar naar wordt verwezen is tijd), dat zich bezighoudt met 3D-reconstructies en digitale benaderingen van opgravingen en objecten. Gert Jan van Wijngaarden, docent Archeologie
  • Het eerste studiejaar

    De opleiding Archeologie en prehistorie biedt je veel basiskennis over het verleden en een overzicht van archeologische methoden en technieken. Het programma is zo opgebouwd dat je steeds meer ruimte krijgt om je eigen interesses te volgen. Omdat de opleiding Archeologie binnen ACASA nauw samenwerkt met Griekse en Latijnse taal en cultuur en Oudheidwetenschappen, is het eerste jaar breed van opzet. Je leert over de archeologie en over hedendaagse samenlevingen in Europa. Ook verdiep je je in de cultuurgeschiedenis en bronnen sinds de Oudheid, in het verband met het natuurlijke landschap. Je sluit af met veldwerk, waarin je leert opgraven.

  • Het tweede en derde studiejaar

    Het tweede jaar brengt meer specifieke archeologische verdieping, waarbij enkele thema’s centraal staan: stedelijke cultuur, ritueel en religie en erfgoed. Ook is er veel aandacht voor archeologische materialen en voor wetenschappelijke en digitale onderzoeksmethoden. Verder ga je op excursie en sluit je het jaar af et een stage of met veldwerk. 
    In het derde jaar kun je binnen de minorruimte jezelf verbreden, of je juist in een bepaald onderwerp verdiepen. Bovendien krijg je twee vakken die gericht zijn op het doen van wetenschappelijk onderzoek: Death and Commemoration, over hoe mensen in het verleden omgingen met de dood, en Lieux de Mémoire, over plaatsen die door mensen in het heden en verleden worden gebruikt om te herinneren. Je sluit het jaar af met het schrijven van je scriptie over een zelfgekozen onderwerp binnen de archeologie.

  • Minor en keuzevakken

    In het tweede en derde jaar van de opleiding krijg je 54 studiepunten (EC) om naar eigen inzicht in te vullen. 12 studiepunten gebruik je voor een opleidingsgebonden keuzevak. Voor de overige 42 studiepunten heb je meerdere opties.

    Minor

    Een minor is een samenhangend onderwijsprogramma van 30 EC. Een minor is niet verplicht, maar kan een goede voorbereiding zijn op een master of een bepaald beroep.

    Keuzevakken

    In principe kun je elk vak als keuzevak volgen. Een vak van de Faculteit der Geesteswetenschappen, een andere faculteit of zelfs een andere universiteit. De meeste opleidingen bieden aparte keuzevakken aan.

  • Stage lopen en internationaal studeren

    Het is mogelijk tijdens de studie stage te lopen en een periode in het buitenland te studeren.

    Stage lopen

    In de profileringsruimte kun je stage lopen. Je doet werkervaring op en krijgt een indruk van de mogelijkheden binnen een organisatie, en van wat voor werk bij jou past. Tegelijkertijd krijgt de organisatie de kans kennis te maken met studenten Archeologie en prehistorie en hun vaardigheden. Een stage, een verblijf in het buitenland en alle ervaring die je tijdens relevante (bij)banen, bestuursfuncties of vrijwilligerswerk opdoet, kunnen een verrijking betekenen van je studietijd én je cv.

    Archeologie en prehistorie werkt samen met de stichting Regionaal Archeologisch Archiverings Project (RAAP). Die heeft zich gespecialiseerd in het opsporen, evalueren en beheren van archeologische vindplaatsen in het landelijke gebied. Je kunt bij het RAAP naar een stageplaats solliciteren. Dit geldt ook voor de andere instellingen waarmee Archeologie samenwerkt:

    • het Allard Pierson Museum (Amsterdam);
    • het Rijksmuseum voor Oudheden (Leiden);
    • de Rijksdienst voor Archeologie;
    • Cultuurlandschap en monumenten (Amersfoort);
    • het Archeologisch Diensten Centrum (Bunschoten);
    • Onderzoeks- en Adviesbureau voor Biologische Archeologie en Landschapsreconstructie BIAX (Zaandam).

    Internationaal studeren

    De UvA neemt intensief deel aan internationale samenwerkings- en uitwisselingsprogramma’s, waardoor je een periode in het buitenland kunt studeren. Zo gingen archeologiestudenten eerder naar Canterburry en Bologna.

  • Honoursprogramma

    Studenten die naast het reguliere onderwijs een extra uitdaging zoeken, kunnen het honoursprogramma volgen.

    • Studenten die hun propedeuse in één jaar afronden met gemiddeld een 7,5 of hoger kunnen - na selectie - worden toegelaten tot een honoursprogramma in het tweede en derde jaar van hun bacheloropleiding.
    • De aanmelding voor de selectie start in het tweede semester van je eerste studiejaar.

    Studenten die het honoursprogramma met succes afronden, krijgen hiervan een vermelding op het supplement van hun bachelordiploma.

  • Tijdsbesteding en onderwijsvormen

    De bachelor Archeologie en prehistorie duurt drie jaar. Een studiejaar bestaat uit twee semesters. Een semester is opgebouwd uit twee blokken van 8 weken en een blok van 4 weken. Een studiejaar omvat 60 studiepunten (EC). In het eerste jaar van je studie volg je zo'n 10 tot 15 uur college per week. De andere uren besteed je aan zelfstudie. Je zoekt en bestudeert materiaal in de bibliotheek, je bereidt je voor op colleges of tentamens of schrijft een werkstuk. In het tweede en derde jaar heb je minder college-uren, maar besteed je meer tijd aan werkstukken en onderzoek.

    Per semester volg je een aantal vakken van 6 of 12 EC, in de vorm van hoorcolleges, werkcolleges, computer-, materiaal- en veldpractica.

    • Bij hoorcolleges licht de docent de stof toe die je van tevoren hebt bestudeerd.
    • In een werkcollege werk je samen met de docent en je medestudenten aan de oplossing van bepaalde vraagstukken.
    • Tijdens een practicum werk je individueel of samen met je medestudenten.
    • Bij het computerpracticum leer je bijvoorbeeld gegevens verwerken met behulp van Access en Excel en werk je met het archeologische databeheer van Archis.
    • Bij het materiaalpracticum maak je kennis met het materiaal uit de opgravingen en leer je dit te herkennen en te beschrijven. Niet alleen aardewerk, vuursteen en metaal komen aan bod, maar ook de biologische vondstgroepen, zoals botten, zaden, hout en leer.
    • Tijdens veldpractica leer je alle opgravingstechnieken, zoals scherven wassen en nummeren, landmeten, het vlak opschaven, grondsporen ‘lezen' en interpreteren. Voor deze verplichte opgravingsweken ga je soms naar het buitenland. Aan het einde van je studie moet je een opgraving of een deel ervan zelfstandig kunnen leiden.

    Verspreid over de onderwijsperiode van een vak krijg je verschillende toetsen: bij een 12 EC vak minimaal vier, bij een 6 EC vak minimaal twee.

Studiegids

Een overzicht van alle bachelorvakken van Archeologie en prehistorie vind je in de digitale UvA Studiegids.